PALANGKARAYA - Grote rookpluimen stijgen op boven de hoofdstad Palangkaraya in Centraal-Kalimantan. In een van de groene wijken in de provinciestad gaat 's ochtends het zoveelste huis van een Madurese familie in brand. Jongeren met rode sjerpen om hun hoofd, het symbool van de Dayaks, dansen erbij op straat.
In de feestende menigte staat één Dayak-familie bedroefd te kijken. Het vuur sloeg per ongeluk over naar hun woning. Na een halfuur rest nog slechts het skelet. ,,Op naar het volgende etnische huis', zingen de Dayak-jongeren. De massaal aanwezige militairen en agenten kijken toe met de handen in de zakken. ,,Het is niet onze verantwoordelijkheid de huizen van de Madurezen te beschermen', meent een bewapende militair.
Voor de ingang van de wijk staat toch duidelijk een militaire wachtpost. Ironisch genoeg bevindt zich op de hoek van de straat de brandweerkazerne met tien grote spuitwagens voor de deur. Een telefoontje naar de brandweercommandant was voldoende geweest.
Maar niemand gaf de opdracht het vuur te blussen. ,,We kunnen niets doen', beweert een anonieme politiewoordvoerder. ,,We zijn veel te bang dat de Dayaks hun agressie op ons afreageren als we de brandstichtingen stoppen. We moeten wel toekijken en ze hun gang laten gaan.'
In Palangkaraya was het gisteren bijltjesdag. Maandag verliep het ultimatum van de Dayaks aan de Madurezen. Voor die tijd moesten alle Madurezen 'vrijwillig' de stad hebben verlaten. Om hun eis kracht bij te zetten liepen maandagavond Dayaks triomfantelijk met drie afgehakte hoofden door de straten van Palangkaraya.
De hoofden werden na verschillende razzia's in de Madurese wijken buitgemaakt. Zeven lichamen, waarvan drie onthoofd, werden gisterochtend door de politie in het stedelijke ziekenhuis binnengebracht. De politie zegt alle zware wapens van de Dayaks te hebben ingenomen. Het showen van afgehakte hoofden is ook verboden.
Meer dan een week nu al duurt in Oost-Kalimantan het etnische geweld tussen de oorspronkelijke bevolkingsgroep de Dayaks en de Madurezen, die jaren geleden van het overbevolkte eiland Madura voor de kust van Java naar Kalimantan verhuisden.
De Indonesische regering vreest dat het nog enkele dagen gaat duren voordat het geweld onder controle is. President Wahid noemt de media-aandacht voor het bloedbad in Kalimantan 'overdreven', zei hij gisteren vanuit Afrika.
De aanvallen op de Madurezen begonnen in de stad Sampit op ruim honderd kilometer afstand van de provinciehoofdstad. Sampit is bijna etnisch gezuiverd. Afgelopen zondag was Palangkaraya aan de beurt. In meerdere steden en dorpen in Oost- en Zuid-Kalimantan zijn Madurezen massaal voor het geweld op de vlucht.
In overvolle kampen bij Sampit wachten ze op evacuatie. Er is nauwelijks eten en drinken voor de ontheemden. De verscheping van de Madurezen naar Java verloopt uiterst traag.
Met een paar koffers vol kleding wachten op het terrein van een politiebureau van Palangkaraya de laatste tien Madurese vluchtelingen op evacuatie. Onder begeleiding van militairen werden gisterochtend vijf trucks vol Madurezen afgevoerd naar de vluchtelingenkampen. Als de laatste ontheemden zijn vertrokken woont er geen enkele Madurees meer in Palangkaraya.
VERVOLG OP PAGINA 5
Aardige buren, maar hun huis staat toch in brand
Kalimantan
VERVOLG VAN PAGINA 1
Getraumatiseerd zitten de vluchtelingen voor het politiebureau te wachten. ,,Ik ben alles kwijt', snikt een man. Zijn kinderen staren met holle ogen voor zich uit.
,,Ik vind het zielig voor de Madurezen', zegt de vrouw van de lokale parlementsvoorzitter in Palangkaraya. Op een stoel zit ze voor haar huis te kijken naar de brandende woning van de buren. ,,Hadj Ali en zijn vrouw waren lieve mensen, goed voor iedereen', zegt ze. Toch was er geen andere oplossing mogelijk. ,,We hebben genoeg van het agressieve gedrag van de Madurezen. Ze zijn zo arrogant, klitten bij elkaar en weigeren zich aan te passen. Ze horen hier niet.'
Dat is ook de boodschap van de plaatselijke Dayak-leider Simpalpenyang. Trots laat hij zijn advertentie in de lokale krant zien waarin hij alle Madurezen oproept Palangkaraya zo snel mogelijk te verlaten. ,,Ik ben tegen het in brandsteken van hun huizen', gniffelt de Dayak-voorman. ,,Maar ik heb er niets op tegen als ze de woningen met de grond gelijk maken.' De onthoofdingen zijn volgens hem echter géén onderdeel van de Dayak-cultuur. ,,Ik weet niet wie er achter zitten', zegt hij nors.
'Ongeciviliseerd' noemt historicus professor Usop, zelf ook een Dayak, de onthoofdingen. ,,Honderd jaar geleden beloofden alle Dayak-stammen te stoppen met het koppensnellen.'. Er kwam een einde aan het geweld tussen de stammen. ,,Maar de Madurezen hebben er zelf omgevraagd. Iedere Indonesiër weet hoe gewelddadig ze zijn. De Madurezen zijn zelf begonnen. De Dayaks hebben jarenlang alles opgekropt. '
Het spijt hem. Maar er is maar een oplossing. Alle Madurezen moeten uit heel Kalimantan vertrekken. Hij ontkent dat het geweld is georganiseerd. Het Dayak-volk is het zat dat de Madurezen het economisch ook nog eens beter hebben.
Maar de vluchtelingen in het politiebureau vertellen een ander verhaal. Al wekenlang circuleerden volgens hen geruchten dat de Dayaks een aanval beraamden.
In Palangkaraya waren Dayak-jongeren gisteren nog steeds bezig met de wraakoefening op de Madurezen. Met hakbijlen sloegen ze een auto in stukken, nadat ze eerst de bruikbare onderdelen verwijderden. Markten, winkels, apotheken, busbedrijven -alles wordt vernield. Tot laat in de avond branden de vuren, gestookt van de resten van vernielde huizen. ,,Palangkaraya is etnisch gezuiverd', stelt Dayak-leider Simpalpenyang vast. Duizenden Madurezen zijn in nog geen twee dagen vertrokken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.