*

 
dossier

Archief

Het geluk van Lawrence Renes

Sandra Kooke − 24/12/02, 00:00

Hij is 32 jaar en het leven lacht hem toe. De carrière van dirigent Lawrence Renes verloopt pijlsnel en gaat nu ook de grens over. Deze week neemt hij afscheid van Het Gelders Orkest, omdat hij chef-dirigent wordt van de Staatsphilharmonie van Bremen. Een beter orkest is geen prestigekwestie voor hem. Maar met een goed orkest is het gemakkelijker om het geluk in de muziek te ontdekken.

Hij heeft geluk gehad. ,,Maar ik heb het geluk wel zelf naar me toe getrokken. Mensen zeggen vaak: 'Wat was jij een geluksvogel toen je op je 25ste mocht invallen bij het Concertgebouworkest'. Maar ik heb er zelf voor gezorgd dat ze me vroegen. Je kunt me ook geen pechvogel noemen, maar ik heb er wel heel hard voor gewerkt.''

Donkere, felle ogen, die hij heeft meegekregen van zijn Maltese moeder. Vlugge bewegingen, een korte lach, een snelle reactie op een vraag: Lawrence Renes flitst in het dagelijks leven net als in zijn carrière. Hij turnde op hoog niveau, speelde viool in het Nationaal Jeugd Orkest, maar wist toen hij veertien was opeens dat hij dirigent wilde worden. En niets anders.

Negen jaar geleden studeerde hij bij Ed Spanjaard af aan het Conservatorium in Den Haag. Hij haalde zijn eindexamen cum laude toen hij het Residentie Orkest dirigeerde in de tiende symfonie van Sjostakovitsj. Na een assistentschap bij het Radio Filharmonisch Orkest onder Edo de Waart werd Renes in 1997 chef van Het Gelders Orkest. En in 2003 wordt hij General Musikdirektor in Bremen, waar hij symfonische concerten en opera's gaat dirigeren.

Renes: ,,Ik werd gevraagd. Ze zeiden: 'We horen zoveel goede verhalen over je. Zou je geïnteresseerd zijn in een positie bij ons?' Dan begint het aftasten over en weer. Ik was geïnteresseerd in een nieuwe, vaste positie. Waar, dat deed er niet toe. Het ging me om de werkmentaliteit, de ambities, de mogelijkheden die een werkplek me zou bieden. De Staatsphilharmonie kwam dertien musici tekort. Ik heb gezegd: 'Ik wil geen Mahler doen met vijftien rem plaçanten bij de strijkers. Dan word je een gastdirigent bij je eigen orkest. Dan kun je niets opbouwen. Die dertien zijn er gekomen. Nu denk ik dat ik in Bremen veel kan bereiken. Het orkest doet net als het Nederlands Philharmonisch Orkest symfonisch werk en opera. Alleen is in Bremen mijn orkest het enige dat de opera mag begeleiden.''

Mijn orkest? Een lichte gêne kleurt zijn gezicht. ,,Ja, ik hoor het mezelf zeggen. Het Gelders Orkest was vijf jaar 'mijn' orkest. Het voelt vreemd. Het is niet zo van: je ruilt je oude auto in voor een mooiere en dan vergeet je de oude.''

Is Bremen een mooiere auto? ,,Ja, het is een beter orkest, wat niet wil zeggen dat Het Gelders Orkest niet goed is. Bremen is een stapje verder. Het instapniveau - dat je hebt voordat een dirigent er iets aan heeft toegevoegd - ligt hoger. De volgende vraag is hoe ze reageren op je aanwijzingen, welke diepte en intensiteit ze kunnen bereiken. Dat moet ik nog zien.''

Hoe bereik je op 32-jarige leeftijd zo'n carrière? Het belangrijkste is werken, werken, werken. Renes heeft tropenjaren achter de rug. Als jonge dirigent kun je niet terugvallen op ervaring, ieder stuk doe je voor het eerst. Renes: ,,Ik heb het er wel eens met Willem-Alexander over gehad hoe moeilijk het is om een jonge koning te zijn. Hetzelfde geldt voor een dirigent. Leeftijd speelt in principe geen rol als je voor een orkest staat, maar ervaring wel. De vijfde symfonie van Mahler, die ik nu met Het Gelders Orkest speel, heb ik eerder in Londen en Stockholm gedaan, met het Radio Filharmonisch ook al eens. Zo langzamerhand begint er ervaring te komen. Dat vind ik zo lekker, zo heerlijk.''

Met werken alleen kom je er niet. Renes: ,,Je bent ook afhankelijk van mensen om je heen. Edo de Waart is een belangrijke mentor voor me geweest. Hij is nog steeds een dierbare vriend die me adviseert. Maar ook iemand als Louw rens Langevoort die mij mijn eerste opera bij de Nationale Reisopera heeft laten doen, heeft een grote betekenis in mijn carrière gehad. Dat soort mensen is nodig om in het kringetje te komen. Zit je daar eenmaal dan is het zaak altijd op een hoog niveau te presteren.''

En dan zijn daar de orkestmusici met wie hij gewerkt heeft, vooral de leden van het Radio Filharmonisch Orkest waar hij als 24-jarige als assistent aan het werk ging. ,,Die hebben mij als baby, in mijn breekbaarste vorm meegemaakt. Zij hebben het meest hun stempel op mij gedrukt. En wat een geduld hebben ze gehad. Ze waren gewend aan De Waart en Hans Vonk, en toen kwam ik. Ik repeteerde tien keer langzamer. Vaak genoeg kwam er iemand naar me toe om te zeggen: 'Het gaat geweldig, maar als je nu eens een klein beetje meer tijd neemt op dat ene moment'. Zo leer je de kneepjes van het vak. Dat mensen de moeite nemen om dat voor je te doen, vind ik fantastisch.''

Maar ook de vijf jaar bij Het Gelders Orkest zijn belangrijk geweest. Renes: ,,Ik ben een echte chef-dirigent, net zoals De Waart en Chailly. Ik hou ervan om in iets voor de langere termijn te investeren. Niet alleen de noten voor het concert van vrijdagavond erin krijgen, maar iets opbouwen, zodat een orkest beter wordt. Dat is mijn ambitie. Nee, ik voel me geen vader van het orkest. Wel een partner. Er is een verbondenheid, door dik en dun, ook in de moeilijkste persoonlijke momenten. Het komt voor dat je een stuk voor het eerst doet waarmee je geen affiniteit hebt en waar je je gezamenlijk doorheen moet worstelen. Dan voel ik de ondersteuning van mijn orkest. Dat gevoel heb ik erg nodig in mijn leven. Zonder die steun zou ik nooit zo veel gegroeid zijn.''

Ook het orkest in Arnhem is onder zijn handen gegroeid, vindt Renes. ,,De diepte en klankkleur is toegenomen. Ook de intensiteit, en daarmee de muzikaliteit, waarmee ze spelen. Ze hebben ook een grotere discipline ontwikkeld.''

Zelf is hij de afgelopen tijd als dirigent rustiger en evenwichtiger geworden. ,,Maar ik wil dat dolgraag nog meer worden. En mijn gevoel zegt dat dit komt, dat dit erin zit. Ik moet mezelf alleen de tijd gunnen. Neem nu eens Herbert von Karajan. Als we over zijn prestaties praten, denken we alleen aan de laatste tien jaar dat hij dirigeerde. Ik zag hem laatst op een video dirigeren als broekie en dacht: o, er is nog hoop. Hij dirigeerde met nog hogere armen dan ik. Maar op het laatst van zijn leven stond hij zowat in de grond te graven. Ik dirigeer te hoog, ja. Ik wil lager, want dan wordt de klank aardser en daar hou ik van. Ik merk bijvoorbeeld dat ik contrabassen heel belangrijk vind in de strijkersklank. Een crescendo moet van achter opkomen, dat moet je er niet uit trekken. Zoals het Concertgebouworkest een paar extra registers kan opentrekken voor een crescendo en dan komt het - whhoemm - opzetten. Maar goed, het Concertgebouworkest en de Wiener Philharmoniker vind ik veruit de mooiste orkesten ter wereld. De rest volgt op afstand.''

,,Het Concertgebouworkest, Wenen of New York is het hoogste wat je kunt bereiken. Niet dat ik per se uit ben op een toppositie - een carrière zegt me niets - maar zo'n orkest geeft je wel de mogelijkheid op het hoogst mogelijke niveau te musiceren. En daar wil ik mezelf uiteindelijk brengen. Dat ben ik aan mijn talent verplicht. Ik zie mijn muzikaliteit als een gave. Ik ben streng katholiek opgevoed door mijn moeder. Nu ben ik zoekende. Ik kan niet concreet zeggen: God heeft me dit gegeven. Maar ik ervaar mijn talent wel als iets wat me gegeven is en dat ik niet mag laten verslonzen.''

Musiceren in de ware zin des woords - voor Renes is dat als je met een orkest als één ziel, één stem musiceert - is waar het Renes om gaat. ,,Ik speelde vroeger als violist veel kamermuziek. Dat mis ik als dirigent heel erg: dat gevoel van samen musiceren, zoals je in een strijkkwartet doet. Hoe beter een orkest is, hoe meer dat gevoel een kans krijgt. Dat geeft me een gevoel van groot geluk. Het is zo spannend, en zo verbluffend om te zien hoe spontaan en open je kunt zijn, als dat moment er is. Hoe verder je komt met een orkest, hoe beter je dat kunt bereiken. Dat zijn de hoogtepunten van een concert en die kun je niet op de repetities voorbereiden. Het moet ter plekke uit het samen musiceren ontstaan. Oogcontact is dan belangrijk voor me. Niet alleen musici, maar ook een dirigent moet geïnspireerd worden.''

En nu wordt hij dan in Bremen 'Herr General Musikdirektor und Operadirektor' zoals hij besmuikt lachend zegt. ,,In Bremen groeien geen geldbomen, ik kan er niet onbeperkt graaien, maar de omstandigheden voor musiceren zijn er beter. Vorig jaar deed ik bij Het Gelders Orkest een Vierde van Mahler met tien strijkers te weinig. Dat was een dieptepunt voor me. Dit jaar hebben ze voor mijn afscheid alle registers opengetrokken en tien remplaçanten toegevoegd. Dat is goed voor Mahler maar niet voor Het Gelders Orkest. Dat zou gewoon net als Randstedelijke orkesten genoeg strijkers moeten hebben. Betalen de mensen hier soms minder belasting? Mijn veeleisendheid en ambitieniveau maken het gezonder voor me om nu de overstap te maken naar een hoger niveau. Het orkest in Bremen is gewoon beter. Maar Het Gelders Orkest is daarom niet slechter. Gaat dat tegen de logica in? O, voor mij niet. Bij mij is de beker altijd halfvol.''

mailIcon print |