Varkenspest, BSE, paniek onder consumenten, wateroverlast. Slechter dan het annus horribilis 2000 kan niet. Dit jaar zou een keer ten goede brengen, dachten Britse landbouworganisaties. Tot de ontdekking van mond- en klauwzeer op een slachterij in Essex deze week. Opnieuw is het crisis, die zelfs de Britse paardenraces kan treffen. Nederland was er als de kippen bij om de grenzen te sluiten. En moet nu afwachten of het virus ook hier de kop zal opsteken.
Voor de Nederlandse veehouderij is de crisis rond mond- en klauwzeer een zaak van angstig aftellen. Nu nog twaalf dagen. Elke dag dat er geen symptomen bij dieren optreden is een dag dichterbij het verlossende woord, want de periode waarin het virus zich ontpopt ligt tussen de twee en veertien dagen. Vooralsnog is niet de ziekte, maar wel de paniek uit Groot-Brittannië overgewaaid.
Het Nederlandse ministerie van landbouw was gisteren nog sneller dan de Europese Commissie met het sluiten van de grenzen voor Brits vee en vlees. Ambtenaren van de rijksdienst voor de keuring van vee en vlees (RVV) gaan in allerijl door de stallen van de veehouderijen die onlangs Brits vee hebben gekocht. De handel in schapen en geiten ligt voorlopig plat en 'samenscholingen' van dieren op markten en veilingen zijn verboden om het besmettingsgevaar tot het minimum te beperken. Staatsbosbeheer heeft de Oostvaardersplassen, de slikken van Flakkee en de Hellegatsplaten afgesloten voor bezoekers om de daar levende runderen, zwijnen en herten voor mond- en klauwzeer (MKZ) te behoeden.
Terecht, zeggen de boeren en de productschappen voor vee en vlees over de maatregelen van minister Brinkhorst, al mag de aanpak wat hen betreft nog wel wat harder. Als het aan de productschappen ligt, wacht de RVV niet op de uitslagen van de tests van vee uit de in Groot-Brittannië geblokkeerde gebieden. Gelijk doden en vernietigen, zeggen de productschappen en de boerenorganisatie LTO Nederland. Verder vindt het bedrijfsleven dat voortaan elke Britse vrachtwagen met vee bij het passeren van de grens moet worden ontsmet. In Nederland, zo zegt de sector, moet de overheid het aantal veterinaire controles op varkens- en rundveehouderijen bovendien verhogen tot eens in de twee weken.
Alle hens aan dek, alle seinen op rood. Toch komt de uitbraak van mond- en klauwzeer niet geheel uit de lucht vallen. In het verleden was het vaccineren van de voor MKZ gevoelige landbouwdieren gemeengoed in de Europese Unie. In 1992 besloot de EU echter de inentingen te staken.
,,De aanleiding was een kansberekening'', zegt J. Noordhuizen, hoogleraar veeteelt, gezondheid en ziekteleer aan de Universiteit Utrecht. ,,De kans op een serieuze uitbraak van mond- en klauwzeer werd geschat op eens in de vijf tot tien jaar.
Uit een stemming die al in 1991 werd gehouden, bleek dat de EU-lidstaten de kosten en de moeite van het vaccinatieprogramma niet vonden opwegen tegen dit risico.'' Het vaccin had overigens ook het nadeel dat de ingeënte dieren antistoffen aanmaakten die niet van het echte virus waren te onderscheiden.
Als Noordhuizen het voor het zeggen had, zo zegt hij, zou hij een periode van een maand in acht nemen om eventuele resten van het virus te laten uitsterven. ,,Dan weet je zo goed als zeker dat je mond- en klauwzeer effectief hebt bestreden.'' De intensieve veeteelt brengt met zich mee dat dieren dichter bij elkaar zijn gehuisvest, en dat verhoogt de kans op besmetting. ,,Maar er zijn geen aanwijzingen dat de intensiviteit van de landbouw dieren gevoeliger voor de ziekte heeft gemaakt.''
Als het in Nederland komt tot een uitbraak van mond- en klauwzeer zou dat de eerste zijn sinds 1984. Maar in de wereld ligt het virus voortdurend op de loer. Alleen al in het jaar 2000 werden officieel 27 gevallen aangemeld. De Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) heeft 54 landen 'vrij' verklaard van het virus, waaronder alle EU-landen, de Verenigde Staten en Argentinië. Maar in landen als Pakistan, India, Maleisië en Bolivia duikt MKZ met grote regelmaat op. Landen als Brazilië en Zuid-Afrika maken momenteel grote haast om MKZ-vrij te worden, want alleen al de suggestie onder afnemers dat de ziekte heerst kan de landen op een inkomstenderving van honderden miljoen guldens komen te staan.
De Nederlandse vee- en vleessector zei gisteren niet te vrezen dat hij nu al bij de afnemers buiten de Europese Unie uit de gratie is gevallen. Dat gebeurde wel op het hoogtepunt van de BSE-crisis, toen vele landen in de wereld een algeheel importverbod instelden voor vee en vlees uit Europa. Maar, zo sust de Nederlandse vleessector, het is vrijwel uitgesloten dat alle Europese landen in dit geval over één kam worden geschoren. Hooguit treft een importverbod een afzonderlijk land, zeggen zij, en hun verwijzing naar pechvogel Groot-Brittannië is ondubbelzinnig. Nederland heeft als altijd z'n huiswerk gedaan. Wat rest is angstig afwachten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.