*

 
dossier

Archief

Links moet gezamenlijk strijden tegen rechts

Cyril Lansink − 30/11/02, 00:00

De linkse partijen zouden gezamenlijk moeten proberen te verhinderen dat CDA en VVD een meerderheid halen. Of de SP in januari nu 18, 17 of 16 zetels zal halen en GroenLinks daardoor 10, 11 of 12 zou voor beide partijen van minder belang moeten zijn dan de vraag of het ze lukt om zo'n rechts kabinet tegen te houden.

De aanval van ex-GroenLinksleider Rosenmöller op SP-voorman Marijnissen was dan ook politiek-strategisch niet handig. Rosenmöller had beter de gepeilde sprong voorwaarts van de Socialistische Partij met instemming kunnen begroeten.

Zoals Rosenmöller zelf overigens ook heeft gezegd, zijn de overeenkomsten in politieke inhoud tussen GroenLinks en SP groter dan de verschillen. Het moet hem toch goed doen dat er kennelijk toch een groot potentieel kiezers voor deze inhoud blijkt te bestaan. Dat GroenLinks zelf weinig lijkt te profiteren van dit potentieel is jammer voor de partij maar zou in het kader van die gezamenlijke inzet niet onoverkomelijk moeten zijn.

Ook de PvdA zou zich nadrukkelijker dan nu het geval is moeten aansluiten bij deze gedeelde inzet van GroenLinks en SP. De tijd van het partijpolitieke navelstaren is voorbij. En in plaats van zich af te zetten tegen stemmen-concurrenten ter linkerzijde -een strategie van machtspoliticus Melkert- zouden Wouter Bos en de zijnen er goed aan doen om hun pijlen volledig te richten op de twee rechtse partijen die te kennen hebben gegeven samen door te willen. Een pleidooi voor polarisatie dus.

Dat impliceert geen voorafgaand gehengel naar regeringsmacht door toch maar weer vast inhoudelijk wat dichter tegen het CDA aan te schurken als het weer wat beter mocht gaan in de peilingen. Het hangt mede van de opstelling van de PvdA af of het CDA al dan niet de genoeglijke middenpositie kan innemen en zoals van oudsher alle mogelijkheden open kan houden. Dat betekent ook het volledig serieus nemen van GroenLinks en vooral de SP als bondgenoten in de politieke strijd; iets waar het bij de vroegere zelfgenoegzame PvdA meestal aan ontbroken heeft.

Op haar beurt zal de SP zich moeten bevrijden van de wrok en de woede tegen de arrogante bestuurderspartij die de PvdA is geweest. Hoe terecht deze emoties ook zijn, in de nieuwe 'napaarse' politieke constellatie moet de SP de PvdA het voordeel van de linkse twijfel gunnen. Het strategische gemeenschappelijke doel moet prevaleren boven het oude zeer.

De paradox van de komende verkiezingen zou wel eens kunnen zijn dat hoe meer het de PvdA lukt om zich de komende maanden als een echte alternatieve oppositiepartij te profileren hoe groter de kans is dat ze toch weer een kans maakt een regeringspartij te worden. Als immers CDA en VVD geen meerderheid halen wordt het voor die partijen moeilijk een geloofwaardige andere coalitie te vormen. Een verschrompelde LPF, een gehalveerde D66 en de kleine Christenunie zijn om uiteenlopende redenen weinig geschikt om een CDA-VVD regering te completeren.

De angst dat met zo'n gemeenschappelijke gepolariseerde inzet het onderscheid tussen de linkse partijen voor de kiezers zou vervagen lijkt me ongegrond. Stijl, achtergrond, achterban en traditie van de drie partijen zijn sterk verschillend. GroenLinks is bijvoorbeeld nu eenmaal meer een partij van gestudeerde mensen dan de SP en zal alleen op grond daarvan al een deel van de kiezers die weglopen met de wat volksere Marijnissen, niet aanspreken. Het zij zo. Daar helpt geen wisseling van lijsttrekker aan.

Femke Halsema, Jan Marijnissen en Wouter Bos onderscheiden zich genoeg van elkaar om zonder gezichtsverlies samen ten strijde te kunnen trekken tegen de beoogde regering van CDA en VVD. Niet door zich tegenover elkaar te profileren (dat gaat vanzelf) maar door zich sterk te maken voor een gezamenlijk strategisch doel zullen ze het meeste succes behalen.

mailIcon print |