Het scheelde een haar of Hitler had zijn atoombom gehad. Faalden de Duitse fysici of saboteerden ze het project? Cruciaal voor het antwoord op deze vraag is het bezoek dat de leider van het Duitse project Werner Heisenberg bracht aan zijn leermeester Niels Bohr. Dat bezoek is altijd met veel geheimen omgeven, maar binnenkort gaat het archief van Bohr open en wordt duidelijk wat de fysici destijds bespraken.
Kopenhagen, september 1941. De briljante Werner Heisenberg ontmoet zijn leermeester Niels Bohr. In de jaren twintig waren die ontmoetingen eerder regel dan uitzondering geweest. Kopenhagen was toen het centrum van de natuurkunde, Niels Bohr de directeur van het Instituut voor Theoretische Fysica aldaar en Heisenberg één van de jonge geesten die er de fundamenten legden voor de quantumtheorie.
Maar nu is het oorlog. Denemarken is door de Duitsers bezet en veel van die jonge geesten zijn naar Engeland of Amerika uitgeweken. Heisenberg niet, Heisenberg geeft leiding aan de Uran- verein, het nazi-project dat de mogelijkheden van een Duitse atoombom onderzoekt. Het bezoek is van korte duur. De twee natuurkundigen dineren en besluiten te gaan wandelen omdat ze bang zijn te worden afgeluisterd. Wat onder die wandeling is besproken, blijft onduidelijk. Zeker is wel dat die avond een einde komt aan hun vriendschap. Bohr is ontstemd over hetgeen Heisenberg te berde heeft gebracht, de Duitser keert terug naar Berlijn en de heren zien elkaar nooit meer.
Er is sindsdien veel gespeculeerd over dit gesprek. Wat kwam Heisenberg doen in Kopenhagen? Waar werd Bohr zo kwaad over? De eerste heeft na de oorlog mooie verhalen opgehangen over zijn bezoek, de tweede heeft er altijd het zwijgen toe gedaan. Het enige dat er is, is een brief die Bohr aan Heisenberg geschreven heeft - naar aanleiding van diens 'mooie verhalen' - maar die hij nooit heeft verstuurd. Zijn zoon vond de brief, legde hem voor aan een wetenschapshistoricus en borg hem toen op in het familiearchief.
Van dit merkwaardige gegeven - waarom adviseert een historicus een belangrijk document geheim te houden? - bestaan meer varianten. Drie zonen, Hans, Erik of Aage, worden genoemd als degenen die de brief zouden hebben voorgelegd aan diverse historici, zoals Thomas Kuhn, Gerald Holton (een professor van Harvard) en Finn Aaserud, de conservator van het archief van de familie Bohr.
Hoe dan ook, drie maanden geleden, bij de zestigste herdenking van de ontmoeting, maakte de familie bekend dat ze het archief niet in 2012 (vijftig jaar na Bohrs dood) zal vrijgeven, maar nu al. Aaserud is begonnen met het ontcijferen en vertalen van elf documenten - krabbels en kladbrieven - een karwei dat hij binnenkort zal hebben voltooid. Vrijwel zeker wordt dan duidelijk wat er onder die wandeling in Kopenhagen is besproken.
Heisenberg zelf heeft altijd volgehouden dat hij de grand old man in Kopenhagen om een vaderlijk advies kwam vragen. Hij was in Berlijn bezig met dat atoomproject, met het ontwikkelen van een Duitse kernreactor, beweerde hij, en hij vroeg zich af of dat wel ethisch verantwoord was.
Maar deze versie is vrij onaannemelijk. Heisenberg voerde destijds in Berlijn vaak ethische discussies met zijn fysische vrienden, met Max von Laue en Max Planck bijvoorbeeld. De ethische dilemma's van kernenergie zijn daarbij nooit aangesneden, het is dus onwaarschijnlijk dat Heisenberg daarvoor helemaal naar Kopenhagen is gereisd.
Een tweede versie luidt dat de jonge Werner - hij was toen veertig - kwam opscheppen bij de twintig jaar oudere Bohr. Dat zou kunnen, Heisenberg stond bekend als een ietwat wereldvreemd en onnozel figuur, met weinig inlevingsvermogen. Sinds hun eerste ontmoeting was de vroegere leerling opgeklommen, niet alleen tot leider van de Uranverein, maar ook tot directeur van het prestigieuze Kaiser Wilhelm-instituut voor natuurkunde in Berlijn. Bovendien was hij niet zomaar op bezoek in Kopenhagen, hij was gekomen om in een lezing in het Kulturhaus Duits gedachtegoed uit te dragen, ook al betrof dat dan de fysica. Kortom, Heisenberg voelde zich een hele peer en zal dat niet onder stoelen of banken hebben gestoken. Het kan niet anders dan dat dit gedrag Bohr geïrriteerd heeft. Maar de Deen had daarom de vriendschap niet hoeven te beëindigen, hij had ook zijn vaderlijk gezag kunnen laten gelden.
Waarschijnlijker is dat Heisenberg een plan of een voorstel had. Ook daarvan zijn verschillende versies in omloop. Bijvoorbeeld: het Duitse atoomproject wilde niet erg vlotten. Er waren flink wat tegenslagen geweest en Heisenberg had er slapeloze nachten van dat de geallieerden deze race zouden winnen. Volgens deze versie kwam hij bij Bohr vissen hoe ver 'de anderen' waren. Het zou niet zo'n zinnig plan zijn geweest: Bohr had in het geïsoleerde Denemarken weinig zicht op wat er aan gene zijde van de oceaan was bereikt.
Dan komt de meest intrigerende versie in beeld. Wellicht werkte Heisenberg tegen wil en dank voor de Uranverein en zocht hij steun bij zijn meester. De journalist Robert Jungk suggereerde in 1958 al, in zijn 'Heller als tausend Sonnen', dat Heisenberg een soort dubbele sabotage voor ogen stond. Als híj nou in Duitsland het onderzoek traineerde, misschien kon Bohr dan iets vergelijkbaars in de VS bewerkstelligen.
Als het zo zou zijn gegaan, komt Bohr slecht uit de geschiedenis naar voren. Dan zijn de honderdduizenden doden van Hiroshima en Nagasaki hem uiteindelijk aan te wrijven. Een verwijt overigens dat Heisenberg hem, en ook Einstein, na de oorlog vele malen voor de voeten heeft geworpen. Hij, Heisenberg, had geen enkel slachtoffer op zijn geweten. En ook in het toneelstuk 'Kopenhagen' van een paar jaar terug, waarin de twee samen met Bohrs vrouw Margrethe, de ontmoeting nog eens - postuum - bespreken, komt deze heikele conclusie uitgebreid aan de orde.
Dat zou verklaren waarom de familieleden nu het archief openbaar willen maken. Ze hopen dat ze hiermee nog meer 'misvattingen over de inhoud' kunnen voorkomen, verklaarden ze eind september. Pikant detail in dit geheel is dat Bohrs nooit verzonden brief in het bewuste boek van Robert Jungk is gevonden: het lijkt erop dat dit voor Bohr de beroemde druppel is geweest.
De allesoverheersende kwestie achter dit giswerk is de vraag hoe dicht nazi-Duitsland in de buurt was van een atoombom. Wat je daar verder ook over kunt speculeren, duidelijk is dat de Uranverein september 1941 een stuk verder was dan de geallieerden. Hoewel president Roosevelt al vele signalen had ontvangen, onder anderen van Einstein, dat de Amerikanen deze wedloop niet mochten verliezen, klonk voor hen het startschot pas n Pearl Harbour, dus na 7 december 1941. Heisenberg daarentegen heeft later beweerd dat hij in september 1941, vóór hij naar Kopenhagen afreisde, de route die leidde naar de atoombom, al voor zich zag.
Het verhaal begint in 1938 met de ontdekking van Hahn en Strassmann dat een uraniumkern splijtbaar is. Het is meteen duidelijk dat daar veel energie bij vrijkomt en dat het mogelijk is een kettingreactie op te wekken. Er is één probleem: het werkt alleen bij de isotoop uranium-235 en natuurlijk uranium bestaat voor meer dan 99 procent uit het niet-splijtbare uranium-238. Wie een atoombom wil maken, heeft een kleine tien kilo uranium-235 nodig.
Om onduidelijke redenen zijn Heisenberg en zijn Duitse collega's hiermee de mist in gegaan. Heisenberg heeft in de oorlog diverse schattingen gegeven voor de benodigde hoeveelheid, variërend van tien kilo tot een paar ton. Ook had hij de indruk dat hij een onmogelijk groot machinepark zou moeten bouwen om via verrijking de vereiste hoeveelheid uranium-235 te verkrijgen. De Duitse onwetendheid bleek, toen de leden van de Uranverein na de capitulatie op het Engelse landgoed Farm Hall werden geïnterneerd en hun gesprekken werden afgeluisterd. Toen het nieuws van de bom op Hiroshima hen bereikte, geloofden ze hun oren niet. Heisenberg bewees zijn genialiteit overigens wel door binnen een week door te hebben hoe de geallieerden waren geslaagd.
Toch was de weg naar de bom door die misvatting nog niet afgesneden. Men wist dat in een kernreactor uranium-238 wordt omgezet in plutonium en dat ook met plutonium een kernwapen te bouwen is. Voor een kernreactor was echter een zogeheten moderator nodig en daarvoor bestonden twee kandidaten: grafiet en zwaar water. De grote Duitse experimentator Walter Bothe had - ten onrechte - aangetoond dat grafiet niet voldeed. Voor de andere optie, zwaar water, hadden de Duitsers een fabriek in bezet Noorwegen, maar die fabriek heeft, door sabotageacties van de Noorse ondergrondse, nooit geleverd.
Augustus 1941 dacht Heisenberg nog dat de weg naar de bom via een reactor kon lopen, een jaar later was het over en uit. Wanneer de knoop precies is doorgehakt, is niet duidelijk, maar het moet in 1942 zijn gebeurd. In mei bijvoorbeeld vroeg Albert Speer aan Heisenberg of hij binnen negen maanden de bom af kon hebben. Nee, was het antwoord. Niet lang daarna hield de Uranverein zich alleen nog maar met de reactor bezig en zetten de nazi's al hun kaarten op de raketten.
Toen Niels Bohr eind 1943 aankwam in Los Alamos, de vestigingsplaats van het Amerikaanse atoomproject, vertelde hij dat Heisenberg tijdens de ontmoeting over de atoombom had gesproken. Bohr maakte een schets van het plaatje dat Heisenberg hem had laten zien en men herkende in die schets slechts een kernreactor.
Dus nogmaals, wat kwam Heisenberg in Kopenhagen doen? Wilde hij zeggen: we hebben al een reactor, de bom is niet ver meer? Of was de hint juist: wij houden ze voor de gek, kunnen jullie hetzelfde bereiken? Hoe dan ook, de boodschap kwam niet over, daarvoor was Bohr te weinig met de materie bekend.
Het blijft zo een mysterieuze ontmoeting, maar dat komt, volgens de Amerikaanse wetenschapshistoricus David Cassidy, doordat iedereen de hele geschiedenis verengt tot dat ene bezoek in Kopenhagen. Maar Heisenberg heeft in de oorlogsjaren zeker tien vergelijkbare reizen naar bezette gebieden ondernomen. Als vertegenwoordiger van zijn land en als uitdrager van de culturele propaganda was hij bijvoorbeeld in Polen en Hongarije. En toen hij in 1943 in Nederland was, bleek dat hij deze bezoeken niet alleen als een pure verplichting zag. Europa had een krachtige leider nodig, beweerde hij. Slechts twee personen kwamen in aanmerking: Stalin en Hitler. Dan kon je beter de laatste hebben, vond Heisenberg.
Niet dat hij een nationaal-socialist was of een aanhanger van Hitler, maar net als vele andere intellectuelen maakte hij zich zorgen over de toekomst van het Duitse erfgoed. Geboren in 1901, was hij opgegroeid in het Duitsland van de Eerste Wereldoorlog en de politieke en sociale chaos daarna. Democratie stond niet hoog in zijn vaandel, de Russische revolutie had hem met afgrijzen vervuld en de Duitse vernedering was diep in zijn geheugen gegrift. Vandaar dat hij net als die anderen van de culturele elite de overwinningen in de Blitzkrieg toejuichte. Met de Führer en zijn bende zouden ze na de oorlog wel afrekenen.
Bijna was het omgekeerde gebeurd. In de jaren dertig, toen het regime steeds meer zijn ware gezicht toonde en zijn joodse collega's werden ontslagen of nog erger, schikte Heisenberg zich in zijn lot: hij zag het als zijn taak om te blijven en zijn land te dienen. Maar allengs werden de pijlen op hem gericht, Heisenberg was immers ook een representant van de 'joodse fysica', de quantum- en relativiteitstheorie. In 1937 werd hij zelfs voor een witte jood uitgemaakt, een vertegenwoordiger van de geest van Einstein. Slechts met een persoonlijk beroep op Himmler kon Heisenberg zich redden. Toen zich een jaar later de mogelijkheden van de atoomsplijting openbaarden, zag hij daarin een prachtige gelegenheid om zijn eigen nut en dat van de joodse fysica te bewijzen - de atoomkracht is immers een direct gevolg van Einsteins E=mc2.
Dat werpt ook een ander licht op zijn gesprek met Bohr. Het waren geen ethische dilemma's die hem dwarszaten, maar een bezorgdheid om Duitslands toekomst. Heisenberg wist dat de Amerikanen vroeg of laat een atoombom zouden kunnen maken en hij vreesde dat ze dat wapen tegen Duitsland zouden inzetten als het land niet met conventionele middelen verslagen kon worden. Zo bezien waren er maar twee perspectieven: de totale vernietiging, of een Russische overheersing. Dat doemscenario kon maar op één manier worden tegengehouden: Amerika mocht de bom nooit bemachtigen. Fysici in de VS moesten het onderzoek naar de bom frustreren. En wiens gezag kon hij voor dat doel beter aanspreken dan dat van Niels Bohr. Het wekt geen verbazing dat zelfs Bohr, die de rustige Deen werd genoemd, bij dit voorstel in woede uitbarstte.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.