Zolang in de verte zijn hof van Eden glanst kan een tuinmens veel hebben. Een bedrijf aan huis en kleinkinderen in huis, de lezingen en tuinmarkten, wat een geluk daar je talenten en energie aan te besteden. En dan de verrassende gevolgen!
Onverstoorbare milieuambtenaren rondleiden door kassen en schuren, er wordt gelet op waterdichte vloeren, onderhoudsbeurten van kachels en koelcellen en een afdak boven de olietank. De kleinkinderen ontdekken dat hun moeder mijn kind is, er zijn lezingen in zuinig beheerde kerkzalen of zwaarbeveiligde kastelen, tuinmarkten lopen uit op televisieoptredens en er komt altijd meer bij.
Zo hield ik deze week een lezing over tuinieren voor een christelijk-maatschappelijke vrouwenbeweging waar de voorzitter toepasselijke psalmen en schriftlezingen voor had uitgezocht. De zaal viel stil om te luisteren naar psalm 104 waar bet gras ontspruit voor het vee en het groene kruid ter beschikking staat voor de mensen. De vogels nestelen in de ceders van de Libanon, de ooievaars in de cypressen. Als de zon opgaat gaat de mens uit tot zijn werk.
Om zulke woorden nog eens te overdenken is een ochtendje tuinieren heel geschikt. Geel glanzende paardebloemen uit het roze helmkruid trekken, de talrijke nakomelingen van kaasjeskruid verzamelen, wat een rust! Bovendien heb ik de eerste voorjaarsbemesting vergeten. Per jaar strooi ik ruim een kilo bloedmeel en een halve kilo beendermeel bij de rozen en vaste planten, in twee porties verdeeld, dus in februari-maart en in mei-juni. Mesten met koemestkorrels kan ook, verdeel dan in het groeiseizoen zo'n 6 kilogram korrels per 10 m2 per jaar over de tuin en vergeet vooral niet langs hagen en bij boomwortels te strooien, die verbruiken het meest.
Voor mij was het een openbaring pioenrozen, monnikskappen en allerlei leuke struiken eindelijk te zien gedijen, toen ik doorhad waar de mest bleef. Dikwijls komt het tuinieren van één kant, de tuin geeft en geeft, en de mens neemt door het gras te maaien, het onkruid te verwijderen, bloemen te plukken en na de winter de dorre stengels weg te snoeien. In plaats van rustig te verteren en het volgend jaar opnieuw als voedsel te dienen komt alles in de groenbak terecht, ook de eenjarigen die maandenlang geprofiteerd hebben van de grond geven zichzelf in de vorm van compost niet meer terug doordat ze in het najaar opgeruimd worden. Vooral op zandgrond is het dus zeer gepast om iets terug te doen in de vorm van mest.
Om in de natte tuin makkelijker te kunnen werken leg ik stevige planken neer, met als bijkomend voordeel dat slakken eronder kruipen en dus vlug verzameld kunnen worden. Als verrassing bloeit bet bijzondere klokbilzenkruid dat op vochtige plaatsen groeit vanaf Oostenrijk en Joegoslavië tot aan de Kaukasus: Scopolia carniolica 'Zwanenburg'. Het verschil met gewone en bruinbloemige bilzenkruid, dat tot de nachtschadefamilie behoort, is dat 'Zwanenburg' grotere en meer paarse bloemen draag. Veel Solanaceae prijken na de bloei met een bes maar deze tak van de familie bloeit met een doosvrucht, ik zie er al naar uit.
Ook het nu ongelofelijk blauw bloeiend longkruid Pulmonaria angustifolia 'Blue Ensign' is niet afkerig van vocht. Het ongevlekte blad is bijna zwartgroen van kleur en schijnt aantrekkelijk voor honden, blijkens een berichtje uit de nieuwsbrief van de Engelse Pulmonaria Groep.
Als de tuin zo nat blijft is het zaak de hele beplanting aan te passen. Wat indertijd ook is afgesproken met het tuinarchitectenbureau. Een enkele herziening was bij de prijs inbegrepen. Het zal er nog van komen dat ik hier volop winterakonieten in bloei kan krijgen, wat vroeger door de droogte niet lukte. De voortekenen zijn er al. Narcissen, leucojums, camassia's en scilla's breiden uit terwijl tijm en zonne-roosjes wegkwijnen. Nu kan ik eindelijk met een primula-verzameling beginnen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.