Ons aangename dorp telt 426 inwoners. We hebben een lieflijk kerkje dat langzamerhand een cultuurtempeltje wordt, we hebben een subliem toneelgezelschap, diverse kunstenaars in ons midden, een fijn koor en ook nog een sportclub, waar aan badminton, biljarten en voetbal wordt gedaan. Tevens heeft een aardige ondernemer een tennisbaan neergelegd, waar alle dorpelingen gratis gebruik van mogen maken. Dit is, kortom, een fijn dorp, dat op de dijk en in de polders ook nog eens prachtige vergezichten heeft te bieden. Onlangs hadden we hier Felix Rottenberg op bezoek en die vond ons dorp zo aangenaam, dat hij er voor de radio meteen in ode-achtige termen over sprak.
Pal achter onze tuin ligt het voetbalveld. Zelden een mooier veld gezien. Alsof de terreinknecht er dagelijks met een nagelschaartje aan het werk is. Het veld is mede zo mooi, omdat onze club maar één elftal heeft. Het is ieder jaar weer krap aan met het ledenaantal. De jeugd van ons dorp moet helaas voetballen bij een andere dorpsclub, maar de ouderen komen in enkele gevallen van heinde en verre om onze geel-zwarte voetbaltrots te laten voortvoetballen.
Een halfjaar geleden, net nadat ik in ons mooie dorp was neergestreken, heb ik weken in dubio gestaan. Wel of niet de kicksen weer aantrekken; al was het maar in geval van nood. Helaas, een uurtje trappen teisterde de eerder geopereerde linkerknie dusdanig, dat ik mij bij onze club slechts kan beperken tot het opvoeren van het aantal supporters: van zes naar zeven. Ook hier dient een mens overigens voorzichtig mee te zijn, want voor je het weet ben je assistent-scheidsrechter en krijg je met je vlaggetje in de hand te horen wat mij ooit als invaller-scheidsrechter-in-spijkerbroek bij een partijtje tussen D-pupillen door één der spelertjes werd toegebeten:,,Hé, grijze gek, doe je glazen in je bril.''
In de aanloop naar dit voetbalseizoen, stond ik op ons mooie veld even naar een training te kijken. Ik overwoog toen nog toe treden als wederom actief speler. Zesde klas KNVB, moest kunnen, meende ik. Nooit zal ik mijn verbazing bij die eerste trainingsbeelden vergeten. Stuk voor stuk prima voetballers, technisch uitstekend, lichamelijk zeer fit, sterke keeper, enkele jongens die bij het afmaken op de goal zelden misten. Vakkundige trainer ook, zo te zien. Hoe kon dit stel in vredesnaam slechts zesde klasse spelen?
Gek trouwens, onze club had moeite het eerste en enige elftal te bemannen, maar ik zag hier op een doordeweekse avond wel meer dan twintig jonge jongens trainen. Er was ook nog een geblesseerde speler. Net toen ik -wegens dit wel erg verrassende niveau- al had besloten na vier jaar niet-voetballen toch maar geen herstart te maken, kwam de geblesseerde speler naast mij staan. Hij maakte mij duidelijk dat dit niet de selectie van onze plaatselijke zesdeklasser was, maar de selectie van de amateur-hoofdklasser van het twaalf kilometer zuidelijker gelegen eiland. Wegens het sublieme veld oefende deze club van groen en wit bij ons.
Diezelfde club was vorige week in touw tegen een bij ons overwinterende profclub uit de eerste divisie, Go Ahead. De profs verloren kansloos met 3-1 - van mensen die er bij waren hoorde ik dat het eigenlijk 7-1 had moeten zijn.
Tsja, dan ga je de jongens en meisjes van SBS6 toch een beetje begrijpen. Van mij -als 49-jarige nog net deel uitmakend van de SBS6-doelgroep- hadden ze mogen blijven hoor, die fratsen van de eerstedivisievoetballers. Voor mij maakt het geen verschil. Ik keek toch nooit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.