*

 
dossier

Archief

Leger wil liever zoekers en rokers dan fossiel worden

Petra Noordhuis − 29/11/02, 00:00

Het Leger des Heils staat al lang open voor vrijwilligers die geen lid zijn van het kerkgenootschap, maar binnen een half jaar krijgen ze een officiële status. Misschien roken of drinken ze wel: een cultuuromslag voor de traditionele heilssoldaat.

'Met het nieuwe vrijwilligersbeleid erkennen we de bestaande situatie'', zegt Wim Kanis, hoofd van de afdeling maatschappelijke dienstverlening van het kerkgenootschap van het Leger des Heils. Het Leger krijgt al langere tijd steun van 'nieuwe vrijwilligers', zoals Kanis ze noemt. Mensen die anderen in nood willen helpen, maar niet lid zijn van het kerkgenootschap en dus ook geen 'heilssoldaat'.

Het gaat om een aanzienlijke groep. ,,Binnen de kerk - bestaande uit 78 korpsen of plaatselijke gemeenten - werken ruim 6000 heilssoldaten. Daarnaast hebben we zo'n 1200 vrijwilligers van buitenaf.''

Waarom worden deze mensen al toegelaten terwijl de statuten nog niet zijn aangepast? Kanis wijst op een kaartje in de boekenkast van zijn kamer in het Nationaal Hoofdkwartier in Almere met de uitspraak Go and do something van William Booth, de stichter van het Leger des Heils. ,,Je moet niet altijd eerst uitgebreid plannen maken. Daar gaan soms jaren overheen. Daarom 'doen' we nu al.''

Het Leger des Heils wil de nieuwe vrijwilliger officieel erkennen, onder meer door het opstellen van een vrijwilligersovereenkomst. De nieuwe groep vraagt bovendien om een eigentijdse benadering. ,,Vroeger spraken we niet over 'vrijwilligers'. Heilssoldaten deden hun werk vooral vanuit een roeping van 'boven'. De nieuwe vrijwilligers zijn ook bezig met persoonlijke doelen. Ze willen dat het werk hun iets oplevert. We moeten er daarom voor zorgen dat iemand die graag met mensen werkt, niet achter de geraniums belandt.''

Kanis heeft drie jaar geleden namens het Leger des Heils Stichting Vrijwilligersmanagement (SVM) ingeschakeld om hem te ondersteunen bij het opzetten van een 'vitaal' vrijwilligersbeleid. ,,Ons ledenaantal groeide niet meer en de vergrijzing eiste zijn tol. We kunnen de nieuwe vrijwilligers daarom goed gebruiken. De maatschappij is veranderd, de mensen zijn veranderd. Als we niet zouden meebewegen, worden we op een gegeven moment een fossiel.''

,,De hoofdlijn blijft dat onze vrijwilligers christelijk zijn. Maar ook mensen die zoekende zijn, bereid zijn over het christelijk geloof na te denken en zich er in elk geval niet tegen afzetten, zijn welkom.'' Anders gelovigen zoals moslims kunnen volgens hem in principe geen vrijwilliger worden. ,,Iemand die tegen christendom is, is bij ons niet op zijn plaats. Hockeyers worden ook geen lid van de voetbalclub. Een moslim zou hier bijvoorbeeld continu te horen krijgen dat Jezus Christus God is, terwijl hij zelf gelooft dat Jezus alleen een profeet was.''

De nieuwe vrijwilligers doen vooral het praktische werk. ,,We plaatsen hen niet in een team dat pastorale bezoeken aflegt, maar bijvoorbeeld wel in een van de kledingwinkels.''

Het opener toelatingsbeleid ligt gevoelig bij een deel van de heilssoldaten. ,,We zijn eraan gewend dat we elkaar overal tegenkomen, ook op zondag in de kerk. We zijn een heel hechte club'', aldus Kanis, die zelf al 27 jaar binnen het Leger werkt. ,,Sommige 'oude vrijwilligers' reageren onwennig en bezorgd. Ze zijn bang dat we op deze manier water bij de wijn doen en onze identiteit verliezen. Ook in die houding zit een gevaar. We moeten niet naar binnen gericht zijn, maar onze voelhoorns in de maatschappij hebben.''

Het heeft volgens projectleider Rien van der Veer van SVM heel wat gesprekken gekost om hen te overtuigen van de waarde van vrijwilligers van buitenaf. ,,We hebben zes korpsen bezocht en daar regionale bijeenkomsten georganiseerd. Vervolgens hebben we een discussiebijeenkomst gehad met de officieren. Ik bemerkte onder hen veel weerstand. Uiteindelijk zijn we gezamenlijk tot een compromis gekomen, geïnspireerd door korpsen in het buitenland: nieuwe vrijwilligers worden toegelaten, maar niet in alle functies.''

Wim Kanis is ervan overtuigd dat de eigenheid van het Leger overeind blijft. ,,Onze identiteit zit dieper dan het uniform. Wat onze vrijwilligers gemeenschappelijk hebben, is dat zij vanuit een christelijke levensovertuiging anderen in nood helpen. Ik merk dat de nieuwe vrijwilligers ook willen laten zien dat ze bij het Leger des Heils horen. Daarom hebben we voor hen een poloshirt laten maken, dat zij in plaats van het uniform kunnen dragen.''

Volgens hem is er veel belangstelling voor vrijwilligerswerk bij het Leger des Heils. ,,We organiseren regelmatig vakantieweken voor kinderen in asielzoekerscentra. Als we via een advertentie in de krant om vrijwilligers vragen, krijgen we honderd reacties van buitenaf, allemaal jonge mensen. Dat ontroert me. Ik vind het prachtig dat zij zich aanbieden, meestal vanuit een christelijke levensovertuiging.''

De heilssoldaten blijven ook in het vervolg de spil in de organisatie. ,,Zij kunnen een mentorrol vervullen en de nieuwelingen inwerken.'' Er zal ook meer aandacht komen voor de persoonlijk behoeften van de oude vrijwilliger. ,,Het gebeurde vroeger wel eens dat iemand ergens voor werd gevraagd en dat werk vervolgens tot zijn dood bleef doen. De afgelopen jaren heeft er een specialisatie plaatsgevonden. Mensen doen werk dat bij hen past en dat ze leuk vinden. De heilssoldaten doen het werk in de eerste plaats voor God, maar ze hebben net als de nieuwe vrijwilligers behoefte aan waardering en een motiverende leiding.''

mailIcon print |