Je moet het wel durven, je neus snuiten in zo'n kleine papieren zakdoek. Ze beweren wel van alles in hun reclames, maar het schrikbeeld blijft dat je ernaast of erdoorheen snottert. Velen houden het daarom op de ouderwetse snotlap. Maar ja, als de neus het op een lopen heeft gezet, verwordt zo'n stoffen doek, die 'sochtends nog schoon mee van huis ging, al snel tot een natte prop in de broekzak.
Dat is een broeinest van ziektekiemen, zei moeder altijd. Je houdt de verkoudheid in stand omdat je telkens de oude bacteriën weer naar binnen snuift. Maar dat valt wel mee, zegt dr.E.A.Dunnebier, KNO-arts in het universitair medisch centrum Utrecht. ,,Het verkoudheidsvirus is in deze fase al bijna uitgewerkt en gaat buiten de neus heel snel dood. Het is waar dat bacteriën welig tieren in zo'n zakdoek, maar daarvan wemelt het toch al in je neus. Het is alleen niet zo fris voor een ander. Als je bijvoorbeeld iemand een hand geeft die je net uit die natte zak hebt gehaald.''
De neus is onze airco, legt Dunnebier uit. De binnenkomende lucht wordt bevochtigd, verwarmd en gefilterd. Stofdeeltjes worden door het slijmvlies ingevangen en door trilhaartjes via de keel afgevoerd. Soms is een virus de afweer van het slijmvlies te slim af en nestelt het zich in de cellen daaronder. Er ontstaat een hevig gevecht, zegt Dunnebier. ,,Het slijm versterkt de afweerreactie, maar het virus, ook niet gek, legt op zijn beurt de trilhaartjes plat. Gevolg: je gaat snotteren.''
Maar niet alle snot is gelijk. Bij de een druipt het als water naar buiten -dan is het virus nog actief. Bij de ander zit de neus verstopt met een dik groengeel slijm, wat kan duiden op een actieve bacteriënkolonie. Vooral dat laatste is niet zonder risico. Het slijm wil nog wel eens indikken en allerlei holtes afsluiten. Dunnebier: ,,Als een bacterie daar langs weet te glippen, treft ie in de afgesloten holte met slijm een ideaal nestje. Dat gaat snel ontsteken.''
Daar is een eenvoudige remedie tegen. Men neme een kwart liter water en voege daarbij een theelepeltje zout. ,,Neus achterover en de zoutoplossing met een pipet naar binnen druppelen. Maar je kunt ook wat op je hand nemen en het opsnuiven. Als je dat een keer of acht per dag doet, spoel je de neus, en de holtes, schoon.''
Over de andere middeltjes is de KNO-arts minder enthousiast. Stomen is op zich wel goed -het bevochtigt de neusholtes- maar vaak is het te heet en bevat de stoom te veel eucalyptus: dat irriteert het slijmvlies weer. En de neusdruppels van apotheek of drogist, meestal met xylomethazolines, werken wel, maar Dunnebier raadt langdurig gebruik af. ,,Die stof werkt op de zenuw aansturing van het slijmvlies en remt zo de zwelling. Dat voelt prettig, het geeft lucht, maar het lichaam wil juist van de rommel af. Dus zodra de druppels zijn uitgewerkt, komt de slijmproductie in extra hevigheid op gang. Je hebt steeds meer nodig en als je het langer dan een week gebruikt, kun je je trilhaartjes en slijmcellen beschadigen.''
Dus toch maar gewoon ouderwets je neus snuiten? ,,Nee, eigenlijk niet. Als je snuit, bouw je even druk op. Het gevolg is dat een slijmrest die net uit een holte kwam druppelen, daar weer teruggeduwd wordt. Dat is niet heel erg, maar je kunt de snot beter opsnuiven. Dan gaat het extra snel richting keel. Fysiologisch gezien is dat de beste aanpak.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.