Tweeëntwintig jaar geleden baarde Gerard Nijboer opzien met de tweede wereldtijd op de marathon. Zijn 2.09.01 uur is internationaal al lang een modale tijd, in Nederland een nooit bereikt doel. Voor Nijboer is de cirkel pas rond als zijn record uit de boeken is gelopen, maar zijn helpende hand als bondscoach wordt slechts aarzelend gegrepen.
UFFELTE - ,,Ik heb zoveel aan mijn sport te danken, ik zou de wegatletiek enorm hebben beschadigd als ik had gezegd: 'jongens, ik heb een mooie tijd gehad. Nu kunnen jullie allemaal oprotten, ik heb er niets meer mee te maken'. Dat zou schandelijk zijn tegenover mijn vroegere begeleiders die zich altijd voor niets hebben weggecijferd.''
Met berusting in zijn stem zegt Nijboer dat hij uit zelfbescherming harder en zakelijker is geworden. Hoezeer de Drent de veramerikanisering ook verafschuwt, hij moest mee. Maar zij heeft het oude idealisme van hem niet kunnen doven. Net zomin als de onthutsende staat waarin Nijboer vijf jaar geleden de wegatletiek aantrof dat kon.
Europees kampioen, tweede van de Spelen en met 2.09.01 uur al 22 jaar Nederlands recordhouder. Wie zou daar zijn licht niet willen opsteken? Het antwoord bleek ontluisterend. Ofschoon twee generaties marathonlopers zich op zijn record hebben stukgebeten, werden zijn ideeën verworpen. ,,Mijn naam is te lang uit de boeken. Als je beste tijd uit '80 dateert, heb je een oude-lullenverhaal. Mijn opvatting dat je voor duursport kilometers moet maken, zei ze niets. Ze wezen naar Steve Jones die (in '84, red.) met 150 kilometer per week een wereldrecord liep. Harde, korte trainingen, dat spreekt aan. Maar vergeten wordt, dat je daarvoor alleen kan kiezen als je barst van het talent. De meesten moeten het hebben van hard werken.''
,,Toen ik in 1997 bij de atletiekunie begon was ik er vijf jaar uit geweest. Voor mij was er niets veranderd, maar alles bleek anders te zijn. Atleten vroegen mij tijd en vertrouwen voor hun eigen formule. De fout die ik heb gemaakt is, daaraan toegeven.''
,,Atleten bleken eilandjes. Ze trainden en praatten niet met elkaar. Je moest vooral een ander niet wijzer maken. Ik ben me kapotgeschrokken, het was een cultuurschok. Hoe is dit in hemelsnaam ontstaan?''
,,Het lullige is, dat ik deze functie voor een deel uit idealisme op me heb genomen. Het zou mooi zijn om van de wegatletiek een successport te maken. In prestatief opzicht heb ik aan de basis gestaan, ik vind het leuk om ook in het vervolg een rol te spelen, al is het maar een bijrol.''
,,Liefst was ik als loper gestopt op het moment dat iemand mijn record had verbeterd, zo nodig met mijn hulp. Dan was de cirkel rond geweest en had ik kunnen zeggen: de topsport heb ik gehad. Als dat was gebeurd, was ik waarschijnlijk geen coach geworden. Dan was dit niet nodig geweest.''
Het vergt offers van de man die dertig uur per week op de loonlijst staat maar er vorige maand tussen de 42 en 70 telde. ,,Uit zelfbescherming ben ik harder geworden. Je wordt soms overlopen en overvraagd. Er zitten dingen aan dit werk die ik eigenlijk niet wil maar die erbij horen. Als mens functioneer je minder. Met buren, de gemeenschap, de verhouding met de kinderen. Dat is niet gezond, maar daar zit iedereen mee in deze functie.''
Toen Nijboer voor het eerst sprak met Kamiel Maase, Nederlands grootste talent, was er de blik van herkenning. Vooral in de wijze waarop Maase overal een gedetailleerd antwoord had. ,,Als atleet had ik alles tot in detail voor elkaar, bijna als een robotman. Niets bijzonders, ik ging ervan uit dat iedereen dat had. Alleen ik misschien wat extra omdat ik minder begiftigd was met talent. Ik was introvert, op mezelf gefocust, daarom kreeg ik pas laat in de gaten dat de anderen minder diep nadachten.''
,,Zij bleken dingen niet goed voor elkaar te hebben, maar wel beter dan lopers na die tijd. Die hebben andere waarheden. Het sociale leven is belangrijk voor presteren, een goede relatie, uitgaan op zijn tijd. Het geldt niet voor iedereen, maar er zitten erbij waarvan ik me afvraag: hoe kun je zo denken, hoe kan zo'n kronkel ontstaan? Verbazingwekkend, ze geven zichzelf geen kans.''
Natuurlijk stoorde Nijboer zich aan het gemak waarmee werd gedacht over het verraderlijke avontuur. ,,Nederlands record, olympische limiet, het wordt ze in de mond gelegd. Dat is iets van deze tijd, je moet je bek open hebben. We zijn verder veramerikaniseerd dan we willen geloven. De pers is anders geworden, die vraagt mensen met bravoure. Bij falen wordt niemand er meer op afgerekend. Je mag dromen hebben, die mogen ver gaan, maar je moet realist blijven. Wie zich voor de marathon opfokt, is verloren. Die verspilt energie.''
Grootste probleem is, dat niet op duurvermogen maar op snelheid wordt getraind. Die verschuiving is voortgekomen uit de middenlange-afstandcultuur die we in Nederland hebben. ,,Ik dacht dat het een euvel van de wegatletiek was, maar het speelt ook op de baan. Honoré Hoedt (collega-bondscoach, red.) sloeg de spijker op zijn kop toen hij zei: 'training bestaat tegenwoordig 25 procent uit lopen en 75 procent uit oefeningen doen'. Dat moet andersom.''
Nijboer vond zijn gelijk curieus genoeg in de wetenschap, die hij altijd heeft gewantrouwd. ,,Dat doe ik nog altijd, er worden nieuwe dingen ontdekt en de oude wetenschap is dan niet waar. Maar ons project maakt duidelijk dat er niet veel keuze is. Het bevestigt wat ik altijd heb gedacht. Alleen kan ik nu zeggen: het komt niet van mijzelf.''
,,We zijn begonnen het systeem te veranderen. Er is veel oppositie van coaches die het een schande vinden kinderen duurlopen van drie kwartier te laten doen. Hoe ze erbij komen dat het schadelijk is, snap ik niet. Met mijn zware lijf deed ik als zeventienjarige elke week een duurloop van twee uur. Kijk wat Afrikanen doen. Het is niet schadelijk, mits je het in een rustig tempo doet. Maar toppers beginnen met zestien kilometer per uur. Het is extreem doorgeslagen, we zoeken nu naar balans.''
Nijboer wil dienstverlener zijn. Wat indruist tegen zijn democratische inborst is de autoriteit die wordt geëist. ,,Je moet een harde huid hebben. Wie niet wil, zoekt zijn eigen weg. Dat werkt. We hebben nu een centrum naar Spaans voorbeeld met een team begeleiders. Dat spreekt aan, je ziet talenten naar Papendal verhuizen. We hebben weer atleten die bij een groep willen horen, dat hebben we lang gemist.''
Het past binnen een van Nijboers idealen: een structuur die doorstroming van talent garandeert. Een ander is de sport verkopen. ,,Wielrennen doet dat goed, de wegatletiek kan dat nog makkelijker. In de marathon van Rotterdam starten recreanten in dezelfde wedstrijd als de toppers, een prachtproduct. Het is jammer dat wegatletiek niet is gekoppeld aan de wielerunie. Binnen de KNAU zit op dit gebied soms een rem op onze ontwikkeling. Onze georganiseerdheid en pr liggen op een ander vlak dan die van baanatletiek. Ik voel veel meer verwantschap met wielrennen. Lopen is misschien meer individualistisch ingesteld, maar je moet ook met teams kunnen werken.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.