,,Politici zijn hun taak om problemen te formuleren en daarover te debatteren uit het oog verloren. Dan laat je een gat voor Fortuyn vallen.'' Jouke de Vries, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden is schrijver van het boek Paars en de managementstaat. Hij verklaart waarom er in de verhouding tussen politici en kiezers plotseling zo'n grote vervreemding is opgetreden.
,,De onmacht van de gevestigde partijen tegenover de opkomst van Fortuyn roept bij mij het beeld op van de Roemeense president Ceaucescu vlak voor zijn val in 1989. Hij staat in Boekarest op het balkon van zijn paleis en spreekt de massa toe. Hij denkt dat de mensen het goed vinden wat hij doet en hoort aanvankelijk niet dat de menigte hem uitjouwt in plaats van toejuicht. De ontreddering op zijn gezicht als hij eindelijk doorkrijgt wat er gebeurt...''
Met dit dramatische beeld poogt Jouke de Vries (1960), hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden, aan te geven hoe hij de huidige toestand in politiek Nederland ziet. Die toestand wordt gekenmerkt door onzekerheid en verwarring. Politici en kiezers lijken elkaar niet meer te begrijpen. Niemand durft te voorspellen hoe vandaag de verkiezingen voor de gemeenteraden uitpakken. Locatie voor het gesprek met de bestuurskundige, afkomstig uit een gematigd sociaal-democratisch nest in Friesland: de lobby van het Haagse hotel Des Indes, de geboortegrond van de paarse coalitie, die ineens geen goed meer kan doen. Aanleiding is zijn boek Paars en de managementstaat over het eerste kabinet-Kok. Hij trekt daarin conclusies die kunnen verklaren waarom er in de verhouding tussen politici en kiezers plotseling zo'n grote vervreemding is opgetreden. Minder dan een jaar geleden leek Paars nog een succesformule, nu rijst de onvrede de pan uit en profiteert een nieuwkomer van buiten, die niet eens een partij achter zich heeft.
De Vries: ,,Fortuyn heeft op het juiste moment de onvrede verwoord en gebruik gemaakt van de onmacht van de gevestigde politiek de antwoorden te geven die de samenleving nu vergt. De enorme klap van de elfde september heeft dingen blootgelegd waarover mensen nu willen en durven discussiëren. Dat speelt hem in de kaart. Ook de oppositie deelt in de onmacht. Tegen een coalitie als de paarse is het ook moeilijk oppositie voeren.'' Hij ziet de totstandkoming van de paarse coalitie in 1994 niet als een breuk met het verleden, maar veel meer als een voortzetting van de drie kabinetten-Lubbers, die zich beijverden de verzorgingsstaat te saneren. De no-nonsense-figuren die met met de Rotterdamse econoom Lubbers naarvoren traden introduceerden een bedrijfsmatige politiek, waarin het beheersen van bestuurlijke processen belangrijker werd dan het politieke debat, het resultaat belangrijker dan het spel, de 'politiek met een kleine p', zoals minister Wijers van economische zaken smaalde. Voor zover Paars een verschil maakte is het dat zij de stijl van managen verder vorm gaf en depolitiseren tot doel leek te verheffen.
De Vries: ,,Paars is een uitingsvorm en het hoogtepunt van deze politiek van de managementstaat. De mantra van het eerste kabinet-Kok was problemen oplossen. Als het dan niet meer lukt die problemen op te lossen, dan ben je ineens kwetsbaar. Je kunt wel alle ideologieën en symbolen overboord gooien en zeggen: wij zijn managers, wij hebben eigenlijk geen tijd voor het parlement, of om met minister Jorritsma te spreken 'niet zeuren, maar aanpakken', maar als het dan niet lukt die problemen op te lossen, of zelfs maar te verklaren, zoals de problemen bij de NS, werkt dat als een boemerang. Dat zie je nu gebeuren.''
Wat volgens De Vries ook tegen Paars werkt is dat zij door uitruil van belangen wel een aantal zaken heeft kunnen oplossen, maar niet alle. ,,Kwesties die in de coalitie gevoelig lagen, zoals de WAO en het vreemdelingenbeleid, zijn blijven liggen, terwijl daarover de afgelopen jaren wel druk werd gepraat in de voetbalkleedkamer. Als er dan iemand opstaat die deze kwesties wel politiseert, dan krijgt-ie zo de wind in de zeilen. De politieke agenda en de maatschappelijke agenda zijn als het ware steeds meer uit elkaar gaan lopen. De mensen praten over andere dingen dan de politieke elite. Fortuyn maakt die maatschappelijke agenda op een schrille manier manifest.''
Wat de gevestigde politiek volgens De Vries parten speelt en Fortuyn vleugels geeft, is de jarenlange verwaarlozing van het debat waarin de menselijke en sociale waarden centraal staan, de keerzijde van de managersbenadering. ,,Dat Wiegel opkomt heeft te maken met het terzijde schuiven van die waarden. Misschien verklaart dat ook waarom het CDA er iets beter voor staat.''
De Vries zegt dat er nauwelijks meer rust is in het politieke systeem. Het is hectischer en onvoorspelbaarder geworden. Dat uit zich in het fenomeen van de hype, waarbij een dramatische gebeurtenis een even emotionele als kortstondige opwinding veroorzaakt onder het publiek, in de media en ook in de politiek. De emotie kan zo snel om zich heen grijpen doordat instituties als politieke partijen, kranten en omroepen minder dan vroeger een matigende invloed uitoefenen, soms zelfs eerder escalerend werken. Vroeger konden de leiders van de zuilen waarschuwen niet voor Musschert of Moskou te kiezen. Daardoor kregen extreme partijen hier weinig kans. Dat systeem is weg, veel kiezers zweven of hoppen, mensen veranderen vlugger van mening. Fortuyn kan dus nog groeien als hij de niet-stemmende kiezers weet te mobiliseren.
De Vries: ,,Het kan tegenwoordig allemaal heel snel, in één keer doorschieten naar de politiek. Vroeger hadden we allerlei corrigerende, dempende systemen waarbinnen kwesties werden opgevangen en gepacificeerd. Die werken niet meer goed of zijn zelfs helemaal verdwenen. Daardoor is het politieke systeem chaotischer dan vroeger. We leven tegenwoordig in een sentimentendemocratie. Kleine dingen kunnen enorme consequenties hebben, in no time. In zo'n toestand wordt het bestuur afhankelijk van het toeval en dus onvoorspelbaar.''
Met 'dempende systemen' die niet meer naar behoren functioneren, doelt hij vooral op politieke partijen en media. ,,Politici worden zo in beslag genomen door de zucht naar beheersen dat ze hun taak om problemen te formuleren en daarover te debatteren uit het oog zijn verloren. Dan laat je een gat voor Fortuyn vallen. De vluchtigheid die zich steeds meer meester maakt van de media speelt ook een rol. Door hun gebrek aan kennis en consistentie, hun voorliefde voor soundbites, hun gerichtheid op personen, hun neiging alles in termen van een conflict te vertalen, hebben de media geen corrigerende werking meer. Aan de ene kant spuwt Fortuyn vuur over journalisten, met Van Scherrenburg aan top, en daarvoor zijn op zichzelf ook goede argumenten. Aan de andere kant maakt-ie gebruik van de vluchtige media.''
,,De politieke partijen vormen een onderdeel van het probleem. Ze verkeren in een grote crisis. Ze verwoorden niet meer wat er aan de hand is doordat ze de maatschappelijke agenda niet meer kennen. Ik sprak onlangs op een receptie met allerlei vertegenwoordigers van de bestuurlijke elite en het was alsof er niets aan de hand was. We hebben een stabiele democratie, zeiden ze; nee, in België, dáár hebben ze pas een probleem. Er dringt van buiten niets tot hen door.''
,,Er zal altijd politiek zijn, maar voor partijen mag dat geen geruststellende gedachte wezen. Ze zullen zich op een andere manier moeten organiseren. Het probleem is dat ze niet weten hoe. En het ambt van politicus is ondertussen een beroep geworden, een noodzakelijke tussenstap naar een mooie bestuurlijke functie. Politici zijn verleerd waar het feitelijk om gaat in de politiek: de grotere maatschappelijke vraagstukken benoemen en bediscussiëren, om vervolgens een richting aan te geven voor de oplossing van het probleem. Managers doen iets heel anders. Zij zijn heel concreet. Ze willen afstemmen en beheersen, niet politiseren. Politici die zich aan hen spiegelen nemen hun eigen taak niet serieus. Zij weten door de managementcultus amper nog wat politiek is, of waar ze zelf voor staan. Kok mag een goede technische voorzitter van de ministerraad zijn, hij is geen theoreticus. Van hem hoef je niet te verwachten dat hij de problemen benoemt waarover we op het voetbalveld spreken.''
,,Het is niet voor niks dat politici van het formaat Wiegel zich niet meer aandienen. Wiegel is een oude man die nog politiek bedrijft. Fortuyn ook, hij weet ook hoe het moet. De huidige generatie politici is opgegroeid met managen en resultaatgericht werken als mantra van de politiek. Dan is het heel moeilijk om te politiseren. Ze onderkennen de kracht van het woord niet meer. Dat is trouwens niet verwonderlijk, als je je oor te luisteren legt op universiteiten en middelbare scholen. Cool en gaaf, met die twee woorden kom je in een gesprek tegenwoordig een heel eind.''
,,In de politiek verdwijnt de ambachtelijkheid. Het woord doet er niet meer toe, de consistentie evenmin. Dat is de invloed van het postmodernisme op de politiek. Het is moeilijk elkaar nog op inconsistentie aan te vallen als elk verhaal juist kan zijn. Welk standpunt een politicus ook inneemt of welke gedachte hij ook uit, zijn tegenstander kan altijd zeggen: het is maar hoe je het bekijkt. Dan kom je niet veel verder, want luisteren naar een betoog of argumenten uitwisselen heeft niet zoveel zin meer. Hier wreekt zich het relativisme.''
,,Technocratie leidt tot het verdwijnen van idealisme. Het doel wordt belangrijker gevonden dan de achterliggende waarden waar het eigenlijk in de politiek om zou moeten gaan. Zoals managers verveeld zijn met de regels en procedures van de oude institutionele orde, zo zijn politici verveeld met waarden. Hoewel, men komt daar nu langzamerhand iets van terug. Met Balkenende is een politicus aan de leiding gekomen die waarden en de daaruit vloeiende normen wèl accentueert. Zijn makke is weer dat-ie een taal spreekt waarvan ik me afvraag of de generaties die na mij komen daar nog gevoel voor hebben.''
Hoewel de crisis alle gevestigde partijen treft -van de coalitie èn de oppositie- verkeert de PvdA volgens De Vries in het bijzonder in de problemen. Eerst gelieerd aan de verzorgingstaat, verbond zij zich het afgelopen decennium met de markt. Waarop moet zij terugvallen nu de bedrijfsmatige politiek de voedingsbodem voor Fortuyn blijkt te hebben gecreeërd?
,,Ja, de PvdA heeft heel moeilijk met de crisis van de partijen. Hoewel ze sterk aanwezig is in sommige sectoren, heeft de PvdA nooit goed nagedacht over de rol die maatschappelijke organisaties spelen als buffer tussen de markt en de staat. Het interessant van Balkenende is dat hij dat wèl doet. Hij heeft volgens mij beter in de gaten dat politici het nu hierover moeten hebben: wat is de juiste verhouding tussen staat, markt, middenveld?''
,,We moeten nog even afwachten wat het vertrek van Kok betekent voor de PvdA. Misschien blijkt dat hij de erosie van de PvdA nog lange tijd heeft gemaskeerd, zoals het electorale succes van Lubbers destijds het verval van het CDA aan het oog onttrok. En ondertussen slaat Melkert op een karateschool plankjes door en poseert hij tussen de kinderen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.