Nog nooit heeft Nederland zoveel vrijheid genoten. Vrijheid om te gaan en te staan waar we willen en vooral ook om te doen en te laten wat we willen. De vrijheid heeft zelfs vleugels met al die financiële mogelijkheden en de onbegrensdheid van het world wide web. Maar paradoxaal genoeg wint de angst terrein. Angst voor zinloos geweld, voor criminaliteit, angst ook om zich temidden van de ratrace staande te houden. Onze veiligheid heeft topprioriteit gekregen. Daaronder gaapt een afgrond van angst. Reden om stil te staan bij het thema van het Nationaal Comité vier en vijf mei: vrijheid is kunnen leven zonder angst. Vandaag een gesprek met Jan Wiarda, korpschef van politie Haaglanden
De vorige middag woedde er in de residentie nog een kleine veldslag. Een rustige betoging van enkele honderden Irakese Koerden was op het laatste moment toch nog uit de hand gelopen. Ze mochten het kamergebouw niet in. Luttele seconden later vlogen klinkers en tegels door de lucht. Het resultaat: naast enkele gewonde politieagenten acht toegetakelde trams, verbrijzelde tramhokjes, drie kapotte bussen, gehavende auto's en vele vernielde ruiten. De samenleving raakte er niet van ontwricht. Toch zegt daags na deze gebeurtenis Jan Wiarda, korpschef van politie Haaglanden, dat we de gevolgen niet moeten onderschatten.
De veldslag was die avond uitvoerig te zien op TV-West. Die beelden, veronderstelt Wiarda, zijn de kijkers niet in de koude kleren gaan zitten: ,,Ik kan hun reactie wel voorspellen: waarom slaat de politie die heethoofden niet in elkaar? Gewoon pats boem erbovenop. Wat men ziet is immers oprukkend gepeupel. Ik begrijp dat wel, als uiting van angst. Die vind je trouwens ook terug als we straks ons optreden evalueren. Dat doen we altijd na zo'n clash, in een open en eerlijke sessie. Maar het komt meestal op hetzelfde neer. We zouden de zaak niet goed aangepakt hebben. We hadden er minstens twee pelotons op af moeten sturen. De ondersteuning kwam te laat op gang. Ja, dank je de koekoek. Op dat moment raakte de meldkamer overstelpt. Waar moet ik zijn? Ter plekke heerste onzekerheid en ondertussen jaagt de adrenaline door het bloed.'
,,Het zijn situaties die ons met de neus drukken op de oeroude vraag: hoe ga je om met angst? En dat gebeurt regelmatig tegenwoordig. Als ik het oor te luisteren leg bij jonge dienders, dan hoor ik nogal eens: buiten is de vijand. Buiten, dat is het ongrijpbare. Dat is het onbekende. Buiten zijn de jonge Marokkanen, de penoze, daar zijn schietpartijen, moord en criminaliteit. Hoe ga je daar mee om als politie? Maar ook als samenleving? Doe je dat door meer blauw op straat te sturen? Maar waar is het einde dan? Want met meer blauw bevestig je vooral dat er iets grondig mis is. Daar gaat een dreiging van uit, die ook weer angstgevoelens oproept. En dus zullen we al evenzeer moeten werken aan een samenleving waarin ook zonder politie het kwaad minder kans krijgt, waarin respect voor elkaar vanzelfsprekend is en veiligheid normaal.'
Is het inderdaad zoveel erger dan vroeger? Is er meer angst?
,,Angst is van alle tijden. Alleen de context waarin het zich manifesteert zal verschillen. Vaak gaat het om angst voor het onbekende. Ik zie nog voor me hoe tegen het einde van de oorlog op onze boerderij in Friesland een groepje mannen bezorgd de koppen bij elkaar stak. Ik was nog een jochie, maar ik zal nooit vergeten wat ze fluisterden: Wat doet de Rus? Die vraag riep regelrechte angstbeelden bij me op. Ongetwijfeld zullen die mijn wereldbeeld ingekleurd hebben. Inmiddels vind ik het minstens zo opvallend dat die angst niet de Duitsers gold die bij ons op onze boerderij ingekwartierd waren. Die kende men. Die werden als lid van de gemeenschap beschouwd. Die Duitsers wisten waar wij de wapens hadden opgeslagen en ook wie er bij ons ondergedoken waren. Maar ze hielden hun mond, want ook zij beschouwden zich als lid van de gemeenschap. Een jonge Duitse vent huilde zelfs toen hij naar het Oostfront moest vertrekken. Ook dat heeft diepe indruk op me gemaakt.'
,,Hoe ga je met zulke gevoelens om? Tot op zekere hoogte heel praktisch. We sluiten ons af. We hebben een pantser om ons heen waarop alles afketst wat angstgevoelens oproept. We registreren de dreiging wel die uitgaat van dictaturen, van het doden en martelen van mensen. Maar hoeveel mensen in Nederland zouden er echt kwaad geworden zijn als vader Zorreguieta toch nog op het bordes verschenen zou zijn? De slachtoffers zijn anoniem en inmiddels is de kwestie alweer verdrongen door de mkz-crisis en de stakingen bij de spoorwegen. Desondanks dringt er genoeg dreiging tot ons door. Ik kan me daarom wel voorstellen dat het gevoel van onveiligheid nu groter is dan vroeger. Vroeger was het individu ingebed in een min of meer gesloten gemeenschap. Daarmee kon je de angst buitensluiten, zelfs in oorlogstijd. We leven nu in een maatschappij waarin gemeenschappen door elkaar gehusseld zijn. Dat maakt onzeker, dat vertaalt zich in geweld. Het eigen territoir moet verdedigd worden. Ik zie hoe in onze steden de verschillende etnische groeperingen bij elkaar kruipen. Er is sprake van een terugval naar de tribale samenleving en dat nog wel in de eenentwintigste eeuw.'
Is dat niet wat overdreven?
,,Je ziet het in de wijken en op scholen. Wat daar gebeurt, wil je niet weten. Leraren die geterroriseerd worden, die niet normaal over het schoolplein durven lopen, die zich verschansen in de lerarenkamer en aan het eind van dag naar huis sluipen. Op tal van scholen hebben peergroups de macht gegrepen. Ze oefenen een waar schrikbewind uit. Het zijn jongeren die in een angstcirkel terecht zijn gekomen. Zij weten hoe je onder uit gehaald kunt worden, en uit angst dat hen dat ook kan overkomen, intimideren en terroriseren zij hun omgeving. Het is dezelfde neurotische cirkel van angst die je ook terugvindt in het schrikbewind van Stalin en Hitler, zij het op oneindig veel grotere schaal. Hoe dan ook, het is verbijsterend dat dit op onze scholen gebeurt.'
,,Erger nog: we hebben het laten gebeuren. Deze ontwikkeling kun je niet los zien van het streven naar efficiency en schaalvergroting. Om allerlei redenen was schaalvergroting de oplossing voor een probleem, maar er was niemand die voorzag dat dit wel moest uitmonden in politie op school. Hier in Den Haag was burgemeester Deetman, vroeger minister van onderwijs, geschokt bij het idee dat er politie nodig bleek op school. Dat vond hij te dwaas voor woorden en strikt genomen is dat ook zo. Maar uiteindelijk heeft hij zich toch laten overtuigen dat er niets anders op zat.'
,,Ik hou het erop dat schaalvergroting de grote boosdoener is. Op een school van driehonderd, vierhonderd leerlingen doet zich het probleem niet voor. Dat ligt ook voor de hand. Zoveel mensen zijn te overzien. Binnen zo'n gemeenschap is een vlucht in de anonimiteit vrijwel uitgesloten. Daar is nog sprake van 'kennen en gekend worden'. Ga je over die kritische drempel heen, dan gaat het fout. In mijn Utrechtse tijd heeft een 24-jarige Marokkaanse politieagent bewezen hoe je op een school de veiligheid kunt organiseren. Eerst bracht hij de peergroups in kaart. Vervolgens is hij met de ooms (belangrijke gezagsdragers in de Marokkaanse cultuur), klassenoudsten en de mentors rond de tafel gaan zitten. Zij sloten met elke gewelddadige leerling een contract. Dit wel, dat niet. En het werkte. Zo'n contract is erkenning. Het geeft blijk van respect voor elkaar. Die zwarte school is nu de veiligste in Utrecht.'
,,Toch ziet de overheid telkens weer kans het beleid zo te sturen, dat fouten alleen maar groter worden. Beleidsmakers zien de werkvloer niet. Neem het legendarische voorbeeld van de koffiejuffrouw. Hoeveel barretjes in de kantine zijn er niet onbevrouwd geraakt, omdat de leiding zelfbediening voordeliger vond? Dat voordeel is er, maar over het hoofd wordt gezien dat de koffiejuffrouw van onschatbare betekenis kan zijn. Zij kent de mensen, op het juiste moment spreekt zij soms een opwekkend woord. Hoeveel invloed heeft dat op de prestaties van het personeel? Veel, denk ik. Tel je die effecten op dan zou het ontslag van Rietje wel eens een slag voor de organisatie kunnen zijn. Maar zo rekent men aan de top niet. Daar weet men van het bestaan van Rietje niet af.'
,,Zonder overdrijving durf ik te stellen dat er met dit soort van rekenarij een culturele verwoesting op grote schaal is aangericht. Je ziet het bij de spoorwegen, in het onderwijs en in de zorg. Ziekenhuisdirecteuren verdienen nu twee, drie keer zoveel als een hoofdcommissaris van politie, maar in de organisatie is de culturele samenhang verloren gegaan. Ik klaag niet over de loyaliteit van bestuur en politiek met de politie, ze houden ons uit de wind, maar met hun goedbedoelde hang naar schaalvergroting, efficiency en hun neiging om de zaken van bovenaf te willen regelen, valt de boel toch uit elkaar. Wat ligt er meer voor de hand de politie zelf te laten bedenken hoe de orde te handhaven, bijvoorbeeld tijdens de Koninginnenach in Den Haag? Vergeet het maar, we hebben te maken met een woud van regels, strikte arbeidsvoorwaarden en een actieve arbeidsinspectie. Het organiseren van het toezicht op zo'n gebeurtenis gaat daarom gepaard met een ongehoorde hoeveelheid stress, die we ons beter hadden kunnen besparen.'
,,Ik praat voortdurend met de driehoek, de gemeenteraad en met wie al niet over de vraag wat dienders moeten doen. In dat overleg worden verstandige dingen gezegd. Maar ik zeg er altijd bij: zeg het nooit hardop. Vraag eerst aan de dienders zelf hoe zij het probleem denken op te kunnen lossen. Dikke kans dat ze dezelfde maatregelen voorstellen. Door ze die op te leggen, frustreer je de mensen echter. Ze krijgen de kans niet om zelf over hun werk na te denken en zich daar ook verantwoordelijk voor te voelen. Ze voelen zich door de hiërarchie weggedrukt en bedreigd. Zo schep je ook angstgevoelens en agressie.'
,,Op precies dezelfde manier, maar dan in bredere zin, voelt ook de burger zich niet serieus genomen. Het eerste wat een burger zegt die door de politie betrapt is op een paar te hard gereden kilometers: 'ga toch boeven vangen'. Tot op zekere hoogte heeft hij daar gelijk in. Het gebod: Gij zult niet doden, of niet stelen, appelleert aan een dwingend normatief besef. Een verkeersovertreding niet, of het moet zijn dat je met je gedrag anderen niet in gevaar mag brengen. De vraag is vervolgens hoe je de naleving van verkeersregels moet afdwingen. Ligt het wel zo voor de hand om dat toe te vertrouwen aan een dom apparaat? Ja, mijn grootmoeder vindt het prima. Die moet je bij wijze van spreken bij groen licht nog bij de hand nemen bij het oversteken. De meeste burgers willen echter zelf uitmaken wat onder omstandigheden goed voor hen is.'
Een pleidooi voor de chaos?
,,Natuurlijk niet. Maar je zou als samenleving ook eens na kunnen denken over intelligentere oplossingen voor dit soort problemen. Op de A 12 staan geen files meer als er tijdens de spits zeventig kilometer per uur wordt gereden. Zo'n regel laat zich eenvoudig afdwingen met een apparaatje in de auto dat reageert op signalen van buitenaf. Is het te druk op de weg, dan kan de auto automatisch niet harder dan zeventig. Is het minder druk, dan kan er vanzelf harder gereden worden. Het kan straks nog efficiënter door auto's aan elkaar te klikken met een magneet. Toch durft niemand het aan om de heilige koe aan te pakken. En dus behelpen we ons met rigide snelheidsregels, met tolpoortjes en weet ik niet wat. En waarom? Omdat we de illusie van vrijheid hoog willen houden. Onzin natuurlijk, want die vrijheid wordt al begrensd door het wegdek. In het weiland kan niet gereden worden. En wat is erop tegen om straks in je eigen auto rustig de krant te kunnen lezen? Grotere vrijheid is niet denkbaar.'
,,Of neem de verplichte verlichting op de fiets. Iedereen weet dat reflectie-materiaal wel zo effectief is en het werkt altijd. Waarom de burger dan nog lastiggevallen met zo'n regel? Dat wekt alleen maar irritatie. En als de fietser écht licht nodig heeft, op landweggetjes bijvoorbeeld, nou dan zorgt hij daar zelf wel voor. Door toch vast te houden aan zulke onzinnige regels schep je een klimaat van repressie, die contraproductief is. Daarmee ondergraaf je ook het respect voor de diender, dat juist hard nodig is voor andere zaken. Zeker als je ziet dat de politie tegenwoordig ook al te hulp geroepen wordt voor de veiligheid op school, bij burenruzies, of geweld in het gezin.'
,,Eigenlijk zijn dat ook zaken die de samenleving zelf zou moeten kunnen oplossen. Het eind lijkt zoek met die inzet van al dat blauw. Daarom verbaas ik me dat een serieus experiment van onze wijkagent Hans Rasenberg in de Haagse Schilderswijk nog altijd wordt gezien als een speeltje. Hij heeft op basis van vrijwilligheid een wijkpreventie-team op poten gezet, de nachtwacht. Daarmee geeft hij de mensen in die buurt het gevoel dat zelf iets kunnen doen aan hun eigen veiligheid. Ze lopen patrouilles wat als positief effect heeft dat ze niet alleen elkaar maar ook de buurt leren kennen.'
Of je schakelt een particuliere beveiligingsdienst in, zoals in de rijkere buurten gebeurt?
,,Dat is weer het andere uiterste. Binnen zekere grenzen valt er misschien iets voor te zeggen. Maar het moet vooral niet te gek worden. Voor je weet kom je zo in een samenleving terecht waarin de gegoede burgers zich verschansen in wijken met een hek erom. Buiten is de vijand en binnen heerst ondanks alle vertoon van veiligheid de angst. Nee, dat a.u.b. niet.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.