Bij de vernieuwing die muziektijdschrift Oor twee jaar geleden onderging, verdween de ondertitel 'Toonaangevend tijdschrift' van de cover. ,,We zijn en blijven toonaangevend, na zoveel jaren bewijsmateriaal is het niet langer nodig dat te vermelden'', zei hoofdredacteur Paul Evers daarover. Uit torenhoge stapels van al die bewijsnummers is nu vanwege het dertigjarig bestaan een jubileumnummer samengesteld.
De hele popgeschiedenis coveren is geen optie, een Oor-uitsnede maken wel, schrijft de redactie in het voorwoord. Het jubileumnummer is een soort knipselalbum geworden, op klassiek formaat en met kranterig papier. Als goedmakertje voor lijstjesfanaten opent de feestkrant met een overzicht van de dertig essentiële albums van de voorbije jaren. Verder doet zij vooral verslag van het verslag doen. Gekozen is voor originele tekstfragmenten waarin Oor tijdig een belangrijke artiest of ontwikkeling signaleerde.
De dynamische popcultuur als barometer van maatschappelijke ontwikkelingen? Wellicht. Maar wie dat te zwaar valt, kan bij aanschaf van het nummer altijd nog een prettige maar vlugge 'o-ja'-wandeling door de geschiedenis tegemoet zien. Het uitzicht verandert in hoog tempo: Herman Brood wordt voor het eerst gesignaleerd, Supertramp wordt in een tijd van eindeloze live-lp's met klaphoezen gepromoveerd tot 'Oor's Toekomstverwachting Nummer Een Alle Kategorieën'. Ondertussen hangt iets nieuws in de lucht: punk. Aanvankelijk wacht Oor af, tot Peter van Bruggen eind 1976 Nederland wakker schudt en enthousiast een concert van de Sex Pistols verslaat: ,,Alles en iedereen doet de 'Pogo Dans', springt als een idioot in de lucht en zwaait daarbij wild met de armen. Krplsgen mtwdqavz x 9 & 5 ggd jelp32... Hier ben ik weer. Uw verslaggever liet zich even gaan.'' Verder is er geen tijd om stil te staan, want met hoge snelheid belandt het jubileumnummer in de stilte na de storm, waarin new wave en uiteindelijk disco zich aandienen. De jaren tachtig: Prince komt op, nederpop rules, Madonna en Michael Jackson worden wereldsterren. En dan zijn daar alweer de jaren negentig, van Vanilla Ice naar Nirvana en via Underworld richting Robbie Williams. Om te arriveren in 2000/2001, met het drama op festival Roskilde, een kwart eeuw André Hazes en het schijnbaar protest van Limp Bizkit.
Oor brengt zo twee ritmes in beeld. Enerzijds is elke heldenstatus, trend en oprisping tijdelijk. De geföhnde held van vandaag staat op het vergeelde krantenknipsel van morgen. Maar wie alles op de juiste wijze aaneenrijgt, leest tegelijk het grote verhaal. Verrassend is dat overzicht echter niet, het bevestigt wat bekend is en niet lang geleden in alle millenniumoverzichten stond. En daarmee is de terugblik in snippers aardig, maar journalistiek gezien minder interessant. Er zijn enkele vervolginterviews, waarin muzikanten in het heden op oude uitspraken reageren. Zoals Patti Smith, die een interview krijgt voorgelegd uit 1976, toen concert nog als 'konsert' werd geschreven. ,,Bruce Springsteen is lang niet zo'n goede schrijver als ik, zijn beelden zijn oppervlakkig. Als je een goede schrijver wilt zijn, word dan een echte schrijver en geen derderangs Dylan, die ik overigens ook niet al te hoog aansla.'' ,,Heb ik dat gezegd?'', antwoordt de hedendaagse Smith weinig verrassend, waarna ze opmerkt dat Springsteen juist zo'n aardige man is.
Het zijn leuke sprongen in de tijd, net als de oude concertverslagen ('En helemaal bovenin blijkt Den Uyl met zijn vrouw te zitten'), maar daarnaast zou je in een nummer over popverslaggeving willen lezen hoe de wereld voor de journalisten zelf is veranderd. Hoe platenmaatschappijen hen steeds meer zijn gaan inzetten als marketinginstrument. Hoe muzikanten tegenwoordig aan hun omzet denken en bij het zakje wiet een rekenmachine in hun zak steken. Zo'n vergelijking zou mogelijk zijn, bijvoorbeeld vanuit Constant Meijers' onverwacht felle slot van dat oude interview met Smith. ,,De ontmythologisering kan een aanvang nemen. Omslagfoto's tot aan Rolling Stone, Time en Newsweek toe, zullen Patti Smith tot gemeengoed maken, de horden zullen haar draineren en ten slotte verslinden. De ijzeren wet van de massamedia is onontkoombaar. Het binnenhalen van exclusiviteit leidt noodzakelijkerwijs tot het tegendeel, het opheffen van dit nagejaagde doel.''
Je zou willen lezen over de rol die popbladen als Oor spelen. Hoe ze de illusie wekken sterren dichterbij te brengen, maar ondertussen de magie juist vergroten. En hoe door de jaren heen het mechanisme blijft draaien: dat zodra een artiest, geluid of product is vermalen en afgekauwd, er weer iets nieuws wordt gepresenteerd. Een noodzakelijk verschijnsel voor een tijdschrift als Oor om te kunnen blijven bestaan.
Ook Oor denkt tegenwoordig noodgedwongen in marketingtermen: 'als marktleider' zegt het blad rekening te houden met veranderende wensen van 'veeleisende consumenten'. Je moet wel, wil je blijven bestaan in een popcultuur die vrijwel dagelijks van kleur verandert. En je mag dan al vrij lang toonaangevend zijn, voortbestaan is voor niemand vanzelfsprekend; denk aan het Britse blad Melody Maker, dat vorig jaar na 74 jaar verdween. Oor heeft de laatste jaren collega-bladen zien verschijnen als Heaven, 'Popmagazine voor volwassenen', en meer nog Aloha, dat zich ook richt op de oudere popliefhebber. En ook het internet is een geduchte concurrent. 'Op naar de volgende dertig jaar' zijn de laatste woorden van het feestelijke voorwoord. In dat licht bezien is het maar goed dat Oor deze maand eindelijk zelf met een volwassen website komt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.