Enkele lezers misten Van Eibergen in het rijtje van de tien vermaardste zware jongens van volkshuisvesting. 'De man heeft als enige op dit gebied de geschiedenisboekjes gehaald', mailde onze lezer te Heiloo. Dat klopt. Het anti-revolutionaire kamerlid J. van Eibergen veroorzaakte in de donkere dagen voor kerst 1960 een kabinetscrisis, die bekend is geworden onder de namen dakpannencrisis en jenevercrisis en vanwege de uitspraak van Wim Kan in zijn oudejaarsconference van dat jaar: Als de bomen staan, vallen de kabinetten.
Toch is het de vraag of Van Eibergen ondanks dit wapenfeit in het rijtje van zware jongens thuishoort. Hij leek in de kwestie (over de productie van nieuwbouwhuizen) eerder het pistool dan de schutter. Weliswaar had hij over de inhoud van de fatale motie met zijn fractie noch zijn fractievoorzitter Bruins Slot overleg gepleegd, maar in plaats van de zaak te redresseren greep de fractie, aangevuurd door de jenever, de precaire situatie aan om een appeltje met de partijgenoten Van Aartsen en Zijlstra in het kabinet te schillen. De crisis was dan ook meer een machtsstrijd onder de mannenbroeders van de ARP, vooral tussen Bruins Slot en Zijlstra, dan een conflict tussen kabinet en Kamer. De lezer in Heiloo aarzelt zelf dan ook: 'Vermaard is Van Eibergen in ieder geval, maar 'zwaar' wellicht niet, eerder een lichtgewicht.'
De aanloop naar de crisis doet denken aan de kwestie-Van Gijzel, het PvdA-kamerlid dat eind vorig jaar in de bouwfraudezaak voor de troepen uitliep. Hij moest dat met de politieke dood bekopen, Van Eibergen overleefde de zaak. Bruins Slot was weliswaar ontstemd over diens eigenmachtig optreden, maar liet het er verder bij. 'Ik vind dat een fout van hem. Maar hij is zo aardig dat het moeilijk is hem iets kwalijk te nemen', noteerde hij in zijn memoires. PvdA-fractieleider Melkert had in zijn akkefietje met Van Gijzel dus nog iets van Bruins Slot kunnen leren. Alhoewel, de AR-fractieleider was in de strijd met Zijlstra uiteindelijk de grote verliezer.
Onze lezers te Milsbeek en Sittard vroegen zich af waarom Pieter Bogaers in het rijtje van zware jongens ontbrak. Bogaers was minister van volkshuisvesting in de jaren zestig en geestelijk vader van de Bogaers-woning. Hier is sprake van een misverstand. Zij denken aan bestuurlijke zwaargewichten, waartoe deze minister zeker behoorde. Bij de term 'zware jongens' stonden ons 'de boeven' voor ogen: de politici die hard, op het gemene af, het debat kunnen voeren.
De voormalige PvdA-fractieleider Van der Goes van Naters veronderstelde dat er naar zijn grote tegenstrever in de jaren vijftig, KVP-leider Romme, geen straat is genoemd. Tot nu toe vonden we een Rommesingel in Pijnacker, een Rommeplantsoen in Amsterdam en een Rommepad in Rotterdam, maar geen straat. Volgens onze lezer te Franeker moet de 101-jarige nu ook die laatste schans opgeven: zijn gemeente kent een Rommestraat, net als Sneek, Zwolle en Vlissingen. In Woerden bestaat een Rommelaan. In het katholieke zuiden, waar de KVP destijds nog een enorme aanhang had, willen ze de oude voorman kennelijk vergeten, die ooit als babyface zijn intrede in de politiek deed.
Romme was 24 jaar toen hij lid van de Amsterdamse gemeenteraad werd. Hij was niet alleen jong, zeker voor die tijd, maar had volgens zijn biografie 'een blozend gezicht en een jongensachtig voorkomen'. Een waarnemer noteerde in die dagen dat 'de jonge meester in de rechten eruit zag alsof je hem zo aan het handje kon meenemen'.
De tien bekendste babyfaces in de Nederlandse politiek:
1 Loek Hermans
2 Frank de Grave
3 Robin Linschoten
4 Ed Nijpels
5 J.H. Grosheide
6 Elco Brinkman
7 Sharon Dijksma
8 Frans Andriessen
9 Pieter Lieftinck
10 Carl Romme
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.