BAR-LE-DUC - Een ploegentijdrit is een vak apart. Adrie van Houwelingen leunt tegen de deur van de Rabo-auto, kort voor de start van zijn ploeg. Hij wijst lachend op zijn borst. ,,Ik ben vijf keer Nederlands clubkampioen geweest, met Het Luchtschip uit Kerkdriel.''
Even later zit hij naast Theo de Rooij in de volgauto achter de negen Raborenners. Het is Hollands weer in dit gedeelte van Frankrijk. Het druppelt voorzichtig vanaf boven, een sterke wind staat dan weer van voren en dan weer schuin op de weg. Daardoor ziet de Rabotrein er niet gestroomlijnd uit. De ploeg probeert in de manier van rijden voortdurend op de omstandigheden te anticiperen.
,,Door de wisselende wind moesten we ons steeds aanpassen: molentje draaien, lintje draaien, molentje draaien, lintje draaien'', zou Dekker later zeggen. Boogerd noemde die stijl 'een dubbele waaier'.
Dekker geeft met Maarten den Bakker de regie-aanwijzingen. Op de geaccidenteerde delen van het parcours -67 kilometer- rijden de sterkere renners als Dekker, Wauters en Boogerd op kop. De rest ziet dan af. Van Houwelingen roept af en toe door een luidspreker die op het dak van zijn auto gemonteerd is. Van Houwelingen: ,,We hebben nog gedacht aan een bandje van Emile Ratelband.''
Via de radiocommunicatie krijgt Den Bakker door dat ze bij de eerste tijdmeting na 19 kilometer sneller zijn dan Telekom. Door de aerodynamische, druppelvormige helmen verstaat maar de helft wat hij zegt. Tussen de maïs- en korenvelden door flitst de Rabotrein verder. Plots, met nog achttien kilometer te gaan, valpartij! Rugnummer 53 ligt op het asfalt.
Het is Steven de Jongh. Even hapert de trein, Erik Dekker kijkt om, ziet dat het 'maar' Steven de Jongh is en dus moet er verder gereden worden. Het asfalt is op dit gedeelte vernieuwd, speciaal voor de Tour, en ook de witte strepen op de weg zijn nieuw. Door de regen zijn ze spekglad geworden. Dat werd De Jongh fataal.
Zittend op de grond ziet De Jongh zijn ploegmaten uit het zicht verdwijnen. Hij grijpt naar zijn schouder. Krom als een oud mannetje raapt hij zijn fiets op. Zijn pak is overal kapot. Een groot gat in zijn broek toont een dieprode wond. Adrie van Houwelingen is even bij hem gestopt, vraagt of hij verder kan. De Jongh knikt. Van Houwelingen geeft samen met De Rooij vervolgens gas, De Jongh moet zich alleen naar de finish zien te loodsen. Hij verliest op het laatste stuk nog meer dan vijf minuten.
,,Gelukkig viel ik naar rechts, zodat de rest mij links kon passeren. Ik heb nu overal schaafwonden. Schouder, knie, bil, elleboog. Het zal de komende dagen niet comfortabel fietsen zijn.''
Het afmattende gevecht tegen de klok eist voorin zijn tol. De Belg Verheijen heeft pijn, vooral als Erik Dekker zich uitleeft. Ook de tempoversnellingen van Marc Wauters doen de verzuring toenemen. Twee kilometer voor de streep in Bar-le-Duc moet Bram de Groot lossen. Zijn gezicht is volledig uit de plooi getrokken. In de slotkilometer gaan ook Niermann en Lotz er volgens afspraak af. Lotz lacht even, opgelucht dat de marteling erop zit.
De speaker begroet de Rabo's met enthousiasme. De beste tijd tot dat moment! Is het genoeg? Bij de bus drentelt Van Houwelingen. ,,Zes seconden sneller dan ONCE bij de eerste meting'', zegt hij tegen De Rooij. Het geloof in een stunt groeit. Er was een periode dat Nederlandse ploegen een abonnement hadden op de zege in de ploegentijdrit van de Tour. Raleigh van Peter Post won tussen 1976 en 1982 negen keer. Later flikte Post dat kunstje drie keer met Panasonic.
Als Dekker zich bij de bus meldt, lacht hij naar De Rooij. ,,Het zag er niet uit, maar het ging wel hard.'' Via een tv in de bus volgen de renners de concurrentie. De nederlaag van Telekom wordt met gejoel ontvangen. Als Kelme net iets sneller blijkt, roept Dekker, de grapjas: ,,Hadden we nou toch maar volle bak gereden!''
Als er meer tijden binnendruppelen, wordt het duidelijk dat een overwinning er niet in zit. Michael Boogerd zit op het trapje in de bus. ,,Het mooiste is dat we als ploeg hebben laten zien dat we goed meekunnen. We zijn Hollanders, hè? Wij kunnen dit. Vraag maar aan Geert Verheijen. We hebben vroeger veel meegedaan aan het clubkampioenschap in Dronten. En met die wind, tja, daar kunnen wij ook wel mee omgaan'', zegt Boogerd.
De Rabo-ploeg eindigt als zesde. Alom tevredenheid. Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.