AMSTERDAM - ,,Een schok, totaal onaanvaardbaar, totaal onververklaarbaar en totaal onverwacht.'' Zo typeerde Rijkman Groenink, topman van ABN Amro, gisteren voor de Amsterdamse rechtbank de reactie van de bedrijfstop op de ontdekking van de grootste fraude in de geschiedenis van de bank.
De fraude werd in oktober 1996 ontdekt en de bank tracht al jaren de schade te verhalen op de Libanese familie Nassour. Ongeveer 80 procent van het verdwenen bedrag -180 miljoen gulden- is bij deze handelaren in diamanten terechtgekomen. Voor de fraude, die gedurende een groot aantal jaren is gepleegd, staan vier oud-medewerkers van filiaal Sarphatistraat in Amsterdam terecht.
Rijkman Groenink werd gisteren gedurende maar liefst zeven uur door de rechtbank en de advocaten van de verdachten ongewoon stevig ondervraagd over de rol die de bank heeft gespeeld bij het voorkomen van de fraude, over pogingen de zaak in de doofpot te stoppen, over frustreren van het onderzoek en over de verwijten die de bank zelf voor het echec zijn te maken. De ABN Amro-topman wilde van geen verwijt weten. De bank was van meet af aan van plan geweest om aangifte te doen en niemand had de fraude kunnen zien aankomen.
Advocaten van verdachten zijn echter een geheel andere mening toegedaan. De bank zou door het openbaar ministerie zijn gedwongen om aangifte te doen. Opsporingsambtenaren werden in hun werk belemmerd en bij de bank lag al in 1995 een intern rapport dat meldde dat op het betreffende filiaal de bankregels niet werden nageleefd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.