*

 
dossier

Archief

'Ik vraag mijn vrouw niet zichzelf te redden'

Erdal Balci − 10/05/01, 00:00

In Turkije zijn sinds oktober 250 mensen in hongerstaking, uit protest tegen de hervorming van het gevangeniswezen. Inmiddels zijn 22 hongerstakers overleden, de anderen houden koppig vol.

ANKARA - Toen hij zijn vrouw vorige week zag woog ze nog maar 33 kilo. ,,Ik kan je een foto van haar laten zien'', zegt hij en grabbelt in zijn tas. De Turkse hongerstakers zijn koppig tot in de dood. Oya Acan kan de volgende zijn. Haar man, Selim Acan: ,,Ik heb mijn vrouw beloofd dat ik de revolutionaire strijd nooit zal opgeven''.

De 47-jarige Selim Acan bracht 16 jaar door in de Turkse gevangnissen, hij is pas een maand geleden vrijgelaten. Toen hij zijn vrouw Oya in 1972 leerde kennen, geloofde ook zij vurig in het verwezenlijken van een communistische revolutie. In 1977 zijn ze getrouwd. Als leden van een verboden communistische organisatie hebben ze jaren achter tralies doorgebracht. De vurige liefde voor de revolutie is ondanks alles altijd gebleven.

,,De omstandigheden in de gevangenissen zijn nog nooit zo erg geweest als nu'', zegt Acan. Alles begon vorig jaar, toen de Turkse regering een einde wilde maken aan het kamersysteem in de gevangenissen. Een systeem, waarbij politieke gevangenen met tientallen bij elkaar zaten en soms ook leiding gaven aan leden buiten de gevangenissen. De regering wilde iedereen in een aparte cel opsluiten. De tweeduizend politieke gevangenen verzetten zich hevig en 250 van hen gingen in hongerstaking. In december werd hardhandig een einde gemaakt aan het verzet, 32 gevangenen kwamen om het leven, de anderen werden naar de nieuwe gevangenissen gebracht.

Selim Acan zat toen in de Bayrampasa-gevangenis in Istanbul. Hij vertelt hoe dat transport verliep. ,,Ik werd door twee kogels in mijn rechterschouder getroffen. Hevig bloedend werd ik naar de gevangenis in Edirne gebracht. Met geweld hebben ze mijn haren en baard geschoren. Daarna hebben ze me vreselijk toegetakeld. Ik had zeven gebroken ribben. Ik kreeg geen medische behandeling. Ik lag dagenlang in mijn broek te pissen.''

Intussen was zijn vrouw in hongerstaking gegaan. Selim Acan raakt niet geëmotioneerd als zijn stervende vrouw weer ter sprake komt. ,,Ik hou van haar. Ik ben nog steeds verliefd op mijn vrouw. Maar ik kan nooit tegen haar zeggen dat ze de hongerstaking moet opgeven om zichzelf te redden. Ze doet het voor een verheven doel. Als de actie niet slaagt, weet ik dat de gevangenen het nieuwe systeem niet zullen overleven. Tijdens mijn bezoek kon ik niets anders doen dan haar enkele tips geven. Zoals dat ze moet proberen om af en toe te lopen, veel moet drinken, aan het verleden moet denken om haar hersenen niet dood te laten gaan. Ze heeft nu problemen met haar linkeroog. Ook het praten gaat niet meer zo soepel. Ik vrees dat, als de staat ingaat op hun eisen en zij morgen stopt met de hongerstaking, zij invalide blijft.''

De gevangenen eisen betere omstandigheden. Ze willen dat de ontmoetingsruimtes de hele dag open zijn voor iedereen. En er moet een onafhankelijke commissie zijn die de gevangenissen controleert. Acan: ,,Deze week heeft het parlement met een nieuwe wet de ontmoetingsruimtes opengesteld. Maar alleen voor degenen die goedkeuring krijgen van de gevangenisleiding. De fascistische leiding zal alleen de verraders uit hun cellen halen.''

Er komt een nette man het café inlopen. Selim Acan staat op, loopt naar hem toe en kust hem op de wangen. ,,Een oude kennis. Hij was vroeger ook een revolutionair, maar net als velen heeft hij het jaren geleden opgegeven voor een carrière.'' Selim Acan en zijn vrouw hebben hun grote ideaal nooit opgegeven. ,,Het is wel bitter dat het volk zich niets aantrekt van ons leed, maar dat zal wel gauw veranderen'', zegt hij. Zijn mobiele telefoon rinkelt en hij loopt naar buiten. Even later komt hij terug: ,,Telkens als de telefoon gaat, vrees ik dat Oya dood is''.

mailIcon print |