Vorige week las ik een interessante tip van collegajournalist Marijke van der Pas. Ze beveelt mensen aan om eens vaker uit de losse pols een slem te bieden. Zit het erin, prima, zit het er niet in, dan laat de tegenpartij het misschien toch maken. Ze gaf hierbij twee voorbeeldspellen, waar de uitkomer twee azen had en bij het uitkomen voor de verkeerde aas koos.
Het doet me altijd weer denken aan een spel uit de finale van de Olympiade in 1980 in Valkenburg. Frankrijk en de VS kwamen in de finale, die door Frankrijk (met Paul Chemla-Michel Lebel, Christian Mari-Michel Perron en Philippe Soulet-Henri Svarc) werd gewonnen met 131 tegen 111 imp's. Dat oogt als een vrij comfortabel verschil, maar in feite hing de uitslag op één uitkomst! Hier is nog een keer dit memorabele spel (Zie diagram 1).
Aan de ene tafel ging het bieden als volgt:
Hier werd het logische eind-contract van 6 bereikt, gedoubleerd door zuid. NZ kregen de twee slagen waar ze recht op hadden en dat betekende één down, 200 voor de Amerikanen. Aan de neventafel ging het er iets wilder aan toe:
1) Twee kleurenspel met hoge kleuren
2) Bedoeld als controle in harten, maar door niemand zo begrepen
3) Te sterk voor een simpel 5 bod?
Op het 6-bod zat de Fransman Chemla voor een dilemma. Was zijn schitterende kaart wel volledig tot zijn recht gekomen? Geïnspireerd door het optimistische 4SA-bod van zijn partner besloot Chemla om 7 te bieden. Hamman doubleerde dat en moest zelf uitkomen. Alleen welke aas moest het worden? Hij wist uit de bieding dat zijn partij (veel) meer schoppen dan harten had, dus achtte hij de kans op een renonce schoppen bij zuid groter en legde A op tafel... met fatale gevolgen. Mari kon troeven, behandelde de ruitenkleur goed (H gevolgd door een gemarkeerde snit op V) en kon dertien slagen claimen. Dat betekende 19 imp's verlies in plaats van 9 imp's winst. Was Hamman op dit spel met A uitgekomen, dan was de VS dus de olympisch kampioen geworden.
Vooral bij een lage kleurenslem (6 of 6) is mijn motto: als je denkt dat het erin zit, dan meteen bieden (voordat je onderweg in een ander contract blijft steken). Hiervan een voorbeeld dat op de club voorkwam. Je raapt op:
HV83 852 5 AV1052
Partner opent de bieding met 1! Meteen zit je al aan een klaverenslem te denken, maar je bouwt eerst maar eens rustig op met 1. Partner antwoordt met 2, kan het mooier? Partner biedt reverse, dus belooft een vijfkaart klaveren, een vierkaart ruiten en 16-19 punten. Hoe kom je er nu achter of het een goed slem is?
Een tip: probeer enkele handen die partner kan hebben te visualiseren, een paar maximale, een paar minimale en een paar gemiddelde. Partner kan iets hebben als:
Ga dan na hoe kansrijk slem is. Tegenover hand 1) is 6 dicht; de uitkomst komt naar de Hx toe, dus de tegenpartij maakt alleen A (als ze geen harten starten kan op V een harten weg). Tegenover hand 2) is het geen slem met een hartenstart, de tegenpartij komt met A aan slag en kan een hartenslag oprapen. Tegenover hand 3) is het zelfs 7. Tegenover subminimale hand 4) is het 6. Tegenover hand 5) is het weer een goede 6; na een hartenstart kunnen op AHV de harten weg in de dummy. Tegenover hand 6), alweer een subminimum, is 6 is nog steeds dicht. Tegenover hand 7) is 6 zeer kansrijk.
Conclusie: gemiddeld genomen zal 6 heel speelbaar zijn. Op het eerste gezicht lijkt 6 bieden een regelrechte gok, maar in feite is het een zeer verantwoorde actie. In de praktijk zat de hand als in diagram 2 en 6 was natuurlijk een eitje. Ga na dat 5 bieden het slechtste is wat je kan doen. Partner zal zeker passen en dan maak je 5 met een overslag, terwijl het gros van het veld 3SA plus één maakt (de meeste zuidspelers hadden 1SA geopend, waarna 6 onbereikbaar is geworden).
Ook kan de stap naar slem makkelijker genomen worden als door het biedverloop een gunstige uitkomst in het vooruitzicht is gesteld. Neem nu dit spel, dat onlangs voorkwam op het Heksentoernooi van Oudewater (Zie diagram 3).
Noord was natuurlijk benauwd voor een schoppenstart. Om twee redenen viel die niet te verwachten. Ten eerste had west een uitkomstdoublet gegeven op 2 en ten tweede had noord 1 geboden. Wie kan het oost kwalijk nemen dat hij uitkwam met B? Hierna maakte noord gemakkelijk 6 gedoubleerd met een overslag, omdat de ruiten vrij getroefd konden worden waarop bij noord de schoppen- en hartenverliezers verdwenen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.