*

 
dossier

Archief

Berteling moet warempel traan wegpinken

Fred Troost − 18/03/02, 00:00

Hij had het niet eens gewild. Na zijn ontslag als coach van de Amsterdam Tigers, vorig jaar, leek het zelfs wat gênant toen de club hem terugvroeg. Noem het clubliefde, noem het fanatisme, noem het drang naar eerherstel, maar Ron Berteling hapte toe.

En zo stapte Nederlands grootste ijshockeyer aller tijden toch maar weer de arena in, toen de Tigers in november het trainersduo Lacombe/Griffith ontsloeg. Niet dat hij ooit weggeweest was. Het bloed kruipt waar het niet kan gaan. Na zijn ontslag was hij even vrolijk aan een tweede spelerscarrière begonnen, bij de Tigers. Noem het clubliefde...

Het zou een interim-baantje worden, totdat er een definitieve coach kwam. Maar het ging met de Tigers crescendo, zodat er weinig aanleiding bestond voor een nieuwe coachwissel. Sterker, de ploeg die zich in het begin van de competitie in staat van verval bevond, krabbelde indrukwekkend terug. Toen Berteling (41) aantrad, was het team net uit de bekerstrijd geknikkerd en had het de eerste ronde in de Superliga als laatste afgesloten.

Doet een meesterhand wonderen? Er zijn meer factoren die het herstel van de Tigers kleur gaven. Als enige in de Superliga mag de club tien buitenlanders inzetten. Tigers wisselde er onderweg zeven in en zo kon Berteling een team kneden, talenten inpassen, combinaties in de lijnen smeden en chemie in de ploeg brengen. Hij was, onmiskenbaar, de bevlogen coach met de o zo precieze aanwijzingen, de in Nederland ongeƫvenaarde ervaring van record-intenational en vooral de bodemloze liefde voor het spelletje die hij overdroeg. ,,Ik wil verzorgd ijshockey spelen, met een Canadees tintje, dus hard werken.'

Het was een combinatie van passie en kundigheid, van emotie en spelkennis, van waaruit hij de spelers wist te motiveren, op te zwepen naar ongedachte hoogte. Noem het fanatisme ...

Hij stapte erin op verzoek van het bestuur. Niets te verliezen, niet bang, wetend hoe diffuus het wereldje is, hoe het door iedereen toegejuichte succes na een paar zeperds kan omslaan in gemakkelijke kritiek met alle denkbare gevolgen voor een coach. Hij wist van vorig jaar hoe gemakkelijk populariteit kan omslaan in eenzaamheid, hoe een schouderklop kan veranderen in kille afstandelijkheid. Maar hij deed het toch. ,,Ik voel geen rancune.' Noem het drang naar eerherstel...

Nee, Berteling is bescheiden genoeg om de eerste landstitel sinds 1985 die de Tigers gisteren haalden, te delen met zijn team en zijn staf. ,,We hebben het met z'n allen gedaan.' Maar toch. Zíjn team piekte op het juiste moment. Híj slaagde erin de Tigers op te stuwen naar het succes. Híj wist de spelers klaar te krijgen voor het moment suprême. ,,Ik heb de spelers gezegd: je moet er plezier in hebben op het ijs te staan. Ik voel jaloezie, omdat ik het zelf niet meer kan. Echt niet meer kan, want je zou mijn lichaam eens moeten zien.' Zo sterk en zo goed voorbereid gingen de Tigers het best-of-five duel met de Flyers uit Heerenveen aan, dat zij in drie wedstrijden afgetekend de landstitel konden opeisen: 6-3, 6-1, 3-1.

Eigenlijk was het in het eerste duel, dinsdag in Heerenveen, al na twee periodes bekeken. Toen al was de Amsterdamse superioriteit duidelijk en wisten de Flyers dat zij kansloos waren. Zaterdag en gisteren maakte de ploeg van Andy Tenbult tot tweemaal toe de kruisgang naar de Jaap Eden-hal, waar zij tegen de ontketende Tigers niets hadden in te brengen. Al die dagen stond Berteling als een kapitein achter de spelersbank en regisseerde hij de voorstelling. ,,Op de bank ben ik heel nerveus. Na de wedstrijd ben ik kapot.' Het leek of hij per wedstrijdperiode groter werd, zonder opgeblazen te worden. ,,Dit is een ongelooflijk lekker gevoel', zei hij met de kampioensmedaille om de nek. ,,Ik word hier heel emotioneel van. In de kleedkamer moest ik warempel een traan wegpinken.'

mailIcon print |