Met Pim Fortuyn maakt Nederland kennis met onbeschaamde partijfinanciering. Meer regelgeving is nodig, maar dan wel doordacht, zonder mazen. Anders behoud je de huidige situatie: er zijn wel restricties, maar niemand hoeft zich eraan te houden.
Geldtekort is een groot probleem voor politieke partijen en hun vertegenwoordigers. Zonder geld geen uitgaven voor verkiezingscampagnes. Dit geldt voor derdewereldlanden net zo goed als voor Nederland en ons omringende landen. De behoefte aan geld kan politici ertoe brengen meer te luisteren naar mensen die geld willen storten dan naar degenen die op hen stemmen.
Soms wordt er met geld onbeschaamd omgegaan, denk aan de gift van een ton aan Leefbaar Nederland door Harry Mens, waarvan de gever later verklaart dat het geld bedoeld is voor directe steun aan Pim Fortuyn. Overal ter wereld zien we dan ook dat er voorschriften bestaan ter regulering van de financiering van partijen, campagnes en politici. Dit is niet afdoende. Miljonairs die persoonlijk al voldoende geld hebben kunnen desgewenst geheel zelfstandig hun eigen campagne financieren en hebben daarmee een grote voorsprong op collega-kandidaten die niet over eigen middelen beschikken.
In de VS is meer dan de helft van de senatoren miljonair. Voor hen hebben beperkingen op het inzamelen van geld ter financiering van hun verkiezingscampagnes een andere betekenis dan voor hun minder gefortuneerde collega's. Miljonairs kunnen betalen uit eigen portemonnee, zij hoeven geen geld in te zamelen. Zij zouden in principe minder bloot moeten staan aan invloeden van financiers. Zittende bestuurders en volksvertegenwoordigers hebben in vele landen gemakkelijker (soms zelfs exclusief) toegang tot geld en andere publieke middelen (zoals staatsradio en televisie) waar zij hun concurrenten van kunnen weren -zoals bijvoorbeeld Mugabe op dit moment doet in Zimbabwe. Dikwijls beschikt ook een zittende president nogal vrijelijk over de staatskas en over inzet van ambtenaren, politie en leger, om zijn herverkiezing te bevorderen.
Het in Stockholm gevestigde International Institute for Democracy and Electoral Assistance (IDEA) onderzocht hoe 'de politiek' gefinancierd wordt in zestig landen, waaronder negentien Europese landen. Het voorlopige rapport van de studie begint met korte beschrijvingen van politieke financiële schandalen in negentien landen, waarvan tien in Europa. De bekendste hiervan is het Duits-Franse schandaal waarin François Mitterrand, de vorige Franse president, en Helmut Kohl, de vorige Duitse kanselier, zijn betrokken. Maar het gaat ondertussen in Duitsland over nog zo'n achttienhonderd gevallen van mogelijk illegaal gedrag met betrekking tot politieke financiering.
In vrijwel geen enkel land is er een tekort aan wetgeving of subsidie voor 'de politiek', maar de regelgeving wordt niet nageleefd. Het gaat dan om het uitbannen van steekpenningen, het openbaar maken van giften en het stellen van grenzen aan bijdragen voor campagnes van partijen en kandidaten -zo worden giften uit het buitenland dikwijls verboden. Het duurst ondersteunde congreslid in de Verenigde Staten in 2002 is de democraat Jean Carnahan, met ruim 8,3 miljoen dollar voornamelijk afkomstig van de advocatuur. Gemiddeld haalt ieder congreslid in de jaren 2000 tot 2002 366783 dollar op. Hoe onafhankelijk zijn zulke volksvertegenwoordigers nog?
Staatsfinanciering gaat direct naar partijen en kandidaten in 65 procent van de landen. In 16 procent van de landen krijgen parlementskandidaten geld uit de staatskas voor hun campagnes. Indirecte staatssteun wordt verleend door belastingreducties -zoals in Nederland, waar contributies aan politieke partijen afgetrokken kunnen worden van de belasting.
Veel waarde heeft het gratis beschikbaar stellen van zendtijd op radio en televisie. Dat gebeurt in 88 procent van de onderzochte landen. De opvallendste uitzondering zijn de VS waar politiek adverteren alleen tegen betaling plaatsvindt. Soms (in Engeland, Frankrijk en Italië) is gratis zendtijd beschikbaar en is tegen betaling adverteren verboden. In 53 procent van de landen moeten de partijfinanciën gepubliceerd worden, voor parlementskandidaten geldt dit in 35 procent van de landen.
De onderzoeksresultaten laten zien dat er in veel landen te veel waarde wordt gehecht aan regelgeving. We mogen sceptisch zijn over de daarmee te bereiken resultaten. Al te dikwijls zijn er te veel gaten in de wetgeving zodat geld toch onopgemerkt zijn weg kan gaan. In Nederland is er kennelijk een gebrek aan regels. ,,Wees open over je kas'', zegt Paul Rosenmöller. De PvdA zei dat al eerder en eist nu openbaarmaking van elke gift boven de duizend gulden. De VVD reageert niet. De miljoenen die Fortuyn pretendeert te krijgen van slechts enkele ondernemers hebben kennelijk andere partijen verontrust. Gaat het grote geld ook in Nederland de politiek regeren?
De roep om meer regels vereist serieuze aandacht maar geen overhaaste voorstellen en besluiten. Maar als we het al niet willen en kunnen tegenhouden, zijn we in elk geval beter af als we weten van wie het geld komt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.