*

 
dossier

Archief

Enkhuizen sloeg zijn VOC-erfenis in puin

Haro Hielkema − 30/03/02, 00:00

Ter gelegenheid van 400 jaar VOC heeft Enkhuizen een stadswandeling langs de erfenis van de Compagnie. Er is een brochure, verkrijgbaar bij VVV en stadhuis en er zijn onderweg informatieborden te vinden. De route is ongeveer 5 kilometer lang. Veel informatie over de VOC is er in het Zuiderzeemuseum, Wierdijk, dagelijks open van 10-17 uur. tel. 0228-351111, www.zuiderzee museum.nl). Het Enkhuizer Almanak Museum, Havenweg, is dagelijks behalve maandag open (tel. 0228-319826, www.enkhuizer-almanak.nl). VVV: tel. 0228-313164.

Enkhuizen heeft er kapitalen aan verdiend. Het is zelfs een schatrijk handelscentrum geweest. Maar met de ondergang van de Verenigde Oostindische Compagnie ging het ook hier mis. Aan het einde van de 18de eeuw werd het een dooie boel in het oude Zuiderzeestadje. Van ellende at het zichzelf op: het brak zijn panden af en verkocht het puin.

Daarom vind je ook nog maar twee gebouwen van de VOC in Enkhuizen: het Peperhuis, het specerijenpakhuis waar nu een deel van het Zuiderzeemuseum in gevestigd is, en het Snouck van Loosenhuis op de Dijk dat aan bewindhebbers van de Compagnie heeft toebehoord. Voor de rest moet Enkhuizen het hebben van verhalen, straatnamen en andere herinneringen. Verhalen van regenten, die in het Oost-Indisch Huis zetelden en de winsten op peper en nootmuskaat telden. En van werkloze zeelui die in de logementen rondhingen en hoopten op een schip te kunnen aanmonsteren. Namen als de Compagniestraat en de stegen Hel en Vagevuur of het Vrijdom. En verder zijn er herinneringen aan de rijkdom, die de VOC het stadje bracht en waarvan prachtige huizen werden gebouwd en havens en parken werden aangelegd.

Met een beetje fantasie zijn er in Enkhuizen dus plekken genoeg om in de wereld van de Compagnie te wandelen. Het begint al meteen op het plein voor het station dat genoemd is naar de Enkhuizer Dirk China, vermoedelijk de eerste Nederlander die (in dienst van de Portugezen) China en Japan bezocht. Op de voorgrond ligt een van de vele havens die de stad in de loop der eeuwen groef. Het decor wordt nu gevormd door de Drommedaris en de spitsige Zuiderkerktoren. In 1614, toen Enkhuizen zijn eigen VOC-Kamer had opgericht en meedeed aan de expansie van Indië, kon je van hier ook nog de Oost-Indische Toren en de Blauwe Toren zien, de hoge zoutketen (waar voor de haringstad bij uitstek het zout werd geraffineerd), de Westerkerk met haar houten toren en de scheepsmasten die overal in de stad boven de huizen uitstaken. Maar die zijn verdwenen of verstopt.

Het mooiste gezicht op de stad heb je nu bij het Vuurtje, zoals het ijzeren lichttorentje aan het begin van de haven genoemd wordt. Hier worden de lekkerbekjes verorberd, de beste dromen geboren en de aardigste leugens verteld -en het moet raar lopen als hier geen schuit voorbij zeilt.

Terug naar het station en de Parklaan in die langs het Snouck van Loosenpark loopt. Dit is een fraaie erfenis van een sociaal bewogen dochter uit de regentenfamilie die het hele bezit dat haar familie aan de VOC heeft verdiend, aan de stad naliet op voorwaarde dat er naast een ziekenhuis, bejaardenhuis en een kerkje ook arbeiderswoningen van gebouwd werden. De vijftig chalet-achtige huizen staan te midden van vijvers, tuinen en wandelpaden -welke werkman woont zo lommerrijk en luisterrijk?

Op weg naar de lager gelegen binnenstad passeren we de Dijk, waar het vroeger bierbrouwerijen regende. Bier was de volksdrank in de VOC-tijd, de gele motor die mensen op de been hield. Water was onbetrouwbaar, wijn een luxe. Er werd op de Dijk (op 82 en 72) niet alleen gebrouwen voor de stedelingen, maar ook voor de Oostindiëvaarders.

Afdalen naar het Venedie, een gedempte gracht, en via Harps- en Doelenstraat naar de Westerstraat: de winkelstraat van Enkhuizen. De beeldschone gevel op nummer 111 neemt de toeschouwer bij de neus. De façade is een replica van het 16de-eeuwse weeshuis, gebouwd in 1906 en gelardeerd met oude ornamenten. Ook aan de Eucheriuskapel op 128 is het nodige gesleuteld. Dit stukje nonnenklooster diende als gevangenis, concertruimte en gymnastiekzaal en herbergt nu winkeltjes en een restaurant met VOC-spijzen.

Dankzij de nonnen heeft de naastgelegen Westerkerk geen hoge toren gekregen, zo luidt de legende: de zusters waren bang voor inkijk. Dat er uit geldgebrek slechts een houten bouwwerk kwam, ligt overigens meer voor de hand. Daar kampt de stichting die de kerk beheert, nu ook mee. Het moet het overdekte plein van Enkhuizen worden, waar je zowel een 'Matthaüs' als een Smartlappenfestival of een culinair evenement kunt bijwonen. Het goudleerbehang is weer aangebracht in de kerkvoogdijkamer, de Librije met maar liefst vijf Blaeu-atlassen wacht nog op herstel en de kaalgestripte kerk is ook nog lang niet af.

Er is meer in de Westerstraat: een soephuis voor de armen (138), een pand waar de Westfriese munt werd geslagen (125), het huis van een VOC-bewindhebber (84), het 'gesticht van liefdadigheid' voor weduwen (73) en de sigarenzaak die nog exemplaren met VOC-merk verkoopt (57).

Maar de echte VOC-sfeer proef je aan de waterkant. Op de Dijk staat het huis van de familie Van Loosen. Op het Spui is nu een een museum van 'geduldsflessen', scheepflesjes die vaak aan boord werden gemaakt. En achter de Bocht, waar logementhoudsters VOC-zeelui uitbuitten, kun je treuren over de sloperszucht van de Enkhuizers: hier haalden zij in 1823 de Engelse Toren, een VOC-bolwerk, om en verkochten het puin. Hier sloopte hun nageslacht nog geen vijftig jaar geleden de stadsherberg uit 1598.

Dat lot bleef het Peperhuis op de Wierdijk bespaard. In dit VOC-gebouw lagen de specerijen opgeslagen en werden goederen geveild. Bij de jongste renovatie van het Zuiderzeemuseum werden in de zoldervloer nog peperkorrels aangetroffen, het ruikt naar peper en kaneel als vanouds en de voorgevel helt nog even ver naar voren als bij de bouw (zo werd het doorlekkende water snel geloosd). Het museum is het hele jaar gewijd aan de geschiedenis van de VOC.

Een eindje verder op de Wierdijk is Jan van Linschoten uitgebeeld, net als Dirk China wereldreiziger in Portugese dienst. Zijn reisverslag 'De Itenario' is stukgelezen en heeft vele kooplieden op Azië geattendeerd. Via de Compagniestraat, langs het Stadhuis en de Zuiderkerk, lopen we via De Drie Groene Eikels terug naar de Dijk. Ook hier waait de geest van de Compagnie nog overal rond, maar zijn de zichtbare erfenissen tot puin gehakt om de bodem in de schatkist van de stad te bedekken. Toen de Fransman Havard Enkhuizen twee eeuwen geleden bezocht, beschreef hij de stad als een kerkhof: de helft van de ruimte binnen de vesting was grasland geworden.

Die barbarij heeft de Drommedaris allemaal overleefd. Sinds 1540 waakt de stoere toren al over de stad. In haar schaduw schuilt sinds kort een museum voor het attribuut dat de stad ook wijd en zijd bekend gemaakt heeft: de Enkhuizer Almanak, uitgegeven sinds 1595, verguisd als folklore en vermaard om haar autoriteit. Eigenares Fransje Jongert wijdde een expositie aan Jacob Mossel, de Enkhuizer lichtmatroos die opklom tot gouverneur-generaal van Indië en maakte een speciale VOC-editie van haar almanak.

mailIcon print |