Popmuziek verliest terrein binnen de jongerencultuur en de Nederlandse poppodia vercommercialiseren door vooral brave muziek voor dertigers en veertigers te selecteren. Vooral in de provincie is een begrip als artistieke waarde nog maar van zeer weinig belang.
De Nederlandse poppodia schreeuwen moord en brand, omdat ze in het nieuwe belastingstelsel ineens net zo behandeld worden als het gewone bedrijfsleven. Door hun culturele rol zouden ze een uitzonderingspositie verdienen.
Dat is nogal overdreven, want het eens zo bloeiende clubcircuit is een ordinaire vermaaksindustrie geworden, waar veilig programmeren voorop staat.
Ooit waren de poppodia echte culturele broedplaatsen, waar de ene vernieuwing na de andere groeide en bloeide, maar intussen veranderde de wereld. Popmuziek verloor de alleenheerschappij in de jongerencultuur.
De podia verzetten daarop de bakens en begonnen te professionaliseren. Het werden instituten, met een steeds beter betaalde staf en steeds grotere en mooiere onderkomens. En grotere namen. En om die weer te kunnen betalen moesten er meer mensen in, waardoor de zaal weer eens verbouwd moest worden, of er zelfs een heel nieuw complex moest komen. Zoals in Tilburg, waar cultureel centrum 013 een verlengstuk wordt van het almachtige boekingskantoor Mojo Concerts. Vooral in de provincie is een begrip als artistieke waarde nog maar van zeer weinig belang. Bij de beslissing om een artiest te boeken speelt goede smaak geen rol meer.
Het programma van een gemiddeld poppodium in Nederland volgt daardoor in grote lijnen hetzelfde voorspelbare stramien. Hoofdzaak zijn de dansavonden, liefst in retrostijl, want dertigers en veertigers die lekker nostalgisch op de plaatjes uit hun jeugd willen dansen zitten meestal ruim in hun geld en zijn dus goed voor de omzet. Het kost ook betrekkelijk weinig, dus vanuit bedrijfseconomisch oogpunt is dit een gezond beleid. De mensen willen dansen op de tune van de Fabeltjeskrant, de kassa's stromen vol, dus iedereen is tevreden.
Met de concerten worden geen risico's meer genomen. Ook hier is het één grote eenheidsworst. Het boekingsbureau Double You Concerts, een dochter van Mojo Concerts, heeft vrijwel de hele markt in handen. Het zorgt er samen met de bladen en de platenmaatschappijen voor dat niemand zich een buil kan vallen aan een zorgvuldig neergezet doorsneebandje als Krezip. Dat dan ook praktisch overal staat. Niet omdat ze zo goed zijn of een waardevolle bijdrage leveren aan de Nederlandse popcultuur. De zaalhouders kunnen het zich eenvoudigweg niet veroorloven deze melkkoe te missen.
Ruimte voor afwijkende geluiden is er alleen nog in de marge, en altijd goed gesubsidieerd. Dankzij staatssecretaris van cultuur Van der Ploeg krijgen we meer wereldmuziek. Niet omdat het zo mooi of waardevol is, maar omdat er geld tegenover staat. Voor echte innovatie is op de podia al heel lang geen plaats meer.
House, het belangrijkste nieuws in de popmuziek, werd door het in de jaren tachtig ingeslapen circuit gemist. Pas toen er vraag naar kwam, visten de podia de krenten uit de pap, de artiesten die omzet garandeerden. Sindsdien heeft die trend zich alleen maar voortgezet.
De Nederlandse poppodia zijn een gemakzuchtige vermaaksindustrie geworden. Horeca met als extra attractie harde muziek. Als het zo uitkomt doen ze zich voor als cultuurdragers, maar intussen zijn ze een doodnormale bedrijfstak geworden, die volkomen terecht door de fiscus als zodanig wordt behandeld.
Binnenkort spreekt staatssecretaris Bos van financiën met het Nederlands Pop Instituut en de Vereniging van Nederlandse Poppodia, belangenbehartigers van respectievelijk de bands en de zaalhouders. Veel nieuws zal er bij die ontmoeting niet over tafel gaan. Als de staatssecretaris verstandig is ligt ook de uitkomst vast en verandert er niets.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.