*

 
dossier

Archief

De straatheld

door Nausicaa Marbe − 09/11/02, 00:00

De Venlonaar Khalid L. lijkt op een moderne straatheld, zoals we die kennen uit videoclips, reclame, mode en films. Kom niet aan zijn imago. Een verkeerd woord en er kunnen doden vallen. Volgens de schrijfster Nausicaa Marbe toont de huidige modefotografie 'moordenaars in een moment van ontspanning, verkrachters in een time out. Als het slankheidsideaal uit de mode over de hele wereld miljoenen vrouwen in de greep houdt, is het niet ondenkbaar dat de schofterige mannengezichten van vandaag een grote invloed hebben op de groeiende acceptatie van geweld.'

Is geweld te verklaren vanuit de sociaal-culturele context waarin het plaatsvindt? Heeft Khalid L. de hersenen van zijn stadgenoot, de Venlonaar René Steegmans, ingeslagen omdat hij een kansarme ontspoorde jongen uit een achterstandswijk is? Biedt zijn achtergrond afdoende verklaring? Hij is immers een kind van Marokkaanse ouders die in de zesendertig jaar dat ze in Nederland wonen kennelijk niet bij machte zijn geweest om Nederlands te leren en die, zo hebben we op de televisie kunnen zien, nogal vreemde opvattingen hebben over criminaliteit en moord, leven en dood.

Het is verleidelijk om hierop ja te zeggen. Dan is er een geruststellende verklaring voor zulk onbegrijpelijk excessief geweld: een exotische daad, een anomalie. Vooral na de vrijlating van Khalids Nederlandse medeverdachte kan het beeld ontstaan dat de moord in Venlo typisch een uiting was van allochtone criminaliteit. En wie weet, misschien is een criminele Marokkaan net ietsje meer macho of roekeloos dan een Nederlands stuk tuig en daardoor eerder geneigd om door te beuken tot zijn slachtoffer overlijdt. Voer voor criminologen.

Maar hoe Khalids agressie ook geïnterpreteerd wordt, in de Nederlandse cultuur valt die niet uit de toon. De moordpartij in Venlo is minder exotisch en Khalid L. is minder onaangepast dan men zou willen. Het is niet ondenkbaar dat hij als een moderne straatheld wilde overkomen, zoals hij die kende uit videoclips, reclamespots of films. Een stoere, 'coole' gangleider, een man die 'respect' verdient. Met brallerigheid als hoogste talent en zonder pardon voor corrigerende opmerkingen. Kom niet aan zijn imago. Een verkeerd woord en er kunnen doden vallen.

In de vechtfilm die zich misschien in zijn hoofd afspeelde terwijl hij de supermarkt naderde met als missie snacks voor een feestje te kopen, was René Steegmans een stoorzender die snel de mond gesnoerd moest worden. Dus begon Khalid L. op hem in te beuken, zoals dat elke avond op elke zender wel in een film of serie te zien is. Misschien dacht hij zelfs dat een lichaam alles kan hebben. Op de buis staan ze zelfs na tientallen schoppen en kaakslagen nog op, toch? Inmiddels draaide in zijn brein de film door naar de volgende shot: de overwinnaar gaat boodschappen doen.

Enig excuus voor wat hij deed is dit niet. Uitschot blijft uitschot. Maar ook tuig hoort er tegenwoordig anders bij dan alleen als plegers van verwerpelijke daden. Tuig verschijnt in talkshows, in reality-programma's, in reclamespotjes, in videoclips, in de modefotografie, dus waarom zou het op straat niet 'zichzelf' mogen zijn?

Agressie en ploertigheid behoren al lang niet meer tot het exclusieve repertoire van criminelen. Luidde ooit de maatschappelijke afspraak dat agressie onderdrukt dient te worden, tegenwoordig is de schofterigheid aan het emanciperen.

Leedvermaak is er een symptoom van. De kwestie Paul de Leeuw is de afgelopen weken, na de breuk van de programmamaker met de NCRV, uitvoerig in de media besproken. De Leeuw werd het symbool van toegestane schofterigheid. Hij was immers de eerste die op televisie met regelmaat mensen doelbewust beledigde. Zijn alles-moet-kunnen-aanpak viel massaal in de smaak en zo groeide hij uit tot televisieheld en innovatieve programmamaker. Beroemd worden door af te bekken is een inspirerend voorbeeld voor de simpele ziel die voortmoddert in een kleurloos bestaan en geen creatieve uitweg vindt voor zijn frustraties. En aangezien iedereen kan afbekken, is het gedrag zo overgenomen. En geëxcuseerd.

Ook in de reclamespotjes valt een nouvelle vague van schofterigheid op. Alleen al een uurtje reclameblokken zappen levert genoeg smakeloze, verontrustende voorbeelden op. Neem de reclame voor satésaus. Een man staat op zijn dakterras met korreltjes zijn duiven te lokken. Beneden in de tuin is een gezin aan het barbecuen. De jolige vader met de handen aan de grill maakt tegen de bovenbuurman een grapje over zijn duiven. De camera zoemt in op het spit: duiven. En alsof dat niet genoeg is: zodra de pindasaus op tafel komt kijkt het zoontje van de familie - hiervoor is een rotkop gecast - geniepig naar de haan van de buren. Erg subtiel is de boodschap niet, toch heb je de clou van dit spotje niet meteen door. Wie geen dief is, wie niet gewend is zich de eigendommen van anderen toe te eigenen of niet geschoold is in het doden van andermans huisdieren om daar vervolgens grappen over te maken, begrijpt dit spotje niet. En nee, ook de humor ervan niet. Je komt gewoon niet op het idee dat zuivere kwaadaardigheid de grap kan zijn, je zoekt toch naar een andere, minder malicieuze pointe. Tevergeefs.

De nieuwe 'creatieven' van de reclamebureaus liggen daar niet wakker van. Die putten uit hun repertoire aan onderbroekenlol. Zo is bijvoorbeeld de reclamespot ontstaan waarin een stel vrienden een weddenschap sluit dat een van hen de vloeistof uit een glas met een kunstgebit zal drinken. De jongen die kokhalzend het vieze vocht tot zich neemt, terwijl een zootje ongeregeld hem in groepsverband onder misselijk gegier uitsliept, verdient met deze actie veertig euro voor een mobiele telefoon. Tel uit je winst.

Een andere reclame waarin een even bizarre invulling aan de term 'vriendschap' wordt gegeven, is die van de bierdrinkers die in de kroeg de roddel horen dat hun kroegmaat in New York per ongeluk gearresteerd is en in de gevangenis door een grote neger anaal verkracht is - we krijgen te zien hoe hij, tegen de tralies aangedrukt, van achteren besprongen wordt. Bij terugkomst wordt hij, gepaard met veel gebral, aangemoedigd op een barkruk te gaan zitten. Lachen, man!

Ook familie is niet meer veilig in de reclame. Neem het spotje voor een kroket waarin een gezin in de tuin watertandend aan tafel gaat. Net als de schaal kroketten aangevallen gaat worden, verschijnt de stokoude krukkige oma in de deuropening. Stilte. Gezien oma's toestand is het duidelijk dat ze er eindeloos over zal doen om de tafel te bereiken. Terwijl ze al levensgevaarlijk op haar wrakkige benen balanceert, wisselt de hongerige familie met tegenzin een paar blikken uit en wordt er besloten de tafel naar oma te verplaatsen. Als de kroketten maar niet koud worden!

En nog zo een: een vader is zo gefascineerd door zijn internetbezigheden dat hij zijn ogen niet van zijn laptop kan afhouden. Intussen geeft hij zonder te kijken zijn peuter te eten. Zo krijgt het weerloze kind tikken met een volle lepel op het hoofd, op de neus, op de ogen, op de wang: overal belandt pap behalve in de mond. Tja, dat krijg je ervan als je een goede provider hebt.

Op de vraag welk soort mensen dergelijke spotjes willen bereiken wil je het antwoord liever niet weten. Het is maar te hopen dat bovengenoemde voorbeelden symptomatisch zijn voor de intellectuele armoede in het huidige reclamevak. Want het onverkieslijke alternatief is dat hier een weloverwogen keuze voor kwaadaardigheid als vermaak achter schuilt.

De reclame is een graadmeter van wat er in de maatschappij in zwang is, en tegelijk werkt reclame trendsettend. Reden genoeg om de invloed ervan niet te onderschatten. Een ander, even invloedrijk domein in zaken van goed en kwaad is de modefotografie. Die draagt al een aantal jaren bij aan de verheerlijking van het schurkenimago, het uiterlijk van de bajesklant en de galeiboef. Halverwege de jaren negentig was het helemaal raak: je kon geen reportage met mannenkleren opslaan, of de kale schedels, ongeschoren koppen, gebroken neuzen en stukgebokste lippen kwamen je tegemoet. Penoze, levensecht gestyled. De kleren die erbij hoorden moesten in dienst staan van de agressiviteit van het lichaam. Mouwloze hemdjes, krappe broeken, verkreukelde pakken, rafelende truien, veterloze schoenen: de ideale bedekking van een bundel spieren die op exploderen staat. Met grunge - de modetrend die begin jaren negentig slordigheid, imperfectie en willekeur dicteerde - had dit weinig te maken. De verloederde grunge-man was slonzig van buiten én van binnen, meer het type new-age-warhoofd dan de bewapende overvaller. Zijn opvolger is de bijna breindode crimineel en dat imago houdt lang stand. Zelfs nu dandy-achtige kleren weer in zijn, verdwijnen de brute koppen niet. Krijtstreep en pochet, hoed en stok zijn weer in, maar de drager ervan mag geen heer zijn.

Een heer - een man die zijn driften kan beheersen - past niet bij het huidige mannelijkheidsideaal. Niet voor niets wordt in de film xXx, een eigentijdse variant van de James Bond films, afgerekend met de gentleman spion. Die wordt in de eerste scène afgemaakt en zijn plaats wordt ingenomen door de getatoeëerde kaalkop Vin Diesel - een held van onze tijd.

De speciale mannenuitgave van het modetijdschrift Vogue vroeg deze herfst een aantal vrouwelijke fotografen om hun visie op de huidige man te geven. Opvallend waren de foto's van de New Yorkse cultfotografe Nan Goldin, beroemd om haar beelden van mensen in kwetsbare momenten, onder wie ook zijzelf met letsel na mishandeling door een geliefde. Nu leek ze de agressor zelf voor de camera te hebben gevraagd; haar twee modellen beelden het type Russische huurmoordenaar uit. De bedreiging komt vooral uit de achteloosheid waarmee ze lijken af te wachten tot ze kunnen toeslaan. Moordenaars in een moment van ontspanning, verkrachters in een time out.

Deze jongens lijken nog het meest op de mannelijke modellen die vandaag zo in trek zijn. Modewatchers signaleren als jongste trend de 'nieuwe ruigheid' die de brave huisvader stimuleert zijn machokanten voor de spiegel te ontdekken, zonder echter een schoft te worden. De kracht van zijn imago ligt juist in de combinatie: hard van buiten, soft van binnen. Het pak van de gangster maar wel met baby's spuugvlekjes erop. Past hierbij het hoofd van een serieverkrachter? Niet echt. Toch is dat nog steeds een geliefd type model. Zo grossiert de jongste mannenuitgave van de glossy Arena juist in kwaadaardige mannen. Van aantrekkingskracht mag geen sprake zijn, evenmin mag het gezicht van het model getuigen van enige hersenactiviteit. Het voorhoofd dient bij voorkeur smal te zijn, de neusvleugels geprononceerd, de bovenlip moet vlezig zijn en krullen in een diepe afkeer van alles wat de reptielenogen onder de dreigende frons signaleren. De onderlip daarentegen mag gerust hangen, als teken dat beheersing niet vereist is. Van die lubberende lippen valt onmogelijk te verwachten dat ze de bewegingen kennen die spraak tot stand brengen, en de ogen kijken niet om de wereld tot de hersenen toe te laten maar lokaliseren instinctief prooien of vijanden die uitgeschakeld dienen te worden. De man als beest, de man als een pakket brute oerkrachten.

Uiteraard wordt dit beeld in de mode gekoesterd omdat het niet strookt met de ouderwetse opvatting dat modellen bovenmenselijk mooi moeten zijn en mode een feel-good-effect moet hebben. De rebellie van modefotografen tegen de glamour van de jaren tachtig begon al vroeg in de jaren negentig, met innovatief werk van fotografen zoals Jürgen Teller en Corinne Day die hun inspiratie vonden in de straatcultuur en de drugsscene. Alles moest rauw, realistisch, schrijnend, storend zijn. Soms gebruikte men voor de foto's in plaats van modellen jongens van de straat, type tasjesdief. Maar gaandeweg is er niets verfrissends meer aan het imago van de boef in de mode, daarvoor is het te oud en uitgekauwd.

De artistieke vernieuwing dient het niet meer. Wat overblijft is een eindeloze herhaling van agressieve expressies en dat levert een symbolisch passe partout op voor gewelddadige types. De bajesklant staat in de schijnwerpers, zijn imago is niets om je voor te schamen, integendeel. De invloed die hiervan uitgaat mag niet onderschat worden. Modereportages zijn normerend. Zeker voor jongeren zijn modetijdschriften leerboeken voor het onderhoud van hun uiterlijk en het scheppen van een imago. Natuurlijk staat het iedereen vrij om de mode wel of niet te volgen, maar dat doet niets af aan het dwingende karakter ervan. De boodschap van trends is duidelijk: volg ons of je ligt eruit. Wie zich daar niet aan houdt, doet dat op eigen verantwoordelijkheid. Als het slankheidsideaal uit de mode over de hele wereld miljoenen vrouwen in de greep houdt, is het niet ondenkbaar dat de schofterige, dominante mannengezichten van vandaag ook een grote invloed hebben op de groeiende acceptatie van geweld.

Het meest tragische teken van de huidige aanvaarding van geweld is de kieskeurigheid waarmee het etiket 'zinloos geweld' op gebeurtenissen wordt geplakt. Met die term worden kennelijk slechts spontane uitbarstingen van agressie jegens weerlozen bedoeld, mits de dood erop volgt. Alleen dan komen massa's mensen op de been in stille tochten. Intussen sijpelt het geweld door in het alledaagse leven, bijna ongemerkt. Zo is het niet meer ongebruikelijk dat ouders de leerkrachten van hun kinderen in elkaar slaan als de rapportcijfers tegenvallen en komt het ook voor dat patiënten hun artsen aftuigen teneinde de gewenste behandeling af te dwingen. In een haastig leven lijkt geweld een effectief communicatiemiddel. Maar dat is kennelijk geen massaal protest waard.

Misschien illustreert de nieuwste 'Even Apeldoorn bellen'-reclame nog het scherpst hoe Nederland aan toe is. Die gaat als volgt: op de Dam applaudisseert een groep toeristen voor de kunstjes van een slangenman. Als die weer zijn benen om zijn nek legt en zijn lichaam in een pijnlijke kronkel duwt, rent een dief er vandoor met diens gettoblaster. De slangenman raakt in paniek en kan niet meer 'ontkronkelen'. En zijn publiek kijkt gewoon toe, de camcorders draaien door. Niemand die achter de dief aanrent, niemand die de straatartiest helpt overeind te komen. Tot slot prevelt een Engelse stem met Amerikaans accent dat iemand deze man toch moet helpen. Timide, als uit een verre, voorbije wereld.

mailIcon print |