*

 
dossier

Archief

De Jongh heeft inspiratie in 'strontkoers'

John Graat − 20/04/01, 00:00

VEENENDAAL - Veenendaal-Veenendaal wil graag serieus genomen worden in de wielerwereld. Maar het zit de eendagskoers voor profs niet mee. De organisatie was trots op de start van een paar aansprekende namen, maar na enkele uren koers hielden ze de bizarre slalom langs verkeersdrempels en vluchtheuvels alweer voor gezien.

Slechts dertig man had de moed om de wedstrijd door de Utrechts en Gelderse dreven te voltooien. Rabo-renner Steven de Jongh was wel met inspiratie opgestapt. Hij bezorgde zijn ploeg al de dertiende zege van het seizoen. ,,Woensdag was het veertien jaar geleden dat mijn vader bij een ongeluk met de racefiets overleed. Dit is mijn eerbetoon aan hem'', zei De Jongh die achter de finish in de armen van zijn moeder reed.

De mond- en klauwzeer-crisis had de organisatie genoodzaakt een alternatief parcours in elkaar te steken. Dat werd een verzameling omlopen, met in de finale veredelde 'rondjes om de kerk' waar NS-machinisten hun neus voor zouden ophalen. Omdat ook de Posbank op de Veluwe verboden terrein was geworden, bleef de Grebbeberg over als 'scherprechter': hoogte 55 meter. De organisatie stuurde er het peloton vijf keer overheen, in de hoop de koers daarmee nog enige allure te geven.

Mopperend maakte het peloton kennis met het nieuwe traject. De verkeersobstakels zorgden voor gevaarlijke taferelen. Bij Elst werd de weg plots versmald door wegwerkzaamheden. In een enge straat stuitte het peloton op een vrachtwagen die de lading aan het lossen was. Het predikaat 'strontkoers' zoemde weer door het peloton. De Jongh: ,,Het was eigenlijk onverantwoord, maar ik heb begrip voor de problemen van de organisatie. Al hoop ik dat we volgend jaar weer op het oude parcours rijden.''

Bart Voskamp had woorden van gelijke strekking. ,,In het buitenland vindt iedereen het prachtig als we over kleine boerenlandweggetjes rijden, terwijl in Nederland iedereen meteen begint te schelden en te zeuren. Het was een net parcours. Ik denk dat er veel door het slechte weer en een gebrek aan motivatie zijn afgestapt.''

De Spaanse klimmertjes van Kelme waanden zich in een vreemde wereld. Al bij het ontwaken op Papendal zagen sommigen van hen voor het eerst van hun leven sneeuw. Na de start maakten ze pas echt kennis met het grillige Hollands weer. Hagel, sneeuw en regen zorgden ervoor dat veel renners rillend op de fiets zaten.

De vingers van Jeroen Blijlevens waren op een gegeven moment zo verkleumd dat hij niet eens meer kon schakelen. Na 150 kilometer hield de sprinter van Lotto het maar voor gezien. Op dat moment hadden Servais Knaven, Laurent Jalabert en Tristan Hoffman allang van een warme douche genoten. Hoffman, kampend met een knieblessure, moest vertrekken om zijn ploeg aan het aantal benodigde renners te helpen en daarmee het startgeld veilig te stellen. Gekkenwerk, want de afgelopen dagen was hij niet eens in staat om te trainen. Hoffman had voor de start slechts een voordeel gezien: door de aanpassing was de weg naar de kleedkamer kort.

De renners met een Nederlandse licentie of sponsor op de borst wilden er wel een echte wedstrijd van maken. In de finale waren alleen Bankgiroloterij en Rabobank nog goed vertegenwoordigd waardoor de koers zich ontpopte tot een open nationaal kampioenschap. Zeven Nederlanders eindigden bij de eerste tien.

Als het aan Steven de Jongh ligt, mag Veenendaal-Veenendaal de wereldbekerstatus krijgen. Voor het tweede jaar op rij was het voor hem prijs. In barre weersomstandigheden voelt de oud-schaatser zich altijd in zijn element. In de finale was hij zeer actief. Uit een groep van 21 man ontstond een kopgroep van twaalf, waarin vier Rabo's (Boven, Löwik, De Jongh en Vierhout) en vier renners van Bankgiroloterij (Voskamp, Kemna, Van Steen en Hiemanstra) reden. De Jongh vermeed met zijn demarrage in de laatste kilometer een confrontatie in de sprint met de rappe Kemna (tweede). ,,Het viel even stil, dat was een goed moment.''

mailIcon print |