Hij zit alweer in Bagdad en deze week kon hij getuige zijn van het eerste optreden van 'zijn' VN-wapeninspecteurs die in Irak op zoek gingen naar verboden wapens. En deze eerste keer verliep dat zoals de Zweed Hans Blix dat graag ziet: 'gladjes', dus zonder vervelend gedoe met de Irakezen.
Hans Blix is sinds januari 2000 hoofd van de United Nations Monitoring, Verification and Inspection Commission, oftewel de VN-wapeninspecteurs, die voor 2000 nog United Nations Special Commission (Unscom) heetten. Un scom werd in 1998 door de Iraakse dictator Saddam Hoessein het land uitgezet, zodat er gedurende bijna vier jaar geen directe controles zijn geweest op wat Saddam op het gebied van wapens aan het doen is.
Blix is niet de jongste meer, hij is 74 jaar oud, was al met pensioen en je vraagt je af wat hij op die leeftijd nog moet in de Iraakse woestijn waar het rond het middaguur tegen de vijftig graden heet kan worden. Puur plichtsbesef, zeggen mensen die hem kennen, heeft Blix er in januari 2000 toe aangezet 'ja' te zeggen op de vraag van VN-secretaris-generaal Kofi Annan of hij hoofd van Unmovic wilde worden. Plichtsbesef en het idee dat hij kan bijdragen aan een betere wereld, zoals dat eigenlijk zijn hele levensloop al heeft bepaald.
Hans Blix werd in 1928 in Uppsala geboren als zoon van een professor. Hij studeerde volkenrecht in Stockholm, New York en het Britse Cambridge. Hij werd zelf hoogleraar in Stockholm en begin jaren zestig voegde Blix zich bij de Zweedse delegatie van de Algemene Vergadering van de VN. Hij was afgevaardigde bij de Ontwapeningsconferenties in Genève en werd in 1963 hoofd van het Zweedse ministerie van buitenlandse zaken, waar hij oktober 1978 minister werd. Van 1981 tot zijn pensioen in 1997 was Blix directeur van het Internationale Agentschap voor Atoomenergie in Wenen. Dat pensioen duurde tot het telefoontje van Annan.
Blix was niet zijn eerste keus. Annan, en zeker de regering in Wash ington (dit was nog die van de Democraat Bill Clinton) wilden liever die andere Zweed, Rolf Ekeus, die zijn sporen als hoofd van de wapen inspecteurs bij Unscom had verdiend en grote hoeveelheden door de VN verboden wapens had opgespoord en onschadelijk gemaakt. Maar zeker twee andere permanente en dus veto-houdende leden van de VN-Veiligheidsraad, Frankrijk en Rusland, allebei op eigen wijze bezig Saddam Hoessein niet te veel tegen zich in het harnas te jagen, wilden Ekeus niet om dezelfde redenen als waarom Amerika hem wel wilde. Hij was te goed. En uiteindelijk ging Washington akkoord met Blix.
Maar zegt dat iets over Blix? Volgens sommigen wel degelijk. Per Ahlmark, oud-vice-premier van Zweden, bijvoorbeeld, schreef in The Washington Post een dermate negatief stuk over Blix dat het vermoeden rijst dat er veel oud zeer tussen beide mannen bestaat. Hij zegt Blix al veertig jaar te kennen, om hem vervolgens af te schilderen als iemand die totaal ongeschikt is voor de functie van Unmovic-chef: beminnelijk, maar zeer naïef, politiek zwak en makkelijk om de tuin te leiden, een formele jurist, die weinig kaas van techniek heeft gegeten. In ieder geval niet opgewassen tegen een crimineel van het kaliber Saddam Hoessein en niet bedreven in het kat-en-muisspel dat wapeninspecteurs die met Iraakse functionarissen moeten omgaan, dienen te beheersen.
En hij, en anderen met hem, halen een inderdaad niet onbelangrijke zaak naar voren, uit de tijd dat Blix nog hoofd was van het Weense Atoombureau IAEA. Dat wordt geacht de zogenaamde proliferatie van kernwapens tegen te gaan, maar wist niet te voorkomen dat Saddam Hoessein van Irak in 1991 nog maar ruim een jaar verwijderd was van de kernbom. En dat moest ontdekt worden door wapeninspecteurs van Un scom die, tegen de zin van Blix in, op eigen houtje en onaangekondigd op inspectietocht gingen. Rolf Ekeus, toen Unscom-chef steunde deze actie wel.
Blix heeft dat enerzijds toegegeven, en gezegd daarvan geleerd te hebben, maar houdt anderzijds vol dat hij indertijd geacht werd door Irak aangegeven installaties te onderzoeken en niet te zoeken naar installaties die door Irak geheimgehouden werden. En verder, aldus Blix, was hij en de IAEA niet de enigen die niks ontdekt hadden. De Amerikaanse inlichtingendienst CIA wist ook van niks en zelfs de Israëlische Mossad had niets ontdekt.
Er zijn ook mensen, veelal uit de diplomatieke wereld, die Blix' hang naar nette diplomatie juist prijzen en betogen dat theedrinkende diplomaten met tact in Irak meer bereiken dan horkerige chemici of natuurkundigen, die 'gewoon' hun opdracht willen uitvoeren en geen tijd zeggen te hebben voor formeel gedoe. Wellicht is een tussenvorm te verkiezen en waarschijnlijk is dat Blix bedoeling ook geweest toen hij 'zijn' inspecteurs op cursus 'Iraakse cultuur' stuurde.
En zeker is dat Blix ervoor zal oppassen een tweede keer door Saddam bedot te worden. Wat dat betreft geeft Veiligheidsraad-resolutie 1441 de inspecteurs ook meer mogelijkheden dan eerdere resoluties die Unscom in 1991 naar Irak begeleidden. 1441 is harder en zegt bijvoorbeeld dat de inspecteurs overal toegang hebben, ook in de acht zogeheten presidentiële domeinen van Saddam. Die bestrijken een lap grond van 32 vierkante kilometer, met daarop zo'n duizend gebouwen, waar je meer wapentuig kunt opslaan dan vooral Amerikanen en Britten lief is.
Een ding is ook zeker. Zelfs Blix, een man van de lieve vrede, kan het onmogelijk iedereen naar de zin maken rondom deze hernieuwde wapeninspecties in Irak. Saddam ontkent dat hij verboden wapens heeft, en als dat niet waar is zal hij alles in het werk stellen ze voor Blix en de zijnen te verstoppen. Amerikanen en Britten zijn er van overtuigd dat Saddam ze wél heeft en zij zullen geen genoegen nemen met een verklaring van Blix dat hij ze niet heeft kunnen vinden. Zij zullen dreigen met oorlog om Blix' karwei wel goed af te maken. En daar zijn Russen en Fransen weer tegen.
Hans Blix zal de komende maanden nog naar zijn pensioen verlangen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.