*

 
dossier

Archief

StemmingMaken

Willem Breedveld − 20/04/02, 00:00

Kwaaie koppen, overslaande stemmen, argumenten boven en steken onder de gordel. Er wordt weer gevochten om de zetels. Willem Breedveld volgt de strijd met drie professionele waarnemers van het politieke bedrijf: Liesbet van Zoonen, hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Universiteit Maastricht en hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam, Jos de Beus, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, en Menno Hurenkamp, programmamaker bij het politiek-cultureel centrum De Balie. Zij bespreken waan en werkelijkheid van de afgelopen campagneweek.

Niemand durfde de afgelopen week hardop te zeggen dat het spel van de val van het kabinet-Kok ook zo gespeeld is om Pim Fortuyn de wind uit de zeilen te nemen. Fortuyn zou er als enige, samen met de SP misschien, in deze campagne van geprofiteerd hebben als het kabinet na het verschijning van het Niod-rapport was blijven zitten.

Met priemende vinger zou Fortuyn gesneerd hebben dat voor dit kabinet het eigen hachje zwaarder weegt dan de moord op duizenden moslimmannen. Politici hebben daarom -bewust of onbewust- aangestuurd op een gebaar van Kok, op een offer.

De Beus: ,,Ik kan geen hard bewijs aanvoeren, maar voor mij staat vast dat Kok vorige week de ministerraad is ingegaan met het idee: het moet mogelijk zijn op basis van dit tamelijk milde Niod-rapport aan te blijven. In dit scenario zou het kabinet fouten hebben erkend, zelfkritisch zijn geweest, met name over de uitzending van Dutchbat, maar zou het de verdere gang van zaken tot en met de val en de massamoord onder de noemer van het onvermijdelijke hebben gerangschikt.''

,,Makkelijk zal het overigens niet geweest zijn. Ook vorige week al zal er gediscussieerd zijn over de bezwaren van De Grave en de gewetensproblemen van Pronk. Maar men zal gedacht hebben: komt tijd komt raad. We komen er wel uit. Naar wat er nadien gebeurd is, kan ik alleen maar gissen. Ik denk dat er paniek uitgebroken is. Mensen zullen zich afgevraagd hebben of zij zo'n confrontatie met Fortuyn wel aankonden, of zij de kiezers onder ogen konden komen. Misschien zal men zich ook afgevraagd hebben of het tot dusverre zo aardige en vriendelijke CDA in deze opzet was meegegaan. Zo nee, dan zou de chaos compleet zijn geworden en Fortuyn misschien op dertig zetels komen. Uiteindelijk zal Kok gedacht hebben: het is beter dat ik aftreed.''

Hurenkamp: ,,Wil je nu beweren dat Kok en Melkert de koppen bij elkaar hebben gestoken, en samen het plan hebben uitgebroed: Kok als jij nu aftreedt, moet het hele kabinet wel aftreden. Dan slaan we meteen twee vliegen in één klap. We kunnen de verdeeldheid in eigen kring toedekken en Fortuyn bij de verkiezingen uitschakelen. Dat is wel erg cynisch.''

De Beus: ,,Ik sluit niet uit dat Kok een eigen afweging heeft gemaakt. Ik ontken ook niet dat hij op dat punt integer is geweest. Het enige wat ik zeg is dat dit soort overwegingen een rol hebben gespeeld. Het zijn politici.''

Hurenkamp: ,,Dat is dan buitengewoon goed uitgepakt. Ik heb de indruk dat Fortuyn na deze gebeurtenissen in elkaar gekrompen is. Ik zag hem op televisie reageren op het aftreden. Als een schichtige, schlemielige hyena sloop hij om zijn prooi. Uiteindelijk kwam hij met de halfbakken reactie dat dit aftreden ook niet precies was wat hem voor ogen had gestaan.''

De Beus: ,,Het spijt me, voor één keer moet ik Fortuyn krachtig bijvallen. Natuurlijk, het is waar dat Kok met dit aftreden een belangrijk signaal heeft gegeven aan de internationale gemeenschap om voortaan de verantwoordelijkheid onder ogen te zien. Dat is tot dusverre niet gebeurd. Waar is ook dat Kok op een overtuigende manier een begin heeft gemaakt met het eerherstel van de ministeriële verantwoordelijkheid die onder zijn bewind totaal was uitgehold. Maar je moet toch vaststellen dat dit aftreden ongrijpbaar is, er zijn geen inhoudelijke gronden voor aan te wijzen. Het is een gebaar. Meer ook niet. Voor het overige heeft Kok vooral veel mist opgetrokken.''

Hurenkamp: ,,Mist of niet. Het effect is wel dat de Pronk-vleugel in de PvdA is lamgelegd. Kok heeft er ook mee bereikt dat hij op het wereldtoneel het nodige gezag heeft verworven en dat in eigen land uitsluitend met groot respect over hem gesproken wordt. Het geweeklaag over de puinhopen van zijn kabinet, de wachtlijsten, de chaos bij de NS, het moeizame WAO-gebeuren, zijn tot zaken van de tweede orde verklaard. Fortuyn heeft een harde tik gekregen en GroenLinks is met de Pronkachtigen op afstand gezet.''

De Beus: ,,Dat is de tevredenheid van de PvdA-olifanten. Van de Van Thijns en de Pepers die er geen genoeg van krijgen om Kok te bejubelen. Maar dat effect is de afgelopen dagen alweer versiepeld. Waarom weigerden Melkert en Kok aanvankelijk een kamerdebat over het Niod-rapport? Daar sprak beduchtheid uit voor een confrontatie met de feiten. Alsof de kiezer dat niet in de gaten heeft.''

Van Zoonen: ,,Ik ben het met Jos eens. Neem alleen al die absurde verdediging: niets doen was geen optie. Dat is een onaanvaardbare versimpeling van de werkelijkheid. Dat is een manier om de zaak goed te praten, het is een beroep op het onvermijdelijke, een manier ook om, zoals Kok zegt, iedereen recht in de ogen te kunnen kijken. Kiezers hebben dat door. Mijn conclusie is daarom dat dit aftreden de coalitie geen voordeel en ook geen nadeel oplevert. Er zat gewoon niets anders op dan af te treden.''

Misschien is het probleem wel dat de politiek krampachtig onderscheid maakt tussen de begrippen schuld en verantwoordelijkheid. Door alleen maar over verantwoordelijkheid te willen spreken, kun je de schuld tot nul reduceren. Zeker nu het gaat om een gebaar waarmee Kok de verantwoordelijkheid op zich neemt van drie achtereenvolgende kabinetten en van een falende internationale gemeenschap. Dit is zo veelomvattend dat er voor individuele verantwoordelijkheid geen ruimte meer is.

Van Zoonen: ,,In het buitenland doen ze niet zo moeilijk over schuld en verantwoordelijkheid. Daar heet het gewoon dat Nederland schuld erkent, zich geblameerd voelt door de gang van zaken en dat het kabinet daarom is afgetreden. En zo is het ook.''

De Beus: ,,Kok plaatst zichzelf in de rol van oppergod, een opperkok die alle zonden op zijn schouders neemt. Hoe opofferingsgezind dit lijkt, ik zie het als een voortzetting van het vluchtgedrag. Volgens dit draaiboek moeten we Kok dankbaar zijn dat hij de volle verantwoordelijkheid op zich genomen heeft, maar verder moet niemand zeuren over individuele verantwoordelijkheid, laat staan schuld. Die vragen worden doorgeschoven naar de parlementaire enquêtecommissie, tot na de verkiezingen dus.''

Van Zoonen: ,,Eigenlijk demonstreert de politiek hoe goed zij wel is. Dit aftreden is geen boetedoening, maar een daad die voor alle partijen minus Fortuyn alleen maar voordeel oplevert. Hoe durven ze.''

En intussen, zegt Van Zoonen, schuiven slachtoffers en nabestaanden verder uit beeld: ,,De afgelopen dagen is het volle accent op ons gevallen. Op Nederland, op de politiek, op de staatsrechterlijke complicaties. Over Srebrenica, over de slachtoffers, over de nabestaanden nauwelijks een woord. Dat is narcistisch. Het gaat over ons, terwijl het vooral ook over de mensen van Srebrenica had moeten gaan. Wat kunnen we voor hen doen? Hoe kunnen we hen onder ogen komen? Het beste moment van de week was daarom voor mij toen Kok aankondigde dat een poging wilde ondernemen met de mensen van Srebrenica in contact te komen. Ik zou willen dat het parlement daar komende weken vooral mee bezig is.''

,,Ik weet het, dat is lastig. Voor de mensen in Srebrenica legt de erkenning van collectieve verantwoordelijkheid geen enkel gewicht in de schaal. Zij willen weten wie hun zoon of vader op het beslissende moment in de steek heeft gelaten. Zij willen dat mensen zich verantwoorden voor hun daden, liefst voor een rechtbank.''

De Beus: ,,Dat gaat niet. Zo'n drama laat zich niet juridiceren. Dutchbatters oefenden een exclusieve overheidstaak uit. Het is aan de politiek daarover oordelen. Maar dat moet dan ook wel gebeuren. Ik voel me beroerd dat we het in de ogen van deze mensen niet goed doen. We zijn eraan gewend als pacificerende, rechtbrengende handelsnatie gewaardeerd te worden. Nu staan we als hypocriet te boek. Je voelt je onzeker als je de aarzeling ziet bij deze mensen om je een hand te geven. Of je bezoedeld bent. Daar moeten we echt iets aan doen.''

Van Zoonen: ,,Zeker, maar realiseer je wel dat het inmiddels zeven jaar geduurd heeft voor we ons die vraag stellen. In al die jaren is er wel iets gebeurd; Nederland draagt volop bij aan de wederopbouw van Bosnië. Maar wat er echt fout zit in die relatie is nooit aan de orde gekomen. Zo gaat het bij een echtscheiding ook vaak. De vrouw wil er vaak wel over praten. Maar de man doet meestal of er geen problemen zijn, kijkt de andere kant op. Tot de klap valt en het te laat is. Politiek is een masculien bedrijf.''

mailIcon print |