Ook al vraagt het bedrijfsleven in personeelsadvertenties nog steeds om meao'ers, de meao bestaat niet meer. De school leek met zijn algemeen vormende karakter veel te veel op een havo, was de kritiek. Met de nieuwe naam Administratie, nummer twee op de lijst van grootste beroepsopleidingen, moest duidelijk worden dat je hier toch echt komt om een vak te leren.
Het meao-curriculum ging op de schop. Theo retische ballast maakte plaats voor nauw omschreven vaardigheden. De hand van de brancheorganisaties die hun buik vol hadden van leerlingen die je 'steeds alles nog moet vertellen' was duidelijk herkenbaar in de nieuwe lijstjes met zogeheten eindtermen.
,,Vroeger zeiden werkgevers: die leerlingen van jullie kunnen over van alles en nog wat meepraten, maar de telefoon fatsoenlijk opnemen, ho maar.'' Anja Greven (49), opleidingscoordinator Administratie van de Friese Poort, College voor Christelijk Beroepsonderwijs en Educatie, maakte de metamorfose van de meao helemaal mee. Zij begon in 1974 na een studie sociologie en economie als lerares maatschappijleer en geeft nu naast haar leidinggevende taak Marketing en pr.
De meao trok zich lange tijd te weinig aan van het bedrijfsleven en de reactie kon dan ook niet uitblijven, geeft Greven toe. ,,De opleiding is nu praktischer, en dat is een hele verbetering. Alleen: de balans is doorgeslagen naar de andere kant. Bijna alles staat nu in het teken van stages, sociale vaardigheden, en computerkennis, want dat zien ze graag. Het is 'u vraagt, wij draaien' geworden. Bedrijven zeggen het ook gewoon: die inhoud, laat dat maar aan ons over, dat leren wij ze wel.''
De nieuwe zakelijkheid beheerst ook eigentijdse werkvormen als project gericht leren en bedrijfssimulaties. Leraren die hun motivatie en beroepstrots vooral ontlenen aan hun vakkennis knappen daar vaak letterlijk op af, aldus Greven. ,,Er wordt van je verwacht dat je leerlingen het zelf uit laat zoeken en dat je er verder op let of ze wel genoeg uitvoeren.''
De mbo-leraar moest al een studiebegeleider worden lang voor er in het havo-vwo sprake was van een studiehuis. ,,Leerlingen vinden dat trouwens prettig, want die zijn ook niet meer bereid langer dan een kwartier naar je te luisteren. Ik behandel graag management-theorie, maar dan merk je dat ze gewend zijn om alleen interesse te hebben voor zaken waar je meteen 'iets aan hebt'.''
De pedagoog in haar heeft het moeilijk met die fixatie op bruikbare kennis. ,,Onze leerlingen zijn als ze bij een werkgever binnenkomen jong, goedkoop en kneedbaar. Ik wil ze juist weerbaar maken, zodat ze zich bijvoorbeeld bewuster worden van de rechten en plichten van een werknemer.''
En er is meer dan een opvoedkundig bezwaar. Een eventuele overstap naar een heao-opleiding is veel moeilijker voor de mbo'er administratie. ,,Er wordt minder gestapeld en dat heeft hier zeker mee te maken. Algemene economie op de meao bijvoorbeeld was vergelijkbaar met economie 1 op de havo, maar dat is nu echt minder.''
Ook volgens Martin Slagter (47), leraar Nederlands en filosofie op een voormalige meao van het christelijk college Abstede in Utrecht die zich nu richt op de beste mavo-leerlingen die naar het hbo willen, is er sprake van een niveaudaling. ,,De gemiddelde meao'er van nu hoef je niet meer een examen tekstverklaring van de oude meao voor te leggen, want dat kunnen ze niet meer aan. Maar de vraag is natuurlijk wat ze aan dat tekstverklaren hadden in de beroepspraktijk. Daarom denk ik dat de koerswijziging zeer terecht is geweest. Nu leer je op een mbo-opleiding ook samenwerken, presenteren, discussiëren. Het vaardigheden niveau ligt dus juist veel hoger dan toen.''
De meao-examens Nederlands verliepen jaar in jaar uit volgens hetzelfde stramien. Een tekst met vragen en een brief, precies zoals in het voortgezet onderwijs. Een les Nederlands bij Slagter is bijvoorbeeld gevuld met vergadertechniek en computer-presentaties.
Flexibiliteit is het toverwoord. ,,Je ziet er bij ons voortdurend nieuwe opleidingen bijkomen. Wij hebben nu een ict-academie en een multi-mediaopleiding voor vormgevers.''
Maar Slagter wil zijn enthousiasme voor veranderingen ook weer niet overdrijven. In vijf jaar versleet het mbo-nieuwe stijl drie generaties eindtermen. Wat wil zeggen dat zowat elk jaar de inhoud volledig werd omgegooid, ten koste van de arbeidsvreugde. ,,Dat leidt er toe dat je zelf voortdurend lesmateriaal in elkaar moet zetten omdat uitgevers dit natuurlijk niet bij kunnen houden.''
Ander probleem is de herkenbaarheid van zoiets onzijdigs als 'Administratie', een term die dan ook binnenkort vervangen wordt door 'zakelijke dienstverlening'. Ook de vier verschillende niveaus die het mbo kreeg zijn voor de buitenwereld ondoorgrondelijk. Meao was natuurlijk een doodsimpele onderwijsafkorting, maar groeide toch uit tot een vertrouwde merknaam, stelt Greven. Iedereen wist in ieder geval wat voor type jongere een meao'er was.
Het is zeer de vraag of leerlingen met zoveel uiteenlopende niveaus allemaal onderdak hadden moeten krijgen in het roc, denkt ook Slagter. ,,Dat is een politieke beslissing geweest. Het imago van de onderste regionen van het onderwijs moest zo worden opgekrikt. Leerlingen die niet in staat waren om een vbo-diploma te halen, kunnen op het roc een certificaat 'op niveau 1' halen, dat is bijzonder laag. Aan de top vind je gespecialiseerde beroepsbeoefenaren die tegen het hbo aanhangen. Maar als je de eerste naar een werkgever stuurt dan denken ze daar: ah, daar komt een mbo'er.''
Ook is het opheffen van de centrale exa minering een miskleun geweest. Scholen konden heus wel zelf het niveau toetsen. Enkele jaren later stelde de inspectie vast dat de kwaliteit van scholen nogal uiteenliep. Dat hadden ze van tevoren kunnen weten, vinden Greven en Slagter.
Merkwaardig vindt Slagter het ten slotte dat alle omwentelingen in het mbo zich geruisloos hebben voltrokken terwijl de invoering van het studiehuis gepaard ging met een voortdurend gebekvecht over ondere andere de vraag of leerlingen nog wel wat uitvoeren als je ze zelfstandig aan het werk zet. Die stilte heeft verschillende oorzaken, denkt Slagter. De gemiddelde mbo leraar is uit een ander hout gesneden dan zijn collega op het havo en vwo. ,,Het klinkt een beetje lullig, maar hij is volgzamer en gemiddeld lager opgeleid. Hij maakt dus wat minder herrie. En daarbij komt dat het mbo een blinde vlek is voor journalisten: hun kinderen zitten niet nu eenmaal bij ons op school.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.