Afgelopen winter was ik op Antarctica.
Het is daar zo ijskoud en onherbergzaam dat leven er heel moeilijk is. Er zijn wel mensen geweest die geprobeerd hebben zich er permanent te vestigen, maar tot nu toe won, een enkele wetenschappelijke basis uitgezonderd, de natuur. De bewoonde wereld houdt op bij Drake Passage, einde beschaving. Nu het vuur nog nasmeult in New York, vraag ik me af wat erger is; een beet van de hond of de kat. Te sterven van de kou of van de hitte. Het ergste vind ik dat je hier in de bewoonde wereld vooral door de eigen soort gebeten wordt. Het is de eeuwige strijd tussen arrogantie en jaloezie, tussen hebben en krijgen, tussen Abel en Kaïn.
In 1992 publiceerde socioloog Joop Goudsblom een studie over het gebruik van vuur in onze beschaving. Hij eindigt met de opmerking dat de mens de laatste eeuw grotere branden heeft veroorzaakt of gesticht dan in al die jaren daarvoor. Dat klinkt zorgwekkend, ook al omdat het niveau van een beschaving voor een belangrijk deel af te meten is aan het vermogen waarmee de mens zowel zichzelf als het vuur weet te beheersen. Kortom, beschaven is beheersen. Beschaven is offers brengen ten einde de grote vuurzee af te wenden, spelen met vuur door er omheen te dansen. Aan het einde van het eerste van zijn 'Vier Kwartetten' gebruikt T.S.Eliot (1888-1965) het beeld van de dans rond het vuur als teken van harmonie. Maar net als je voldaan denkt 'en nu maar lekker slapen' volgt in het tweede kwartet een verschrikkelijk visioen waarin kometen neerdalen in een werveling 'that shall bring/The world to that destructive fire/Which burns before the ice-cap reigns.' Beschaven is beheersen, laveren tussen vuur en ijs.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.