Met zijn debuut-cd 'Electric Solo!' rekent elektrisch gitarist en componist Wiek Hijmans af met het misverstand dat zijn instrument alleen geschikt is voor lichte muziek. Evenmin is Hijmans louter improvisator. ,,Tachtig procent van wat ik speel is gecomponeerde muziek.''
'Wiek Hijmans is een zeldzame musicus, een visionaire uitvoerder die het aangezicht van het door hem bespeelde instrument heeft veranderd. Niet tevreden met de elektrische gitaar als vehikel voor popmuziek, is Wiek de tweevoudige uitdaging aangegaan om nieuw repertoire te ontwikkelen en nieuwe technieken om deze werken uit te voeren.''
Bovenstaand citaat zou uit een jubelende recensie kunnen komen over de debuut-cd 'Electric Solo!' van elektrisch gitarist Wiek Hijmans (1967), maar dat is niet zo. De loftuitingen zijn van niemand minder dan de New Yorkse gitarist David Starobin, de docent bij wie Hijmans een paar jaar geleden aan de Manhattan School of Music (als enige elektrische gitarist tot nu toe) zijn gitaarstudie een vervolg gaf. In 1997, bij de afsluiting van dat jaar, won hij daar de prestigieuze Andrés Segovia Award.
Denkt iedereen bij de elektrische gitaar onmiddellijk aan de brutale schreeuwlelijk in de pop- en jazzmuziek, in werkelijkheid is het instrument sinds zijn uitvinding rond 1930 nooit op één genre vast te pinnen geweest. In de klassieke muziek is de rol van de elektrische gitaar bescheiden te noemen, en dan nog voornamelijk beperkt tot ensemble-instrument. Die status heeft de elektrische gitaar voor een groot deel te danken aan zijn hermetische karakter -een eigenschap die hij deelt met bijvoorbeeld het orgel. De componist moet òf een ingewijde zijn in de typische eigenaardigheden van het instrument met zijn klankkleuren, pedalen en effecten òf nauw samenwerken met de gitarist waarvoor hij schrijft.
Zoals met Hijmans, die bekend is als lid van groepen zoals het Maarten Altena Ensemble en bovenal als improvisator. Al beschouwt hij zijn cd, die vrijwel geheel uit hedendaags gecomponeerde muziek bestaat, als een mooie gelegenheid om dat eenzijdige beeld wat bij te stellen: ,,Tachtig procent van wat ik speel is gecomponeerde muziek en twintig procent bestaat uit improvisatie. Dat is wel eens anders geweest, maar zo vind ik de verhouding op dit moment uitstekend.'' Hijmans' debuut-cd is uniek te noemen. Weliswaar bestaan er genoeg platen met solo elektrische gitaarmuziek, maar meestal betreft het hier improvisaties. Een opname met gecomponeerde muziek was er volgens Hijmans nog niet. ,,Althans niet in Europa'', zegt hij met enige armslag. ,,'Electric Solo!' bestaat uit de beste stukken die ik speelde na mijn jaar in Amerika, doorspekt met één improvisatie. Ik zou het een beetje krampachtig vinden om dat aspect te verstoppen. Voor de cd vond ik het bovendien nodig om zo'n stuk ertussen te hebben. Het is op deze manier een concertprogramma geworden, dat je makkelijk in zijn geheel kunt beluisteren.''
Zijn leerperiode bij David Starobin aan de Manhattan School of Music noemt Hijmans een sleuteljaar: ,,Ik heb daar enorm veel geleerd en ik heb er voor het eerst gehoor gegeven aan mijn lang gekoesterde wens om me te verdiepen in het spelen van gecomponeerde muziek. Ik heb in dat jaar geen noot geïmproviseerd. Mijn techniek is verbeterd en ik heb een veel beter beeld gekregen over hoe je een stuk moet interpreteren. Van Starobin kreeg ik te horen dat de lessen ook voor hem een kick waren. Ik had natuurlijk mijn conservatoriumstudie in Amsterdam er al vijf jaar opzitten en was al wat ouder dan zijn meeste studenten. Ik wist precies wat ik wilde en leerde van week tot week dingen bij. Daarom heeft Starobin me voorgedragen voor de Andrés Segovia Award, die bedoeld is voor de internationale groep studenten van de Manhattan School of Music.''
Behalve de kunst van het interpreteren en programmeren leerde Hijmans ook zijn eigen kleur en stem op zijn instrument te vinden, een speurtocht waarvan 'Electric Solo!' een weergave vormt. Enthousiast vertelt hij over de verschillende stukken op de cd, die allemaal een andere kant van het instrument belichten: ,,De elektrische gitaar heeft kameleontische kwaliteiten. In 'Auburn' van Michel van der Aa gaan de elektrische kant van mijn instrument en de elektronische klankmanipulatie op band een relatie met elkaar aan. Het is alsof de elektronische klanken voortvloeien uit de gitaar en alsof ze vervolgens een eigen leven gaan leiden. In 'Vampyr!' van Tristan Murail hoor je het scheurgeluid dat voor veel mensen 'typisch' voor de elektrische gitaar is. Zo'n vol orkestraal geluid staat mijlenver af van een akoestische gitaar. Pelle Gudmundsen-Holmgreens introverte 'Solo for El-Guitar' uit 1971 is het eerste volwassen stuk voor het instrument. Het is een gamelan-achtig werk dat uitgaat van bijna niets. Maar dat weet Holmgreen zó vorm te geven dat het een kwartier lang boeiend blijft. Holmgreen creëert een eigen klank door de lage E-snaar een oktaaf omlaag te stemmen en de noten lang te laten uitklinken. Dat kan alleen op een elektrische gitaar.''
Hijmans' klank-queeste houdt niet op bij deze cd, verzekert hij. Zo gaf hij recent de opdracht voor een elektrisch gitaarconcert aan de New Yorkse Braziliaan Arthur Kampela en kreeg er naar eigen zeggen een spectaculair werk voor terug dat zijn gelijke niet kent. Ook Theo Loevendie en Alison Camreron zeiden met graagte een nieuw werk te willen componeren. ,,Als ik er als gitarist voor heb kunnen zorgen dat een paar belangrijke stukken (zoals dat van Kampela) mede dankzij mij het licht hebben kunnen zien, dan ben ik heel tevreden.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.