Medici hebben de afgelopen eeuw intensief gezocht naar de oorzaken van leukemie. Maar het resultaat is teleurstellend. Een onderzoek onder militairen zal daar weinig aan veranderen. Hooguit wordt er een verband gevonden tussen verarmd uranium en longkanker, voorspellen deskundigen. ,,Maar het is zoeken naar een speld in een hooiberg.'
Nederlandse kankerspecialisten zijn het erover eens: het is uiterst onwaarschijnlijk dat Nederlandse soldaten die in 1995 in Bosnië hebben gediend, leukemie hebben gekregen door contact met verarmd uranium (VU). Dat sommige militairen overtuigd zijn van het tegendeel, is volgens de Amsterdamse hoogleraar epidemiologie dr. ir. F. van Leeuwen heel begrijpelijk. ,,Iedereen die kanker krijgt, vraagt zich af: Waarom ik? Je zoekt naar een oorzaak. En dan denk je al snel aan straling. Zo ontstaat het fenomeen dat mensen hun ziekte toeschrijven aan een bepaalde factor, ook al heeft die er waarschijnlijk niets mee te maken.'
Maar hoe weet Van Leeuwen zeker dat het VU niet verantwoordelijk is geweest voor de leukemie? ,,Ten eerste wekken de voorlopige cijfers - twee Nederlandse militairen zijn overleden aan leukemie - niet de indruk dat er iets aan de hand is. Ten tweede is in de vakliteratuur nooit een verband beschreven tussen VU en leukemie. Bovendien heb ik begrepen dat de blootstelling van de militairen aan VU erg laag is geweest.'
Mensen die in uraniummijnen werken, hebben volgens Van Leeuwen wel een verhoogde kans op allerlei tumoren, vooral op longkanker, maar niet op leukemie. Die longkanker krijgen ze doordat ze voortdurend het gas radon, een radioactief vervalproduct van uranium, inademen. Van Leeuwen: ,,Als deze mijnwerkers al geen leukemie krijgen, dan is het heel onwaarschijnlijk dat militairen, die nauwelijks blootgesteld zijn geweest aan VU, daar leukemie aan hebben overgehouden. Biologisch zou dat ook niet verklaarbaar zijn.'
De straling van VU kan dus niet de oorzaak van de leukemie zijn geweest. Wat wel kan, zegt de Maastrichtse epidemioloog dr. G. Swaen, is dat de giftige eigenschappen van het zware metaal VU zich hebben doen gelden. Maar die leiden waarschijnlijk niet tot leukemie. Swaen: ,,VU zit in dezelfde categorie als de zware metalen chroom, nikkel, kwik en lood. Daarvan is bekend dat ze schade aan het zenuwstelsel en de nieren kunnen geven. In verbindingen met zuurstof, die ontstaan als de metalen verbranden, kunnen ze ook tumoren veroorzaken. Maar dan gaat het vooral om longkanker. Het is dus onwaarschijnlijk dat de damp die bij granaatinslagen met VU-munitie kan ontstaan, leukemie heeft veroorzaakt.'
VU lijkt op alle fronten te worden vrijgepleit. Van Leeuwen is dan ook sceptisch over een onderzoek naar het verband tussen VU en leukemie bij de militairen, zoals regeringsleiders hebben voorgesteld. ,,Als je nu gaat zoeken naar zo'n verband, zul je niets vinden. Je moet nog vijf of tien jaar wachten, en dan een internationaal onderzoek doen naar VU en longkanker bij de militairen. Dan word je misschien iets wijzer, als er tenminste genoeg militairen zijn geweest die het uranium echt hebben ingeademd. Als het om maar vijftig blootgestelden gaat, hoef je er niet aan te beginnen. De militairen kunnen trouwens aan vele risico's hebben blootgestaan. Het is bijvoorbeeld bekend dat onderhoudsmonteurs iets vaker leukemie hebben dan gemiddeld, door de benzinedampen. Onder de Italiaanse militairen met leukemie waren ook een paar onderhoudsmonteurs.'
Vanwege de vele risico's pleit Swaen voor een brede aanpak. Hij zou het liefst zien dat alle mogelijke risico's direct worden geregistreerd. Dus: wie heeft VU ingeademd, wie is er ingeënt, wie was op welke plek gelegerd en welk type werkzaamheden verrichtte hij? ,,Over twintig jaar kun je dan misschien een verband leggen met longkanker of een andere ziekte. Maar je weet nooit zeker of het resultaat zinnig is. Want als je een groepje mensen naar een onbewoond eiland stuurt en je kijkt twintig jaar later naar honderd ziekten, dan is er altijd wel één die vaker voorkomt dan gemiddeld. En dan kun je altijd wel een verband leggen met de consumptie van een of andere kokosnoot. Het enige wat je daartegen kunt doen, is mensen goed onderzoeken voordat je ze op een missie stuurt.'
Dr. P. Huijgens, hoogleraar hematologie (bloedkunde) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, voelt juist weinig voor een allesomvattende benadering. ,,Een onderzoek naar alleen longkanker is nog uitvoerbaar. Maar zo'n bredere studie zal heel moeizaam verlopen. De meeste blootstellingen zijn namelijk lastig te achterhalen, veel oorzakelijke verbanden zijn zwak en het aantal patiënten is klein. Het is onbegonnen werk om in het wilde weg te kijken naar omgevingsfactoren en dan maar te proberen of je die aan een ziekte kunt koppelen. Dat is zoeken naar een speld in een hooiberg, net als bij het onderzoek naar de Bijlmerramp. Zoiets geeft een enorme chaos, en resultaten blijven uit.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.