*

 
dossier

Archief

Achterstallig loon van eeuwen

Gijs Moes − 20/04/02, 00:00

Kroonprins Willem-Alexander heeft spijt betuigd over Nederlands slavernijverleden. Of in ieder geval wroeging betoond, het woord dat minister Van Boxtel van integratiebeleid eerder ook gebruikte. Van excuses is nog geen sprake, laat staan van compensatie. Maar de rechtszaken die in de VS inmiddels zijn aangespannen, inspireren ook nazaten van slaven in Nederland.

Ongeveer 250 jaar, van begin zeventiende tot eind negentiende eeuw, waren Nederlanders betrokken bij slavernij en slavenhandel. Dat was niet meteen vanzelfsprekend: De eerste, op de Spanjaarden buitgemaakte slaven werden nog vrijgelaten omdat slavernij als onmenselijk werd gezien. Maar korte tijd later zagen Nederlandse handelslieden in dat er goed te verdienen was met het vervoer van mensen van Afrika naar de nieuwe wereld.

De economie van Nederlands Brazilië, Suriname en de Antillen draaide op slavenarbeid. Hoeveel daarmee verdiend werd, is met geen mogelijkheid meer te achterhalen. Volgens historicus Piet Emmer stelden de verdiensten weinig voor, met marges op de slavenhandel van twee à drie procent, en leden veel plantages zelfs verlies. Collega Alex van Stipriaan Luïscius vindt Emmers benadering kortzichtig. ,,Er was heel veel economische spin off. De slavernij heeft de Nederlandse economie grote 'positieve' impulsen gegeven, maar dat valt nauwelijks te berekenen.''

Planters trokken vaak, via een handelshuis, kapitaal aan van particulieren. Als ze in financiële problemen kwamen, nam het handelshuis de leiding over. Vaak bleef de planter wel in functie, als administrateur. ,,Sommigen werden daar alsnog stinkend rijk mee'', aldus Van Stipriaan. Duidelijk is dat sommige Nederlandse scheepseigenaren en handelaren goed verdiend hebben aan de slaven.

In de Verenigde Staten werkt een dream team van advocaten, onder leiding van Johnnie Cochran (bekend als verdediger van OJ Simpson) nu aan claims tegen een aantal bedrijven. De claimanten maken zich niet druk om de hoogte van de verdiensten en benaderen de zaak van de andere kant: ze eisen het 'achterstallige loon', plus rente, voor alle slaven op. Volgens deze methode rollen al gauw bedragen van vele miljarden uit de bus.

De Amerikaanse situatie is -juridisch gezien- eenvoudiger dan de Nederlandse, omdat alles zich in één land afspeelt. Bovendien zijn er bestaande bedrijven aan te wijzen die slaven hebben gebruikt, of die in ieder geval hebben verdiend aan de slavernij. Een van die bedrijven is verzekeringsmaatschappij Aetna, die plantages en slaven verzekerde voor hun eigenaren. Aetna heeft daar excuses voor aangeboden. Het bedrijf, sinds 2000 eigendom van de Nederlandse ING Groep, staat tegenwoordig juist bekend om zijn beleid van 'positieve actie'.

Ook kopieerbedrijf Océ is indirect betrokken in de Amerikaanse zaak, via dochterbedrijf Arkwright. In de bedrijfsgeschiedenis valt te lezen dat James DeWolf met zijn winst uit slavenhandel weverij Arkwright in Rhode Island oprichtte.

Nederlandse bedrijven die verdienden aan slavernij en slavenhandel en nog altijd bestaan, zijn niet zo snel aan te wijzen. Onder rederijen en verzekeraars moeten er wel te vinden zijn. Zo zou Hudig, inmiddels eigendom van het Amerikaanse Aon, vroeger slavenschepen verzekerd hebben. ,,Met name de handel op Oost- en West-Indië was lucratief, maar kende ook aanzienlijke gevaren'', zo beschrijft Aon Nederland op het internet de oorsprong van het bedrijf. De geschiedenis blijkt terug te gaan tot Evert van Heijningen, die aan het eind van de zeventiende eeuw schepen en hun lading verzekerde.

De Nederlandse Handelmaatschappij, een van de voorlopers van ABN Amro, kan ook een rol gespeeld hebben in de Surinaamse plantage-economie. Het bedrijf werd opgericht in 1814, het jaar dat Nederland de slavenhandel verbood -de slavernij zelf werd pas in 1863 afgeschaft.

Van Stipriaan ziet veel haken en ogen aan het indienen van claims. ,,De eerste vraag waar je mee zit, is of er bestaande bedrijven zijn die de rechtsopvolgers zijn van de achttiende en negentiende eeuwse firma's die geld verdienden aan slavenhandel en slavernij. Het zal vaak gaan om een dochter van een dochter van een dochter. Als je al claims kunt indienen, dreigt het volstrekte willekeur te worden. Je pakt dan een paar bedrijven aan die te traceren zijn, dat kunnen heel kleine spelers zijn, terwijl de grote misschien buiten schot blijven.''

Advocaat Gerard Spong ziet wel degelijk mogelijkheden om claims in te dienen. Hij zou zijn pijlen niet alleen op bedrijven richten, maar ook op de overheid en op nazaten van slavenhouders en -handelaren, zoals het Koninklijk Huis. ,,Het Mauritshuis in Den Haag is gefinancierd door Johan Maurits van Nassau, die veel heeft verdiend aan de slavenhandel'', aldus Spong. ,,Hij had zelf slavenschepen.''

Cruciaal in Spongs redenering is dat in het strafrecht misdaden tegen de menselijkheid niet verjaren, bijvoorbeeld bij het vervolgen van oorlogsmisdadigers. ,,Als je dat principe civielrechtelijk kunt doortrekken, is de eerste hobbel genomen'', aldus Spong. Hij denkt de verdiensten uit slavernij en slavenhandel te kunnen vangen onder 'onrechtmatige verrijking'. ,,Ik heb nog maar een eerste verkenning gedaan en wacht nu op mensen die inderdaad een claim willen indienen.''

Roy Groenberg, voorzitter van de Stichting Eer en herstel betalingen slachtoffers van slavernij in Suriname, heeft Spong inmiddels laten weten dat hij denkt over claims. ,,Met andere organisaties, zoals het Comité 30 juni/1 juli, Ons Suriname en Opo, zijn we de zaken op een rijtje aan het zetten. Ook in de VS is er eerst diepgaand onderzoek gedaan. We moeten niet zomaar iets roepen.''

Groenberg hoopt dat bedrijven en families die zich aangesproken voelen de claims niet afwachten. ,,Juist met de onthulling van het monument voor het slavernijverleden op komst, zou het een goede zaak zijn als ze zichzelf melden. Als ze bereid zijn met de Surinamers om de tafel te gaan zitten en de zaken af te ronden.''

Met een claim wil Groenberg geen conflict creëren. ,,In Nederland is het heel normaal om naar de rechter te gaan als je niet tot een vergelijk kunt komen. Dat is geen aanleiding om boos te worden, we zijn niet op oorlogspad. Maar het is beter als de betrokken bedrijven en personen de hand in eigen boezem steken.''

Van Stipriaan, lid van het Platform Slavernijverleden, zet vraagtekens bij de wenselijkheid van claims. ,,Moet je 't wel doen? Dit doorkruist het proces wat juist op gang is gekomen. Mensen beginnen het net over het slavernijverleden te hebben, al is het nog maar in een embryonaal stadium.'' Op 1 juli wordt het monument voor het slavernijverleden onthuld, de discussies over een instituut dat dat verleden onderzoekt zijn nog gaande.

Van Stipriaan verzet zich al jaren tegen het taboe dat volgens hem in Nederland rust op de minder fraaie kanten van het koloniale verleden. De discussie over claims draagt volgens hem niet bij aan het doorbreken van dat taboe. ,,Dit gaat alleen maar om geld. Natuurlijk is het winst dat het onderwerp weer in de aandacht is, maar het verlies is groter. Als het alleen een geldkwestie zou zijn, dan is het ook opgelost met een vergoeding. Dat kan de opgebouwde goodwill weer verspelen.''

In de Verenigde Staten liggen de zaken volgens hem anders. Daar beloofde president Abraham Lincoln de vrijgelaten slaven in 1863 thirty acres and a mule, een stukje grond van circa twaalf hectare en een muilezel om die grond te bewerken. Maar Lincolns opvolger Andrew Johnson blies de deal weer af. ,,Dat is altijd een latente claim gebleven'', aldus Van Stipriaan. ,,Marcus Garvey (de Jamaicaanse profeet) bracht het in de jaren dertig weer op, black power in de jaren zestig, Jesse Jackson in de jaren tachtig en nu is het weer hot.'' In Nederland is er nooit zo'n belofte gedaan.

Van Stipriaan vreest dat praten over geld afleidt van de echte discussie. ,,Wat is de erfenis van de slavernij voor de Surinaamse, Nederlandse en West-Afrikaanse samenlevingen? Daar gaat het om, maar dat verhaal komt zo niet ter sprake. En voor je het weet, gaat het vooral om de belachelijkheid van claims. Nederlanders zeiden altijd al vrij gemakkelijk: wat een gezeur, je moet vooruit kijken. Dat past natuurlijk naadloos in de Fortuyn-praat van dit moment. Zo hoor je niemand meer over de trauma's die de slavernij heeft veroorzaakt.''

Van Stipriaan vindt het daarom belangrijk dat de overheid een gebaar maakt, zoals de 'diepe wroeging' die minister Van Boxtel heeft uitgesproken. ,,Zo'n gebaar kan ook financieel zijn.'' Het oprichten van het monument en een slavernij-instituut is daar volgens hem een goede vorm voor. ,,Die benadering komt de hele samenleving ten goede.''

Maar ook Groenberg, die zich Kaikusi (tijger) noemt naar het eerste Surinaamse slachtoffer van het kolonialisme, gaat het naar eigen zeggen niet in de eerste plaats om geld. Hij vraagt vooral aandacht voor de Afrikaanse en inheems-Surinaamse cultuur, die de slaven en de oorspronkelijke bewoners ontnomen is. ,,Het gaat om eerherstel, om respect. Ons huis is stuk geslagen, dus moet het gerepareerd worden. De striemen op ons lichaam zijn weggewerkt, nu willen we ook die op onze geest wegwerken. Sommige mensen hoeven helemaal geen compensatie, anderen willen misschien een winti-tempel bouwen terwijl ze daar nu geen geld voor hebben.'' Groenberg denkt verder aan studiebeurzen en subsidies voor starters, niet direct aan uitkeringen aan individuele nazaten.

Geld is niet het doel, het kan volgens Groenberg wel degelijk een middel zijn om de schade te repareren. Een claim kan volgens Groenberg louterend werken. ,,Zo kunnen we dit dossier in een keer afsluiten en naar de toekomst kijken.'' Hij richt zich op dezelfde groepen als Spong. ,,Het gaat om bepaalde bedrijven, zoals banken en verzekeringsmaatschappijen, en sommige families. Het Huis van Oranje, dat wij overigens zeer respecteren, is er daar een van.''

Groenberg is niet onder de indruk van het argument dat de slavernij te lang geleden bestond om nu nog claims in te dienen. ,,Onlang is nog vierhonderd jaar VOC herdacht, dan is de afschaffing van de slavernij, 139 jaar geleden, niet zo ver weg. Mijn overgrootmoeder was nog slavin. En misdaden tegen de menselijkheid verjaren niet.''

Hij waarschuwt dat er snel iets moet gebeuren. ,,Nederland mag trots zijn op zijn Surinamers, want we zijn heel braaf. Maar je kunt de mensen ook te veel tergen, de kruik gaat zolang te water tot ze barst.'' De enigen die in 1863 compensatie kregen van de overheid waren de slaveneigenaren, omdat hun bezit werd afgenomen. ,,Voor ons was er alleen een kerkdienst, met een priester die de slavernij altijd gesteund had.''

mailIcon print |