*

 
dossier

Archief

Heel Servië wordt gestraft

Nicole Lucas − 23/02/02, 00:00

Slobodan Milosevic is een oorlogsmisdadiger die levenslang verdient, zegt Aleksa Djilas. Tegelijk volgt de Servische historicus het proces tegen de voormalige Joegoslavische president met gemengde gevoelens. ,,Er is maar één Serviër met 'wereldfaam', en dat zal de komende vijftig jaar zo blijven''.

Het zijn mooie tijden voor politiek tekenaar Predrag Koraksic, alias Corax. Na de eerste dag van het proces tegen Slobodan Milosevic tekende hij een verdachte die arro gant recht overeind blijft zitten, terwijl om hem heen de doodshoofden zich opstapelen.

Drie dagen later verscheen Milosevic aan de lezers van het dagblad Danas in de gedaante van Moeder Teresa. Een verwijzing naar (onder meer) de bewering van de ex-Joegoslavische president dat Ibrahim Rugova, leider van de Albanezen in Kosovo, het aan Milosevic te danken heeft dat hij nog leeft.

Het zou Aleksa Djilas niet eens verbazen als dit klopt. ,,Het beeld dat van het regime van Milosevic bestaat, kent geen nuances. Maar de werkelijkheid was veel complexer''. Djilas (49), historicus en socioloog, is een bekend Balkanpublicist en zoon van de in 1995 overleden Joegoslavische dissidente communiste Milovan Djilas. Net als veel landgenoten heeft hij het proces tegen Milosevic de afgelopen dagen nauwkeurig gevolgd. Tegenover de buitenwereld houden de Serviërs weliswaar de schijn van desinteresse op, maar binnenskamers houdt het proces hen wel degelijk in de ban. En dat geldt zeker voor de media.

Afgelopen weekeinde maakten kranten en tijdschriften de eerste balans op. Het was een sombere. Op 5 oktober 2000, toen de Serviërs een eind maakten aan het bewind van Milosevic, hebben we ons enigszins gerehabiliteerd in de ogen van de wereld. Met het proces in Den Haag zijn we terug bij af, constateerde Liljana Smajlovic in het weekblad Nin. Want Carla del Ponte mocht vorige week dan beweren dat het proces slechts één man aanspreekt op zijn individuele verantwoordelijkheid, het daarop volgende betoog van haar collega Geoffrey Nice schetste niet slechts een kwaadaardig man, maar een kwaadaardige natie.

,,Uiteraard worden we gestigmatiseerd'', zegt Djilas nuchter. ,,De vraag of we collectief schuldig zijn, doet er eigenlijk niet eens meer toe, want we zijn al collectief gestraft. Economisch verkeren we op hetzelfde peil als tien jaar geleden, er wonen 700 000 vluchtelingen in Servië en de enige Serviër met wereldfaam is Slobodan Milosevic. En dat zal de komende vijftig jaar ook zo blijven, tenzij een Serviër het medicijn ontwikkelt tegen kanker.''

Anders dan veel landgenoten heeft Djilas er geen moeite mee Milosevic schuldig te verklaren: ,,Hij is een oorlogsmisdadiger, die levenslang verdient''. Hij heeft handig ingespeeld op nationalistische gevoelens onder de bevolking. Dat dat nationalisme bestond en bestaat, staat voor Djilas eveneens vast.

Nationalisme, schreef hij in 1993 in het invloedrijke Amerikaanse Foreign Affairs, is sinds de 19de eeuw de krachtigste ideologie in Centraal- en Oost-Europa en de intelligentsia spelen daarbij een belangrijke rol. Het Servisch nationalisme heeft een bijzonder trekje, schreef hij ook: meer dan anderen zijn Serviërs ervan overtuigd dat de geschiedenis hen onrechtvaardig heeft behandeld.

Anders dan veel buitenstaanders is Djilas, die in 1991 een alom gewaardeerde geschiedenis schreef van Joegoslavië onder de titel 'The contested country', echter niet bereid alle schuld voor het bloedige eind van Joegoslavië op de schouders van Milosevic en de Serviërs te leggen. Hij heeft zich geërgerd aan de historische schets die Geoffrey Nice vorige week presenteerde. Eenzijdig, oordeelt hij, soms regelrecht fout. ,,Als je de misdaden noemt die Servische royalisten hebben begaan in de Tweede Wereldoorlogen, en die hebben ze begaan, moet je ook stilstaan bij wat de Kroatische fascisten hebben gedaan. En moet je ook noemen dat de SS in Bosnië twee divisies van moslims kon vormen.''

Djilas vraagt zich af waarom Del Ponte en haar voorgangers de aanklacht tegen Milosevic niet hebben beperkt. ,,De rol van Milosevic bij het begin van de oorlog in Bosnië was makkelijk te bewijzen. In 1992 was het een publiek geheim dat het Servische ministerie van binnenlandse zaken allerlei paramilitaire organisaties in Oost-Bosnië van wapens voorzag. En zijn rol bij de verdrijving van Albanezen uit Kosovo na het begin van de Navo-bombardementen, is ook duidelijk.''

De aanklagers willen echter veel meer: het bewijs leveren van het bestaan van een 'criminele onderneming', met als doel het creëren van een Groot-Servië. Zo'n plan was er niet, daarvan is Djilas overtuigd. De aanklagers kunnen daarom hun stelling alleen bewijzen door de geschiedenis geweld aan te doen. Niet alleen die van de Tweede Wereldoorlog, maar ook die van minder lang geleden. Aan de rol van de in 1999 overleden Kroatische president Franjo Tudjman wordt, ten onrechte, volledig voorbijgegaan, aldus Djilas. ,,Het ene nationalisme wordt uitvergroot, het andere amper genoemd.''

En het verhaal over het - ook door Nice aangehaalde - Memorandum van de Servische Academie van Wetenschappen uit 1986 moet nu eindelijk eens juist verteld. ,,Er was helemaal geen memorandum. Er is een eerste versie geweest van een stuk, waaraan misschien een half dozijn wetenschappers heeft gewerkt. Toen is het door de politie in beslag genomen.'' Djilas wil daarmee niet ontkennen dat het ideeën bevatte die meer mensen aanspraken dan dat kleine groepje. ,,Maar presenteer zoiets niet als een officieel stuk dat de goedkeuring kreeg van de hele Academie. Dat is gewoon niet waar.''

Djilas hoort bij een grote groep Serviërs die Milosevic liever in Belgrado voor de rechter had zien verschijnen. ,,We hebben hem verkocht. Dat is niet hoogstaand.'' Belangrijker echter vindt hij dat, met het proces in Den Haag, de zo noodzakelijke morele catharsis wordt uitgesteld. Natuurlijk, hij realiseert zich dat velen Milosevic voor het gerecht hadden willen zien, vanwege de puinhoop die hij er uiteindelijk in eigen land van heeft gemaakt, en niet voor wat hij anderen heeft aangedaan. ,,Het besef moet groeien. We missen nu eenmaal het niveau van de intellectuelen die bijvoorbeeld in Duitsland aan zelfonderzoek hebben gedaan. Maar met Milosevic in Den Haag, die in de aanval gaat en soms ook gelijk heeft, duurt het alleen maar langer.''

Ook van de huidige Servische regering van Zorn Djidjic gaat wat dat betreft geen initiatief uit. ,,Ze brengen de samenwerking met het tribunaal als pure noodzaak en doen verder krampachtig alsof het hen niet aangaat.'' Wat natuurlijk niet zo is. ,,Want Milosevic heeft een punt als hij zegt dat, toen hij zijn handen in 1995 aftrok van de Bosnische Serviërs, het Djindjic was die het aanlegde met Karadzic.''

Milosevic zal veroordeeld worden, dat lijdt voor Djilas geen twijfel. En zolang dat voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid is, heeft dat ook zijn instemming. De beschuldiging van genocide snijdt echter geen hout, vindt hij. ,,Srebrenica was een tragedie, maar geen genocide. Dat was het geweest als ook vrouwen en kinderen waren vermoord''.

Een groot deel van de Servische pers gaat er echter van uit dat Milosevic ook op dat punt schuldig zal worden verklaard. En dat daarvoor niet alleen hij, maar heel Servie zal worden gestraft: de uitspraak zal door de omringende landen worden gebruikt om herstelbetalingen te eisen.

Het kan, knikt Djilas. ,,De vorige Amerikaanse ambassadeur in Kroatië, Peter Galbraith, die overigens in het geheim het Kroatische leger vanuit Iran liet bewapenen, heeft eens gezegd dat Servië Kroatië 29 miljard dollar schuldig is. Hoe meer, hoe beter, denk ik wel eens, want het is natuurlijk volstrekt duidelijk dat we dat soort bedragen niet kunnen betalen. Het zou tot een volledige ineenstorting van de economie leiden. En dat weer tot een enorme vluchtelingenstroom. Daar zit Europa niet op te wachten. Ik denk dan ook dat het niet zover zal komen. Er zal een soort compromis worden gevonden.''

De Serviërs zelf hebben daarbij niet zoveel in te brengen. ,,Er zit hier nu een Quisling-regime en de komende 20 jaar zal dat niet anders zijn.'' Het enige voordeel, aldus Djilas, is dat 'onze meesters deze keer redelijk beschaafde landen zijn'. ,,We zullen doen wat ons door Europa wordt opgedragen. En dan zal het ons langzaam een beetje beter gaan.''

Er wacht de Serviërs bepaald geen gouden toekomst, meent hij, maar het is voor hem zelf geen reden (opnieuw) te vertrekken. Djilas studeerde en werkte jarenlang in het buitenland: in 1993 gaf hij zijn baan aan het Amerikaanse Harvard op om terug te keren naar Belgrado. ,,Ik moet niets hebben van het romantisch nationalisme dat Serviërs op een voetstuk plaatst en van Servië heilige grond. Wij zijn verder niets bijzonders. Maar ik voel me gewoon hier meer thuis dan ergens anders.''

mailIcon print |