Omdat ik er zin an heb, slenter ik vrijdagmiddag in Rotterdam over de Coolsingel. Vanaf de zijde van het Stadhuisplein wordt het zicht op het stadhuis enigszins ontnomen. Voor de entree tel ik zes televisiewagens. En dat allemaal omdat een donkere kamergeleerde van de Beukelsdijk zijn lange vinger komt priemen. In een flits zie ik vanuit de richting Hofplein een bestelauto komen -het is een wagentje dat reclame voert voor een banketbakker. Nee toch, hè? Professor Populist zal straks toch weer niet onder de douche moeten? Net wanneer ik in gedachten ben over de vraag hoe vies het eigenlijk is wanneer je kale hoofd onder de kersenjam, de slagroom en de poep komt te zitten, besef ik dat het met je hoofd nog altijd een stuk beroerder kan aflopen. Ik kijk naar boven en heb oogcontact met de verstilde Johan van Oldebarneveldt.
Dat van die poep in de taart, zal dat nou echt waar zijn geweest? Poep en Rotterdam, het is wel vaker een combinatie en dan denk ik niet aan hondenpoep. Zelf heb ik ooit het volgende gezien bij Sparta-Ajax: schuin achter het doel van Stanley Menzo staat een gekke man al een kwartiertje van alles en nog wat te roepen naar de Ajax-keeper. Het is verschrikkelijke taal, maar een paar zwakbegaafde mannen van een jaar of zestig hebben er wel plezier an. De racistische opmerkingen worden grover en grover, maar niemand doet er iets aan. Het is een echte wedstrijd, het is druk op het Kasteel, maar druk of niet, de gekke man doet ineens zijn broek half naar beneden. Het gaat vliegensvlug in zijn werk, bijna niemand ziet het, maar de man stopt zijn hand in zijn onderbroek en toont even later in zijn hand een deel van de dampende bolus die hij zojuist heeft gedraaid. Hij maakt duidelijk dat ook dit zaakje voor Menzo bedoeld is. In een groepje rond de gekke man wordt hard gelachen, maar ook een beetje geduwd. Gaat dit niet al te ver?
Met open mond blijf ik het tafereel van ongeveer twintig meter afstand volgen. Uiteindelijk zie ik dat de gekke man de poep wegsmijt, maar de worp komt niet eens in de buurt van het doel van Menzo. Na deze actie gaat de gekke man zijn handen niet wassen. Hij bukt (ik kijk tot half in de bilnaad) en veegt zijn handen aan de grond af. Vervolgens wrijft hij de handen langdurig in elkaar, waarna hij besluit tot het draaien van een shaggie. De uitslag van die wedstrijd tussen Sparta en Ajax weet ik niet meer, maar die poeperij zal ik nooit vergeten.
Gek toch, dat associatieve denken tijdens een slentertochtje over de Coolsingel. Wanneer ik even later twee blokken verder een uitsmijter eet, zie ik Wilfried de Jong zitten. Ook hem zie ik regelmatig met poep in de weer. Is dat een beetje Rotterdams misschien? Ik schiet Wilfried over iets heel anders aan. Met enkele andere mensen broed ik al maanden op het plan ooit een toneelstuk over Coen Moulijn te realiseren. Wij hebben Wilfried als Coen op het oog. Het lijkt hem een mooi plan.
Dan weer de Coolsingel op. Het is een bijzondere dag. Ineens kom ik in gesprek met een vrouw van middelbare leeftijd. Haar vader is in de jaren dertig een beroemde middenvoor van Feijenoord en het Nederlands elftal geweest. Zij heeft heel veel van vader bewaard. Ik mag komen kijken naar de vele foto's, de documenten, het oranje shirt-met-halsveter, naar de houten scheenbeschermers van toen en naar de meniscus van haar vader.
Houten scheenbeschermers heb ik nog nooit gezien en voor een jaren-dertig-meniscus op sterk water heb ik ook belangstelling. Meer dan voor poep.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.