DEN HAAG - Het Joegoslavië-tribunaal heeft gisteren drie Bosnische Serviërs, die in 1992 een rol speelden in 'verkrachtingskampen', veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid. Hun straffen variëren van 12 tot 28 jaar.
Het is voor het eerst in de internationale rechtspraak dat een veroordeling is uitgesproken wegens seksuele slavernij. Voor de eerste keer ook merkte het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag verkrachting aan als misdaad tegen de menselijkheid. Bij het Rwanda-tribunaal in de Tanzaniaanse stad Arusha is dat al eerder gebeurd.
Voorzittend rechter Florence Mumba, die het vonnis voorlas, stelde dat de vele verkrachtingen in en rond het stadje Foca, in het oosten van Bosnië, een georganiseerde vorm van terreur waren met als doel de regio etnisch te zuiveren.
De drie Bosnische Serviërs voerden volgens haar niet simpelweg een gewetenloos plan uit. Mumba stelde: ,,Deze verdachten zijn geen normale soldaten wiens morele waarden werden losgeslagen door de oorlog. Zij voelden zich thuis in de donkere sfeer van de ontmenselijking van hen die zij als vijand zagen.''
De zwaarste straf, van achtentwintig jaar, was voor Dragoljub Kunarac, die meisjes heeft verkracht en verhandeld. Hij nam volgens het Hof deel aan ,,een uitzonderlijk weerzinwekkend, nachtmerrie-achtig plan voor seksuele uitbuiting''.
Zoran Vukovic kreeg twaalf jaar voor het verkrachten en martelen van een meisje van vijftien jaar -ongeveer dezelfde leeftijd als die van zijn dochter. Radomir Kovac kreeg twintig jaar gevangenisstraf.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.