ROTTERDAM - Al zijn de volkstuinen de laatste groene longen van de stad en geven ze de opgejaagde stadsmens nog enige beweging en meer gezondheid, hun voortbestaan blijft bedreigd.
De grote steden barsten uit hun voegen en toch blijven de bestuurders plekken zoeken voor woningen en kantoren.
De Rotterdamse Bond van Volkstuinders bestaat zestig jaar en wilde gisteren een antwoord op de vraag hoe lang zij nog bestaan. ,,De moderne volkstuin moet in de stad'', vinden ze in Rotterdam.
Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht hadden politici geen moeite te komen. Buiten het congresgebouw Engels deelde de Socialistische Partij (SP) zakjes tomatenzaad uit. ,,We steunen jullie in de strijd om lijfsbehoud'', lieten ze de volkstuinders in een pamflet weten. ,,Er moet een einde komen aan de landjepikkers politiek.'' Ze spelen handig in op de onrust onder volkstuinders, die steeds meer complexen zien verdwijnen.
Binnen zijn het de PvdA'ers die de volkstuinders de hemel in prijzen. Zelfs staatssecretaris Geesje Faber van Landbouw, natuurbeheer en visserij is gekomen. Ze houdt zelf ook zo van tuinen, maar ja, daar had ze als bewindsvrouwe geen tijd meer voor. En die volkstuinen zijn volgens haar zo goed tegen vereenzaming van ouderen en de integratie van allochtonen. ,,Net als de boeren op het platteland zijn de volkstuinders in de stad niet te missen'', aldus Faber.
Ondanks al die mooie woorden was er behoorlijk wat gemopper in de zaal. Want diezelfde PvdA'ers, die in bijna alle grote steden de dienst uitmaken, vegen de volkstuinen van de stadskaart zodra er grond nodig is.
In Amsterdam hadden ze gedaan wat de staatssecretaris wilde. Er zijn volkstuinen die uit lijfsbehoud milieuvriendelijk werden, zich wisten aan te sluiten bij het ecologische lint van de regio en de hekken openzetten voor andere stadsmensen. En toch heeft de PvdA-wethouder daar, Stadig, besloten dat ze moeten wijken voor kantoorkolossen, terwijl er de laatste jaren steeds meer kantoren leegstaan in de hoofdstad. Maar de grond is duur en de plekken waar volkstuincomplexen staan, zijn aantrekkelijk geworden. De Rotterdamse wethouder Kombrink geeft toe dat de compacte stad eigenlijk geen ruimte heeft voor recreatie. Hij moet eerlijk zijn, zegt hij, en heeft veel botsende claims die niet zijn te verzoenen. Want aan de rand van de stad, waar de volkstuinen liggen, daar komen steeds meer nieuwe verkeersknooppunten om de problemen in het openbaar vervoer op te lossen en natuurlijk nieuwbouw en bedrijfsruimten. En dan heeft hij het nog niet gehad over de plannen van minister Pronk van milieu, die huizen wil gaan slopen in risicogebieden waar goederentreinen met de gevaarlijke stoffen langskomen.
Voor broer en zus Van Nijnatten, die op 'Pomona' in de wijk Charlois tuinen, is het er weer een bedreiging bij. Ze hebben net de strijd om de Betuwelijn overleefd. ,,Hij zou eerst dwars door het complex komen, maar dat hebben ze verlegd'', vertelt zus Nijnatten. ,,Nu komen de treinen straks vlak langs mijn bed te rijden.'' Ze hebben het niet zo op de bouwdrift van hun gemeente. Ze wonen op Zuid. ,,Als je even een paar weken op vakantie bent geweest dan staat er weer wat nieuws'', aldus haar broer.
Als de complexen mogen blijven, dan zullen ze meer voor de stad moeten betekenen. Of de volkstuinder straks nog steeds ontspannen is, zoals de GG & GD onderzoeker Fred Woudenberg vaststelde, is zeer de vraag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.