Dat de Indonesische justitie het onderzoek naar de moord op de Nederlandse journalist Sander Thoenes naar de doofpot heeft verwezen, is niet uitzonderlijk. Rechtsdeskundigen beschuldigen het OM van maffiapraktijken. Donoren, waaronder Nederland, steken miljoenen dollars in het bestrijden van de corruptie binnen justitie. Maar het verziekte apparaat laat zich moeilijk genezen.
De sabotagepraktijken van het openbaar ministerie in Jakarta zijn algemeen bekend. Dossiers verdwijnen ergens in een la. Of, zoals in het geval van Thoenes twee weken geleden: de onderzoekstermijn zit erop, de procureur-generaal weigert het dossier aan de rechter te geven wegens gebrek aan bewijsmateriaal.
Wordt het dossier wél overgedragen dan zegt dat nog niets. ,,Als je als verdachte niet wilt dat de zaak voorkomt en je hebt voldoende financiële middelen dan kun je belangrijke bewijsstukken laten verdwijnen. Maar dan moet je wel heel erg rijk zijn', zegt professor Mardjono Reksodiputro van de Universiteit van Indonesië.
Ibrahim Assegaf van het Informatiecentrum voor de Indonesische wet probeert zoveel mogelijk dossiers van het openbaar ministerie te verzamelen. Hij geeft als voorbeeld het corruptieonderzoek dat - onder druk van de publieke opinie - bij de staatsoliemaatschappij Pertamina werd gehouden. Uit het dossier van het OM vorig jaar bleek dat er 159 gevallen van corruptie waren geconstateerd. Uiteindelijk werden er maar vijf gevallen aan de rechter overgedragen.
,,Het is net de maffia. Twintig jaar geleden waren alleen rechters en advocaten corrupt. Maar het netwerk heeft nu ook zijn tentakels binnen het openbaar ministerie en de politie', zegt professor Mardjono. Hij weigert een blad voor zijn mond te nemen. Hij is de corruptie binnen het justitiële apparaat meer dan beu.
De justitiële spelregels wijken in Indonesië niet principieel af van die in andere landen. Alleen de president heeft de bevoegdheid het OM terecht te wijzen. Een rechter kan niet nagaan of er bij het OM dossiers vol bewijzen liggen die hem worden onthouden. Dat is ook terecht, zegt Ibrahim Assegaf; geen rechtstelsel kan verwachten dat de openbaar aanklager zijn kaarten op tafel legt voor de rechtszaak. Probleem in Indonesië is, volgens critici, dat vaak onduidelijk is waarom het Indonesische OM zaken seponeert.
Het openbaar ministerie wordt geleid door procureur-generaal Rachman, die wordt beschouwd als een zwakke figuur. Bij het aantreden van de regering van Megawati Soekarnoputri waren er twee sterke kandidaten. Maar intern werden die afgewezen. Men had liever Rachman. President Megawati stelde de proceur-generaal zelf aan.
Het Indonesische leger is betrokken geweest bij tientallen mensenrechtenschendingen. Mensenrechtenorganisaties eisen dat deze zaken voor de rechter komen. Maar het gebeurt zelden. De zaak-Thoenes is een van de weinige mensenrechtenzaken die door het openbaar ministerie werden onderzocht. Dankzij de druk die Nederland via de diplomatieke kanalen bleef opvoeren.
De meeste mensenrechtenzaken bereikten nooit dat stadium. Zoals de dood van studenten tijdens de val van Soeharto in 1998, de aanval op het partijkantoor van Megawati's politieke partij in 1996 of de dood van tientallen moslims in de havenbuurt Tanjung Priok van Jakarta in de jaren tachtig. De leger wordt verdacht van betrokkenheid. ,,Niet soldaten, maar hun meerderen zetten Rachman politiek onder druk, zodat de zaken in de doofpot verdwijnen', zegt Assegaf.
Of de zaak-Thoenes wel zo'n eerlijke behandeling voor het Oost-Timor-tribunaal zou hebben gekregen, is de grote vraag. Afgelopen februari ging dit tribunaal van start. De verdachten, zoals soldaten, pro-Jakarta-milities en voormalige bestuurders, krijgen alle ruimte de internationale gemeenschap de schuld van het bloedbad in 1999 in Oost-Timor in de schoenen te schuiven.
Het justitieel apparaat in Indonesië is verziekt. Er is geen sprake van onafhankelijkheid. De buitenwereld begrijpt niet op basis waarvan zaken worden afgewezen, geseponeerd of wel aan de rechter worden doorgestuurd. Professor Mardjono vergelijkt de corruptie binnen justitie met een ijsberg. Langzaam zakt het zeeniveau en wordt pas duidelijk hoe omvangrijk de corruptie is.
Vervolg op pagina 15
Net de maffia
Vervolg van pagina 13
Toch vindt de professor dat er door het Westen niet te simpel over corruptie mag worden gedacht. ,,Natuurlijk zijn er mensen die zichzelf verrijken. Maar het is ook een kwestie van het ontbreken van voldoende financiële middelen. Niet alleen het openbaar ministerie maar ook verscheidene rechtbanken ontvangen nog geen veertig procent van hun budget van de regering. Dat betekent dat ze andere manieren zoeken om de kopieer-, telefoon-, elektriciteits- en andere kosten te kunnen betalen.'
De Nederlander Sebastiaan Pompe werkt als juridisch adviseur bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Jakarta. Het IMF haalde hem naar Indonesië waar hij meewerkt aan een internationaal ontwikkelingsprogramma voor 'Goed bestuur en hervormingen binnen de rechtspraak'.
Pompe is het volledig met Mardjono's bewering eens. ,,De salarissen binnen justitie zijn zeer laag. Een rechter verdient niet meer dan honderd dollar per maand. Veel rechters trouwen niet en blijven bij hun familie wonen, omdat ze simpel van dat salaris niet kunnen leven.'
Niet alleen financiële problemen maar ook het overplaatsingbeleid maakt rechters in Indonesië kwetsbaar, zegt Pompe. ,,Binnen 24 uur kun je als rechter naar oorlogsgebieden als Atjeh of de Molukken worden overgeplaatst. Door je superieuren te betalen kun je zo'n overplaatsing tegenhouden, maar je moet wel eerst dat geld zien te krijgen.'
Nederland steekt in het kader van ontwikkelingssamenwerking per jaar elf miljoen dollar (van de ruim zeventig miljoen aan totale hulp) in verschillende projecten die met 'Goed bestuur' te maken hebben. Een deel van die elf miljoen gaat naar corruptiebestrijding binnen justitie, zoals aan een Indonesische commissie die omkoping onderzoekt, een anticorruptiewet die door het parlement in voorbereiding is maar ook aan trainingen voor rechters die onder meer werken voor de Handelskamer die in 1998 werd opgericht.
Twee van deze rechters die met Nederlands ontwikkelingsgeld zijn opgeleid, zijn nu in opspraak geraakt. Vorige week verklaarden ze het Canadese verzekeringsbedrijf Manulife failliet. Een voormalige Indonesische partner van Manulife had een rechtszaak aangespannen tegen het Canadese bedrijf omdat het in 1999 geen dividend had uitgekeerd. Maar volgens de wet kan een bedrijf alleen failliet verklaard worden als het een schuld heeft. Die heeft Manulife niet.
Het vermoeden bestaat nu dat er corruptie in het spel is. Onder druk van Canada heeft de president van de Hoge Raad en, schoorvoetend, de minister van Justitie een onderzoek geëist.
De teleurstelling is groot bij het Internationaal Monetair Fonds. Manulife is niet het eerste buitenlandse bedrijf dat een dubieuze rechtszaak verloor.
Maar Sebastiaan Pompe blijft ook nuchter. ,,Het is vrij naïef om te denken dat je binnen twee jaar een systeem kunt doorbreken dat onder Soeharto meer dan dertig jaar floreerde. Je moet dit land een kans geven. Je kunt beter met de rechters om de tafel gaan zitten en proberen van binnen het systeem te veranderen. Het IMF moet druk blijven uitoefenen. Maar je zult ook technische assistentie moeten blijven geven.'
Professor Mardjono hoopt dat het Westen de moed nog niet opgeeft, ook al zou hij dat misschien wel kunnen begrijpen. ,,Zelfs als er de politieke wil is en de steun van het parlement om de corruptie te bestrijden, dan nog zal het jaren duren.'
Binnenkort is er toch meer werk aan de winkel voor het openbaar ministerie en de rechters in Jakarta. Via zijn bronnen heeft Mardjono vernomen dat president Megawati procureur-generaal Rachman heeft verzocht meer corruptiezaken aan te brengen. Niet dat ze diep in haar hart zo tegen corruptie is. ,,De campagnes voor de presidentsverkiezingen in 2004 zijn al begonnen. Megawati wil haar herverkiezing veiligstellen.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.