DEN HAAG - Iedereen in Nederland die een (toekomstige) huwelijkspartner laat overkomen uit een niet-westers land moet zelf opdraaien voor een 'substantieel' deel van de kosten van inburgering van de nieuwkomer.
Daartoe heeft het kabinet besloten op voorstel van minister Van Boxtel (D66, grote-steden- en integratiebeleid).
Volgens het kabinet is dat gerechtvaardigd omdat de inburgering van nieuwe ingezetenen de Nederlandse overheid behoorlijk wat geld kost.
Voor het vertrouwd maken van nieuwkomers met de Nederlandse samenleving trekt het kabinet dit jaar 136 miljoen euro (300 miljoen gulden) uit. Voor een soortgelijk programma voor mensen die hier al langer verblijven maar nog onvoldoende zijn ingeburgerd is 95 miljoen euro (210 miljoen gulden) beschikbaar.
Hoe hoog de bijdrage precies wordt, is nog niet vastgesteld. En ook wil het kabinet eerst nog laten onderzoeken of de maatregel niet botst met het recht op gezinsleven, zoals dat is vastgelegd in het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Hoewel de maatregel geldt voor iedereen die een huwelijkspartner of gezinslid laat overkomen uit een land waarvan de onderdanen vallen onder de Wet Inburgering Nieuwkomers (grofweg gezegd: niet-westerse landen) zullen vooral in Nederland wonende Turken en Marokkanen ermee te maken krijgen.
Ruwweg driekwart van de huwbare Turkse en Marokkaanse mannen en vrouwen in Nederland trouwt met een partner uit het eigen land van herkomst die nog niet in Nederland heeft gewoond.
Het kabinet maakt zich zorgen over de integratie van deze migranten. Met het voorstel de al in Nederland wonende autochtoon een bijdrage te laten betalen aan de inburgering van de nieuwkomer volgt het kabinet een suggestie van het Nederlands Centrum Buitenlanders.
Jaarlijks vestigen zich rond de 40000 nieuwkomers in Nederland. Circa 9000 zijn afkomstig uit Turkije en Marokko en komen hier naar toe vanwege gezinsvorming dan wel gezinshereniging.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.