*

 
dossier

Archief

65ste jaar verliest op termijn betekenis

Lex Oomkes − 09/11/02, 00:00

Bij de rijksoverheid is het bereiken van het 66ste levensjaar, als het aan het kabinet ligt, binnenkort geen reden meer om iemand automatisch ontslag te verlenen. Tegelijkertijd bepaalde Hoge Raad deze week dat gedwongen ontslag om diezelfde reden in ieder geval niet in strijd is met het verbod op leeftijdsdiscriminatie. De wet gaat er immers van uit dat iemand die 65 wordt de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, aldus de Hoge Raad.

De twee nieuwsfeiten hoeven niet per se met elkaar in tegenspraak te zijn. De Hoge Raad zegt dat de werkgever automatisch mag ontslaan, terwijl het voorbeeld van de rijksoverheid aangeeft dat het niet hoeft. Het is verwarrend en niemand schept snel helderheid.

Al was het maar, omdat iedereen die zou pleiten voor het loslaten van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar in dit land te ver voor de troepen uitloopt. Uit recent onderzoek van de FNV blijkt dat zelfs die leeftijd voor hele groepen Nederlanders nog veel te hoog is om uit het arbeidsproces te stappen. 59 procent van de Nederlanders ouder dan vijftig jaar verwacht al lang voor hun 65ste ermee op te kunnen houden.

Naarmate Nederland vergrijst, wordt de electorale macht van de vijftigplussers groter. Terwijl de economische noodzaak om de pensioenleeftijd op te schuiven groeit, neemt het maatschappelijk draagvlak dus af.

Al in de jaren tachtig schreef Willem Drees junior een rapport waarin werd geconcludeerd dat verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd wel eens nodig zou kunnen zijn om de vergrijzing niet onbetaalbaar te maken. Onder verantwoordelijkheid van zijn vader werd de AOW in de jaren vijftig ingevoerd met als vooronderstelling dat gemiddeld een Nederlander een levensverwachting had die pensionering op je 65ste rechtvaardigde. De gemiddelde levensverwachting is sindsdien met jaren toegenomen, terwijl de mensen die echt nog stoppen op die leeftijd hoge uitzonderingen geworden zijn.

Sinds het rapport van Drees junior is de discussie over de gevolgen van de vergrijzing vooral gegaan over de betaalbaarheid van de AOW als volksverzekering. Er volgden ook maatregelen: er kwam een AOW-spaarfonds en er kwam een maximum AOW-premie. Of er niet ook omgekeerde solidariteit nodig is, waarbij ouderen langer doorwerken om ook het welvaartsniveau van jongere generaties te verzekeren, is een nieuwere invalshoek.

De vraag wordt regelmatig opgeworpen. Maar vooral in kringen zonder echte invloed op het beleid. In de politiek en in de kringen van werkgevers- en werknemersorganisaties is er vooral angst.

Zo lang van de mensen ouder dan 55 jaar ook nog maar een minderheid werkt, zal de noodzaak maatregelen te nemen ook minder dwingend zijn. Er valt nog een wereld te winnen voordat 65 jaar weer echt de leeftijd is, waarop met pensioen wordt gegaan.

Op die problematiek concentreert logischerwijze het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende zich.

Uiteindelijk zal dat echter waarschijnlijk niet genoeg blijken te zijn. Temeer omdat nu, om mensen maar langer aan het werk te houden, er allerlei combinaties ontstaan van deeltijdwerken en deeltijdpensioen. Al die vormen van flexibele pensionering zijn de toekomst en zullen uiteindelijk zo ingeburgerd zijn dat de 65ste verjaardag als waterscheiding in een levensloop vanzelf verdwijnt.

mailIcon print |