*

 
dossier

Archief

Toppers leven op kortingskaart bij de Chinees

Fred Troost − 04/02/02, 00:00

DEN BOSCH - Ze trainen dagelijks samen en kennen elkaar door en door. Dicky Palyama en Gerben Bruijstens zijn al jaren de nummers één en twee van de nationale badmintontop. Ze delen bijna alles: ervaringen, reizen naar toernooien en ook wrevel. Bestaan er dan geen verschillen? Ja, Bruijstens droomt ervan ooit de nummer één te worden en Palyama pantsert zich tegen die verwachte aanval.

De uitkomst van het NK badminton was voor niemand een verrassing; het was een kopie van 2001 en 2000. Zuur voor Bruijstens: ,,Zes jaar strandde ik in de halve finale op Jeroen van Dijk. Nu zit Palyama me dwars.''

De beide toppers zijn trainingsmaatjes op Papendal, waar ze dagelijks aan hun ontwikkeling werken. Plan Papendal ging na na de Spelen van Sydney van start. Opzet is door een fulltime trainingsprogramma de prestaties te verbeteren en de kansen op medailles bij de volgende Spelen te vergroten. Uiteraard zonder tussenstations als EK en WK over te slaan.

Het plan is ambitieus (30 uur training per week), net als de spelers dat zijn. Helaas heeft de praktijk beiden al wat frustraties bezorgd. Gisteren kwamen die naar buiten. De tegenstanders uit de finale vormden een met één mond sprekend duo dat zijn wrevel niet achter de kiezen kon houden.

Het achterliggende idee is prachtig, er werden beloftes gedaan, er zou geld zijn om plannen de realiseren, maar inmiddels heeft het tweetal de omissies in de faciliteiten ontdekt. ,,We moeten teveel zelf doen'', luidt de klacht. ,,We betalen de masseur zelf, het eten, de huisvesting.'' Palyama rijdt nog steeds heen en weer tussen Gouda en Papendal ('Daarvoor ben ik niet van Denemarken naar Nederland gekomen') en Bruijstens vond onderdak in een tehuis voor geestelijk gestoorden ('Ik woon in een gekkenhuis'). ,,We hebben zelf bij een Chinees in de buurt van Papendal een kortingskaart geregeld.''

Er stond weliswaar geen toezegging op papier, maar uit de voortgangsgesprekken met coach Martijn van Dooremalen hadden de twee opgemaakt dat deze aspecten wel geregeld zouden zijn. Het meest stoort de onzekerheid. ,,We horen vooral 'op korte termijn'. Van Dooremalen maakt plannen, vraagt subsidie aan en dan is het afwachten. We weten nu nog niet of we van de zomer naar de Aziatische toernooien kunnen. Gaat dat niet door, dan doe je vijf maanden niks'', klaagt Palyama. En Bruijstens: ,,Als je weet dat je alle Grand Prix-toernooien kunt spelen, heb je tenminste rust in je donder.''

Zo hielden de beloofde gouden bergen van NOC-NSF het duo meer bezig dan de finale die ze net daarvoor hadden gespeeld. ,,Ik droom er al tien jaar van Nederlands kampioen te worden'', treurde Bruijstens over zijn verlies. ,,Maar na al die jaren weet ik waar ik sta: ik ben de op één na sterkste.''

Bruijstens bracht bewust emotie in de finalepartij. Hij imponeerde met hoge sprongen, slaakte luide kreten en sloeg uit nijd zijn racket tegen de grond. ,,Ik doe het om mezelf op te peppen.'' Palyama bleef stoïcijns onder de psychologische oorlogsvoering. Bruijstens: ,,Je hebt niks aan een finale zonder emotie. Dat is het mooiste van de sport. Ik houd daar wel van. Anders ging ik wel kruiswoordpuzzels oplossen.''

De verwachte eindstrijd tussen de vrouwelijke badmintontitanen Mia Audina en Lie Yao bleef uit omdat Audina in de halve finale, op matchpoint nota bene, met een enkelblessure afhaakte. Zo werd Yao tegen Beenhakker wel heel gemakkelijk Nederlands kampioen (7-2, 7-0, 7-2).

mailIcon print |