*

 
dossier

Archief

Op de thee bij een verkrachter

Hans Marijnissen − 29/11/02, 00:00

Henk Wiersma (72) uit Lelystad is agrariër in ruste. Hij bezoekt gedetineerden in de plaatselijke gevangenis. Zijn geloof in het goede brengt hem juist dichter bij de verkrachter en de overvaller.

'Terwijl de maatschappij individualistischer is geworden en met de roep om bijvoorbeeld minimumstraffen en doodstrafdiscussies harder oordeelt over mensen achter tralies, heb ik de laatste jaren juist meer begrip voor gedetineerden gekregen. Je zou kunnen zeggen dat ik een tegengestelde beweging heb gemaakt, tegen de maatschappelijke trend in. Sinds zes jaar bezoek ik gevangenen in de penitentiaire inrichting hier in Lelystad, waardoor ik beter zicht heb op hun situatie.

Na mijn pensionering zeven jaar geleden had ik opeens tijd over. Sommige mannen gaan dan vissen, maar ik heb meer interesse in mensen. Een advertentie waarin inwoners van Lelystad werden gevraagd die gedetineerden wilden bezoeken, maakte me nieuwsgierig. Ik voelde werkelijk een drang contact te maken met de mensen aan de andere kant van de muur. Ik wilde weten wat hén bezighoudt en hoe ze in de situatie zijn beland die voor celstraf in aanmerking kwam. Want het is natuurlijk niet normaal dat je daden verricht die de samenleving strafbaar heeft gesteld.

Sommige vrijwilligers vinden zo'n eerste bezoek wel spannend. Ik heb daar geen last van gehad. Ik dacht: het mogen dan wel stoere binken zijn, maar ze hebben zélf aangegeven dat ze willen praten. Alleen de gedetineerden die niet door familie of vrienden bezocht worden, hebben recht op contact met vrijwilligers als ik. Ik bezoek ze één keer in de drie weken, en praat dan een vol uur met ze. Langgestraften hebben recht op twee uur bezoek, maar dat trek ik niet. Dat is te intensief. Een uur is nooit een probleem, die mensen zijn zo eenzaam.

Doorgaans hebben we het eerst over koetjes en kalfjes. Langzaam maar zeker komen we op de achtergrond van de gedetineerde. We praten over het leven, de ervaringen in de gevangenis - de bewaarders en de medegevangenen. Uiteindelijk komen we in het verleden en via een omweg bij de daad waarvoor ze zitten. Ik dring nooit aan, ze hoeven me niet te melden wat ze uitgespookt hebben. Maar als de gedetineerde een intensief gesprek wil, helpt het wel als ik weet waarvoor hij is veroordeeld. Zo kom je verder. Ik heb inmiddels zo'n honderd gedetineerden bezocht. Sommige langere tijd, andere worden na een paar gesprekken vrijgelaten of overgeplaatst. Wat opvalt is dat de meeste gedetineerden erg jong zijn, en uit gebroken gezinnen komen. Dat is een bekend gegeven, maar als je ze dan voorbij ziet komen is dat schokkend. Ze zijn bijna stuk voor stuk afkomstig uit compleet ontwrichte gezinnen, ze zijn aan hun lot overgelaten, hebben geen liefde ontvangen en zijn in hun puberteit met de verkeerde mensen in aanraking gekomen. Er zijn twee soorten gedetineerden. Er zijn er die na hun straf iets van hun leven willen maken, maar veel moeilijkheden op hun weg zullen tegenkomen. Maar ik spreek ook met de zogenaamde draaideurcriminelen, die overal lak aan hebben en hun leven op dezelfde voet zullen voortzetten. Hoe je het ook wendt of keert: zeventig procent van de gedetineerden zal na hun vrijlating weer achter tralies terugkeren.

Ik probeer gedetineerden te stimuleren in de positieve dingen waarmee zij bezig zijn. Maar soms zijn mijn bemoedigingen aan dovemansoren gericht. Met de draaideurcriminelen is het moeilijk praten, maar ik doe het wel. Zij willen contact, dus ik ben er voor hen, al leidt dat soms tot hilarische situaties. Ik ben eens een paar keer bij een man geweest die weliswaar om bezoek had gevraagd, maar amper zijn mond opendeed. Hij beantwoordde mijn vragen met ja en nee. Ja, dan ben je snel uitgepraat. Na een paar bezoeken is hij overgeplaatst.

Ik probeer geen oordeel te hebben over de delicten die mensen op hun naam hebben staan. Ik ben een gelovig man. Als ik iets doe voor anderen, doe ik dat in wezen ook voor Hem, met verwijzing naar Mattheüs 25. Ik praat met drugscriminelen en overvallers, soms met een moordenaar. Zou er een verkrachter op mijn pad komen, of zelfs een kinderverkrachter, dan nog zou ik naar hem toegaan. Als hij aangeeft contact te willen, dan ben ik er voor hem. Hoe zal ik het zeggen: juist omd t ik christen ben en probeer goed te doen, ligt de drempel naar de mensen die de fout zijn ingegaan lager. We hebben allemaal verlossing nodig.

Na een paar gesprekken vraag ik vaak of de gedetineerde in God gelooft. Omdat als dat zo is, dit een verdieping in het gesprek kan betekenen. Dan is er spiritueel iets gemeenschappelijks. Toch zal ik nooit iemand trachten te bekeren. Eén gedetineerde heeft me in het eerste gesprek te verstaan gegeven dat hij over alles wilde praten, maar niet over geloof. Ook goed.

Ik heb één keer meegemaakt dat een regelmatig bezoek uitgroeide tot een vriendschap. Met een christelijke jongen uit Ghana had ik zo'n goed contact en zulke diepe gesprekken. Door de taalbarrière heen begrepen wij elkaar volkomen. Ons wordt altijd op het hart gedrukt geen achternamen, telefoonnummers en adressen aan gedetineerden te geven. Voor hem heb ik voor een keer de regels overtreden. Toen hij werd vrijgelaten is hij voordat hij via Berlijn naar Ghana zou afreizen, bij ons op bezoek geweest. Hij wilde mijn vrouw zo graag ontmoeten. We hebben hem samen uitgezwaaid.''

mailIcon print |