*

 
dossier

Archief

Natuurbeleid is een aanfluiting

Hans Schmit − 20/04/01, 00:00

Herbert Prins, hoogleraar natuurbeheer in de tropen aan de universiteit van Wageningen, is onlangs benoemd tot officier in de Orde van de Gouden Ark. Een onderscheiding die prins Bernhard als grootmeester van de orde de afgelopen 35 jaar wereldwijd heeft toegekend aan zo'n 230 mensen wegens bijzondere verdiensten voor de natuurbescherming.

Zijn werkterrein mag dan in de uitgestrekte wildernis van de tro pen liggen, dat wil nog niet zeggen dat Herbert Prins - kenner van grote natuurgebieden en hoefdieren - geen oog heeft voor de natuur in het dichtbevolkte Nederland. Of beter gezegd: voor de manier waarop de Nederlandse overheid met die natuur omgaat.

Geen goed woord heeft hij ervoor over. Het is, zeker nu het mond- en klauwzeer de geesten van boeren en burgers in Nederland en de Europese Unie in zijn greep heeft, ,,erger dan tragisch: het beleid is een testimonium paupertatis, een blijk van onvermogen', meent Prins.

Dat vraagt om een nadere uitleg. Volgend jaar april wordt in Den Haag de tweejaarlijkse VN-conferentie over het biodiversiteitsverdrag gehouden - het verdrag over het behoud van de biologische verscheidenheid op aarde dat in 1992 in Rio de Janeiro is gesloten. Prins: ,,Het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij acht zich beleidsmatig verantwoordelijk voor de biodiversiteit en wil van de conferentie een succes maken. Daarnaast zegt het ministerie zich niet alleen sterk te willen maken voor de natuurlijke biodiversiteit, maar ook voor de agrobiodiversiteit, de verscheidenheid in landbouwrassen.'

,,Maar wat gebeurt er als er mond- en klauwzeer uitbreekt? Het ministerie van landbouw neemt het initiatief tot het uitroeien van soorten die op de rode lijst staan. Het vraagt jagers naar de mogelijkheden om edelherten, wilde zwijnen en reeën uit te roeien in besmette gebieden, terwijl edelhert en wild zwijn op de nationale rode lijst staan. En bij defensie wordt geïnformeerd naar de effectiviteit van de inzet van helikopters. Terwijl iedere natuurbeschermer weet dat dit geen kans van slagen heeft. In Nieuw-Zeeland jaagt men al twaalf jaar vanuit helikopters op ontsnapte, uitheemse edelherten die de vegetatie aantasten. Je kunt zo de populatie wel beperken, maar niet uitroeien. Als je dat echt wilt, moet je de habitat vernietigen.'

,,Er wordt echter niet alleen gedacht aan het uitroeien van beschermde soorten, ook de agrobiodiversiteit wordt zonder na te denken opgeofferd. Bijzondere oude rassen, zoals de Schoonebeker schapen, de brandrode runderen en de Lakenvelders, zijn bij de Wereldvoedselorganisatie FAO aangemeld, maar als puntje bij paaltje komt, gaan ze allemaal zonder meer de destructor in. Het is alsof je de Dom in Utrecht aanmeldt voor de werelderfgoedlijst van de Unesco en hem vervolgens opblaast.'

Los van de perikelen rond de mkz-crisis schiet het Nederlandse natuurbeleid in zijn algemeenheid in de ogen van Prins al jaren tekort. Want: ,,Je moet je richten op waar je sterk in bent en dat zijn in Nederland de Wadden, de duinen en het rivierengebied. Maar we slagen er nog steeds niet in de Waddenzee duurzaam te beheren. Eidereenden sterven bij bosjes door voedselgebrek, mossel-, kokkel- en spisulabanken worden vernietigd, het zeegras is verdwenen, de bruinvis is nog steeds niet terug. Het is een aanfluiting van de eerste orde. En wij maar tegen ontwikkelingslanden zeggen dat het zo belangrijk is goed met de natuur en de biodiversiteit om te gaan.'

,,Je moet als samenleving de Waddenzee en de driemijlszone durven sluiten voor de visserij en geheel overdragen aan de natuurbescherming, bijvoorbeeld Natuurmonumenten. Vervolgens kun je de Nam toestemming geven onder strenge voorwaarden gas te winnen. Dat kan echt zonder schade aan de Waddenzee. En een deel van de opbrengst kun je dan gebruiken om de visserij te saneren; dat mag best een hete sanering zijn, want individuele vissers verdienen een fatsoenlijke behandeling. Verder moet er snel meer geld komen voor de realisering van de ecologische hoofdstructuur (een samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingszones, red.) - dat gaat veel te traag. En het kost Natuurmonumenten handen vol geld omdat het ministerie zo laat na het aankopen van gronden uitbetaalt. Er wordt te veel geld niet-efficiënt en niet-effectief besteed aan zaken als boerennatuur.'

Waarom Herbert Prins (1953) biologie in Groningen is gaan studeren, weet hij niet precies meer. Zijn voorkeur ging eigenlijk uit naar Nederlandse literatuur. Na een paar jaar plantenecologie zag hij het niet meer zitten en zwierf hij een jaar als hippie door India. Na zijn terugkeer kreeg hij het advies de interacties tussen plant en dier te onderzoeken en hij richtte zich op Schiermonnikoog op de grazende ganzen.

Na Groningen ging hij zo"logie in Cambridge studeren, waar hij de suggestie kreeg, na de gans als grazer, in Oost-Afrika de Kaapse buffel als grazer te bestuderen. Prins: ,,Ik heb vijf jaar in het park Lake Manyara in het noorden van Tanzania gewoond en gewerkt. Het was een jongensdroom die waar werd, met luipaarden op het dak, olifanten achter je aan en dan tijdig de veilige auto zien te bereiken. Met buffels, die toch het gevaarlijkst zijn, heb ik nooit problemen gehad. Nog steeds ben ik vier tot vijf maanden per jaar in het buitenland; vooral in Afrika, maar ook voor veldwerk in de Himalaya.'

Zijn wetenschappelijk werk richt zich onder meer op het verbeteren van het begrip voor de kwetsbaarheid en dus de herstelmogelijkheden van ecosystemen. Hoe reageren systemen op verstoringen? Prins: ,,Als je wilt begrijpen hoe oerwouden reageren op verstoringen moet je de geschiedenis en de dynamica van het systeem kennen. En je moet de soortrijkdom (waarom veel op de ene plek en weinig op de andere?) begrijpen, verstaan en voorspellen. Dat geeft handgrepen voor het inrichten en beheren van natuurgebieden. De volgende stap - onze studie daarover verscheen vorig najaar - is wildbescherming door duurzaam gebruik. Onder bepaalde omstandigheden is natuurbeheer een winstgevender vorm van landgebruik dan landbouw of veeteelt. In zuidelijk Afrika geven daarom sinds een jaar of tien duizenden boeren de veeteelt op en worden privé-natuurbeheerders, met ecotoerisme en grootwildjacht. De totale oppervlakte private natuurparken is nu reeds groter dan Frankrijk.'

In Nederland is Prins, naast zijn hoogleraarschap, onder meer bestuurslid van Natuurmonumenten waar hij zijn kennis over grote natuurgebieden en grazers naar de praktijk kan vertalen. Ook is hij voorzitter van de Van Tienhovenstichting, die recent de uitbreiding van een 'hurricane forest' in Belize heeft gefinancieerd: een bos dat nooit oud wordt omdat het eens in de veertig jaar wordt omgeblazen, maar zich wonderbaarlijk snel herstelt. Net als de Waddenzee, die wel kwetsbaar is maar zich goed kan herstellen. Als het systeem daar tenminste de kans toe krijgt.

mailIcon print |