*

 
dossier

Archief

Ook corrupt Afrika heeft recht op voedselhulp

Hans Kruijssen − 24/12/02, 00:00

Hongerenden in Afrika hebben er niets aan als wordt geroepen dat hun regeringen stijf staan van corruptie en dat ze eerst moeten stoppen met oorlog voeren. Mensen dreigen te sterven en moeten worden geholpen.

Het artikel 'De slag om de honger' geeft aan dat iedereen baat heeft bij een inzamelactie voor Afrika. De hulpindustrie, de armen, maar ook de dictators (Trouw, 19 december). Het enige feit dat nu telt is dat 10 miljoen mensen aangewezen zijn op voedselhulp.

Ook in de Hoorn van Afrika groeit het aantal slachtoffers van voedseltekorten snel. En het Wereld Voedsel Programma van de VN verwacht dat het aantal slachtoffers nog zal oplopen naar 38 miljoen. Natuurlijk zijn dit geen exacte getallen, maar het zijn harde aanwijzingen dat het verkeerd gaat in Afrika.

Voedselgebrek is niet het enige: door ontoereikende gezondheidszorg hebben vooral de zwakkeren in de samenleving zoals ouderen, vrouwen en kinderen nauwelijks een kans meer om te overleven. De Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) baseren dat op de berekeningen van de VN. Maar ook de (lokale) organisaties waarmee SHO in Afrika samenwerken, geven steeds alarmerender berichten. Honger is het gevolg van een complex aan factoren, waarvan een deel in het rijke noorden ligt en een deel in het arme zuiden, een deel beheersbaar, zoals goed bestuur, en een klein deel onbeheersbaar, zoals het klimaat.

En wat nu te denken van de SHO-actie? De organisaties van SHO zijn al vele jaren actief in de landen waar nu de hongersnood dreigende vormen aanneemt. Zij hebben met belangrijke steun van donateurs in Nederland en van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking gewerkt aan de verbetering van de voedselproductie en de opslagcapaciteit, aan het opleiden van boeren en boerinnen, aan het uitbreiden van de gezondheidszorg, aan de voorlichting over het voorkomen van ziektes zoals hiv/aids. De activiteiten worden uitgevoerd door lokale particuliere organisaties. Dáár ligt de kracht van SHO: in die verbinding met de organisaties die met beide benen in de lokale samenlevingen staan.

Er is in de afgelopen jaren veel bereikt: de armoede is afgenomen en de internationale donoren erkennen dat het succes van hulpprogramma's in hoge mate afhangt van de deelname van de lokale maatschappelijke organisaties. En dat is geen eenvoudige taak, zeker niet in die landen waar leiders kost wat kost hun eigen positie wensen te handhaven. Maar er is ook vooruitgang: een land als Mozambique krabbelt overeind na de jarenlange burgeroorlog en vindt de weg naar democratisch bestuur. Ten slotte dringen de organisaties van SHO aan bij regeringen in het noorden en bij internationale organisaties om goed economisch en sociaal bestuur te blijven eisen als het nodig is ook voor hulpverlening. Nederland zal dat laatste ook moeten doen. De Nederlandse hulp richt zich immers ook op landen, zoals Ethiopië en Eritrea, die zich weinig gelegen laten liggen aan democratische waarden, en veel geld onthouden aan de eerste levensbehoeften van de bevolking. Dat kan niet blijven doorgaan.

Maar, is dat dan reden om de hongerende bevolking maar links te laten liggen? Is honger de prijs voor het feit dat zij een slechte regering hebben? De prestaties in de sociale sector in Zuidelijk Afrika wordt tenietgedaan wanneer nu niet in het overleven van mensen wordt geïnvesteerd.

Hulporganisaties zijn hier en daar al jarenlang bezig met de strijd tegen armoede, niet omdat ze er zelf beter van worden of zoveel in de publiciteit komen, maar omdat ze zich verbonden hebben aan de toekomst; omdat het om mensen gaat. Daarom wordt aan de Nederlandse bevolking gevraagd hulp te bieden. Dat is nu nodig om te voorkomen dat het journaal straks beelden moet laten zien van tekortschietende hulp.

mailIcon print |