De machtsstrijd die deze week in het CDA openlijk losbarstte is meer dan een conflict tussen Jaap de Hoop Scheffer en Marnix van Rij. Al sinds de nederlaag van 1994 staan de partij en de fractie op gespannen voet met elkaar.
Bij zijn aantreden in het najaar van 1998 zei de jeugdige nieuwe voorzitter van het CDA, Marnix van Rij, dat hij de discussies in de partij over personen 'geen voorbeeld vond van christelijke politiek'. ,,Maar we mogen best van mening verschillen over de inhoud.'' Die variëteit van inzichten zou ook aan het licht mogen komen. Hij wilde dat het CDA 'open' de 21ste eeuw in ging. ,,Want daarin ligt onze kracht.''
Ondanks zijn weerzin van partijdiscussies over personen, heeft Van Rij (40) drie jaar later zelf met zijn aftreden het al langer slepende conflict met fractievoorzitter De Hoop Scheffer in de volle openbaarheid gebracht. Tot grote teleurstelling en woede van De Hoop Scheffer. Die had de problemen in de top liever binnenskamers gehouden, zei hij gisterochtend. Niet zozeer om stiekem te willen doen, wel om de schade te voorkomen die het 'rampscenario' van ruzie rond het leiderschap vlak voor de verkiezingen in zijn ogen met zich meebrengt.
Van meet af aan was duidelijk dat het CDA met Van Rij een nieuw type bestuurder binnenhaalde. De stoffigheid die het CDA aankleefde moest eraf; hij zocht aansluiting bij jonge, nieuwe, moderne kiezers. De partijvoorzitter wilde debatten, discussies. Later sprak hij zelfs over een hernieuwde polarisatie, het benadrukken van verschillen, van tegenstellingen. ,,Hang niet de grijze muis uit'', adviseerde hij. En: ,,Je moet gewoon nooit bang zijn, zeker niet in de politiek''.
Wat Van Rij daarmee bedoelde werd onder meer duidelijk rond de laatste jaarwisseling. De partijvoorzitter kondigde een 'breed offensief' aan tegen de nieuwe euthanasiewet. Doktoren, verpleegkundigen, ouderenorganisaties: iedereen zou meedoen. Politiek pikant was dat hij voor de actie, gericht op de Eerste Kamer, samenwerking zocht met de kleine christelijke partijen, ChristenUnie en SGP. Die partijen hadden zich altijd gekeerd tegen de 'oude' euthanasieregels die onder verantwoordelijkheid van het CDA waren gemaakt. Maar zij zetten zich over het wantrouwen heen en deden volop mee.
Naar buiten, en ook inhoudelijk, steunde de CDA-fractie het initiatief van Van Rij. Maar in de wandelgangen was er ook gemopper. Fractieleden waren doodsbenauwd dat het CDA zich te veel inliet met de orthodox-christelijke clubs. Die zorg over 'beeldvorming' is ook kenmerkend voor de stijl van De Hoop Scheffer. Hij schuift nu eens aan bij de PvdA, hij doet dan weer zaken met de VVD of met GroenLinks - maar altijd is het behoedzaam en voorzichtig.
Dat is nu precies een lijn die Van Rij pertinent niet wilde varen. Als het CDA samen optrekt met de christelijke partijen en zich daardoor isoleert van de paarse partijen, so what? ,,Als je je daardoor laat leiden, laat je je leiden door angst'', zei hij rond de acties tegen de nieuwe euthanasiewet. ,,Kiest het CDA eindelijk eens kleur en dan zou de partij zich moeten afvragen of we wel danswaardig zijn? We moeten op eigen kracht terugkomen. Dat is de enige manier.''
CDA'ers moesten aanvankelijk wennen aan de taal, opstelling en mentaliteit van de Wassenaarse accountant, maar gaandeweg groeide de waardering. In de partij, maar zeker ook daarbuiten. Als aan politici van andere partijen wordt gevraagd naar talenten binnen het CDA, dan noemen ze steevast Van Rij. En in de media heeft hij in de relatief korte periode van drie jaar een 'hoog profiel' opgebouwd, wat inhoudt dat iemand goed overkomt op radio en televisie.
Ook na vijf jaar in de schijnwerpers kan De Hoop Scheffer zich daar pijnlijk genoeg nog niet op beroemen. ,,Ik heb nooit de illusie gehad dat je door iedereen op handen wordt gedragen. Ik wist dat er kritiek was'', zegt hij over zijn presentatie. ,,Maar ik ben die ik ben. Ik laat me niet tot een mediakop maken, ik ga me niet aanpassen.''
Van Van Rij moest hij zijn stijl wél veranderen, hij moest af van de vlakheid, van de verdedigende stijl. Hij moest offensiever gaan opereren. Anders zou het CDA weer een nieuwe nederlaag tegemoet kunnen zien, zei de partijvoorzitter deze week bij zijn aftreden.
Dat De Hoop Scheffer ook wel een beetje kan aanvallen bewees hij gisteren tijdens de wekelijkse terugblik op de week, die dit keer ongekend veel belangstelling trok. Voor zover het de partij en de leden aanging was hij voorzichtig als altijd. Maar met de zienswijze van Van Rij maakte hij korte metten. ,,Het gaat niet om de vraag of Van Rij op plaats drie wordt gezet, of op plaats zes. Het gaat hem om het lijsttrekkerschap.''
Feiten kon hij daarvoor niet noemen; hij wist wel dat het al langer 'rommelde', dat er mensen waren die dachten dat Van Rij het beter kon dan hij. Ook daarom had hij regelmatig aan de partijvoorzitter gevraagd of hij misschien eerste man wilde worden. Van Rij had dat altijd weggewimpeld. De Hoop Scheffer: ,,Maar ik had altijd al de intuïtie dat het om het lijsttrekkerschap ging. Ik heb gisteren dan ook tegen mijzelf gezegd dat mijn intuitie de goede was. Daarom zit ik er nu redelijk ontspannen bij.''
De fractievoorzitter kan het niet anders zien of het conflict met Van Rij draait om de vraag wie de macht krijgt in het CDA. Andere problemen zijn er niet: ,,Als ik iemand zou ontmoeten die het probleem anders kan definiëren, zou ik die een heel goede fles wijn geven. Er is geen spoor van meningsverschil over de koers van het CDA. We hebben een goede fractie, de partij is in rust, er zijn geen verschillen van inzicht over de verkiezingen, we zijn het helemaal eens over het verkiezingsprogramma. Als ik nu aantoonbare blunders had gemaakt ... Het tegendeel is het geval. De algemene beschouwingen vorige week bijvoorbeeld zijn heel goed gegaan.''
De Hoop Scheffer constateert wel een frictie tussen het partijbureau aan de Kuyperstraat in Den Haag en de fractie aan het Plein. ,,Er is een behoorlijke dosis wrijvingswarmte ontstaan tussen het Plein en de Kuyperstraat.''
Met de krachtmeting tussen Van Rij en De Hoop Scheffer komt de latente spanning die er in het CDA altijd al heeft bestaan tussen de Tweede-Kamerfractie en het partijkader, tot een dramatische uitbarsting. Bleef die spanning in de jaren van het succes, ten tijde van het leiderschap van Ruud Lubbers, onder de oppervlakte verborgen, sinds het verkiezingsdebacle van 1994 houdt zij het CDA in haar greep. De leiderswisselingen die volgden zijn niet los te zien van het machtsspel tussen partij en fractie.
Volgens de commissie die onder leiding van oudgediende Til Gardeniers de grote nederlaag van 1994 en de verstoting uit de regering analyseerde, was de neergang van het CDA onder meer te wijten aan de kloof die de partijtop met de leden had geslagen. ,,Het CDA heeft zich op afstand van de basis geplaatst en zich opgesteld als een zelfgenoegzame bestuurderspartij die het gewoon vindt aan de macht te zijn'', schreef de commissie.
Zij kritiseerde het gebrek aan partijdemocratie. Veel leden voelden zich niet meer bij de besluitvorming in het CDA betrokken, meende Gardeniers.
Haar analyse kwam erop neer dat de val in de kiezersgunst na het vertrek van Lubbers liet zien hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn als een partij leunt op het succes in de regering en ondertussen zelf indut. Van Rij en zijn voorganger Helgers beschouwden het daarom als één van hun voornaamste taken de partij-organisatie van het CDA weer op orde te krijgen. Het doel was de interne democratie nieuw leven in te blazen, de christen-democratische ideologie opnieuw te formuleren en nieuwe politieke talenten te ontwikkelen en naar de voorste linies te schuiven.
Van Rij wil dat het CDA zowel in stijl als inhoud breekt met zijn verleden van bestuurderspartij, om de eigen positie van de christen-democraten in de politiek helder te markeren. Vandaar zijn experimenten met nieuwe vormen van partijdemocratie, vandaar zijn ijveren voor bestuurlijke hervormingen als de gekozen burgemeester. Na een partijraad die voor CDA-begrippen ongekend kritisch was ten opzichte van De Hoop Scheffer en zijn fractie, in mei 2000, zei hij dat de partij tegenmacht aan het Haagse smaldeel moet bieden. ,,Het gaat bij twee krachten altijd om het evenwicht. De afstemming tussen fractie en partij vergt een versterking van de laatste.''
De Hoop Scheffer ondertussen zoekt zijn machtsbasis vooral in de fractie. Ook gisteren, terwijl de steun voor De Hoop Scheffer onder de regionale afdelingsvoorzitters afbrokkelde, sprak de fractie het volle vertrouwen in hem uit. Achter de schermen heeft De Hoop Scheffer de afgelopen jaren met het dagelijks CDA-bestuur gevochten om de zeggenschap over de koers van de christen-democraten. Die behoorde aan de fractie, niet aan de partij. Van Rij is de tegengestelde mening toegedaan.
Dat gevecht om het primaat over de CDA-koers vormde destijds de achtergrond van het conflict tussen De Hoop Scheffer en het CDA-bestuur over de nieuwe partijvoorzitter. Dat werd Van Rij, nadat De Hoop Scheffer het veto over de Brabantse gedeputeerde Van Geel had uitgesproken. Hij voerde aan dat de partijvoorzitter louter organisatorische functie diende te vervullen, geen inhoudelijke. Daarom had hij onoverkomelijke bezwaren tegen Van Geel, die zich als vice-voorzitter van de programcommissie inhoudelijke scherp had geprofileerd als representant van de christelijk-sociale koers.
Wat dit betreft is De Hoop Scheffer met Van Rij van een koude kermis thuis gekomen. In betrekkelijk korte tijd verwierf Van Rij zich, ondanks de handicap dat hij zijn voorzitterschap in deeltijd vervulde (een eis van De Hoop Scheffer), een sterke positie in de inhoudelijke koersbepaling en daarmee in de partij.
Juist van de man die altijd zoveel openheid heeft bepleit, eist de Hoop Scheffer nu een 'open vizier.' Het stelt hem teleur dat Van Rij niet duidelijk heeft aangegeven of hij nu wel of niet lijsttrekker wil worden. ,,Ik vind dat hij fair en open moet zeggen dat hij lijsttrekker wil worden. Hij moet echt helderheid geven over zijn positie. Ook voor de 70 000 leden die voor de partij sleuren en sjouwen.''
Zelf zou hij de kandidaatstelling van de afgetreden voorzitter verwelkomen. ,,Hij heeft het goed recht, al vind ik het op dit moment een vreemde beweging. Woensdag heeft hij gezegd dat hij geen lijsttrekker wilde worden. Maar ja, de wisseling van posities gaat snel'', schampert De Hoop Scheffer, die Van Rij om die reden wegzet als een onvoorspelbare politicus die de koers behoorlijk kwijt is.
,,Een lijsttrekker zonder politieke en parlementaire ervaring is voor het CDA verre van ideaal'', vindt hij. Uit ervaring sprekend: ,,Het kost buitengewoon veel tijd om de lijsttrekker te positioneren. Als die ook nog eens van buiten de fractie komt, dan is dat uitermate complex.''
Helemaal in de stijl die hem eigen is, heeft Van Rij maanden geleden gezegd dat hij bij de verkiezingen pas tevreden is als het CDA meer dan de huidige 29 zetels krijgt. Hij noemde er ook getallen bij: 30 tot 35 zetels. Blijft het CDA onder de 30, zoals de peilingen nu aangeven, dan kan de partij in de ogen van Van Rij geen relevante positie meer in het politieke krachtenveld innemen.
De Hoop Scheffer ontkent dat hij door de actie van Van Rij nu al zo beschadigd is dat een lichte verkiezingswinst uitgesloten moet worden geacht. ,,Ik had het liever gedaan zonder deze heisa. Maar ik voel me niet beschadigd. Ik heb de ambitie goede verkiezingen te maken. Ik weet niet of ik die ambitie nu moet bijstellen. Een redelijke winst moet mogelijk zijn.'' Lukt dat niet, dan zal hij de schuld niet afschuiven op zijn rivaal: ,,Als het CDA verliest, ben ik de eerste die daarvoor verantwoording neemt.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.