*

 
dossier

Archief

Defensie is en zal hardleers blijven

George Marlet − 30/11/02, 00:00

DEN HAAG - Het was donderdag een dubbeltje op zijn kant, zegt Jan-Willem Koeleman, raadsman van Fred Spijkers. Als de Kamer niet zo zwaar op staatssecretaris Van der Knaap was gaan leunen, dan had de al 18 jaar slepende zaak nog veel langer kunnen duren. Het was zelfs de vraag of Spijkers ooit de toegezegde schadevergoeding en het eerherstel zou hebben gekregen. De landsadvocaat had immers al gedreigd dat de zaak dan weer 'terug bij af' zou zijn.

Dat is Spijkers bespaard gebleven. Hij krijgt van Van der Knaap een excuusbrief waarin Defensie erkent zijn vroegere maatschappelijk werker te hebben misleid. Harder kan een overheidsorgaan niet over zichzelf oordelen. Niet voor niets weigerde Van der Knaap tot donderdag in te stemmen met het eerherstel, omdat de misleiding 'niet of onvoldoende onderbouwd' zou zijn. Koeleman: ,,Dat vind ik angstig. De overheid maakt een afspraak met een individu, die ineens niet meer geldt. Als burger sta je dan machteloos.''

Defensie moet door het stof en betalen: in totaal 4,2 miljoen euro aan de weduwe van de in 1984 omgekomen munitiedeskundige Rob Ovaa, haar kinderen en aan Spijkers. Defensie wilde de toedracht van de mijnontploffing verdoezelen, maar Spijkers weigerde de weduwe voor te liegen dat haar man schuld had. Spijkers 'krijgt waar hij recht op heeft', maar het is de vraag of Defensie wat heeft geleerd.

De weigerachtige houding van Van der Knaap belooft niet veel goeds. Hij heeft met de Kamer afgesproken 'nu het boek te sluiten'. De Kamer zal hem niet dwingen disciplinaire maatregelen te nemen tegen betrokken ambtenaren en militairen. Uit de afwikkeling van de affaire moet blijken hoe groot het 'zelfreinigend vermogen' van Defensie is.

Van 1984 tot en met 2002 is een reeks ambtenaren en militairen met de kwestie bezig geweest. De verwijten zijn niet gering: aanzetten tot liegen, het verzwijgen van belastende informatie over ondeugdelijke oefenmijnen en het vervalsen van psychiatrische rapporten om Spijkers ontslagen te krijgen.

Een intern onderzoek lijkt logisch, maar Defensie heeft een cultuur van misstanden verzwijgen en toedekken. Terwijl de Kamer het spoeddebat over de zaak-Spijkers voerde, was in de oude vergaderzaal de Srebrenica-enquête aan de gang. Toevallig, maar ook een pijnlijke illustratie van het onvermogen van Defensie om fouten te erkennen en de consequenties te aanvaarden.

Na de Srebrenica-enquête en de zaak-Ovaa-Spijkers wacht Defensie nog een gang naar Canossa: het onderzoek van de Raad voor de transportveiligheid naar de Hercules-ramp (34 doden). De raad onderzoekt op verzoek van het presidium van de Kamer hoe het mogelijk is dat de civiele en militaire brandweer pas 40 minuten na de crash begonnen met het redden van inzittenden.

De nasleep van de Hercules-ramp bood genoeg stof voor een parlementaire enquête, maar daarvoor was -in elk geval tot dit jaar- geen kamermeerderheid. Andere affaires zijn ook ernstig genoeg voor strafvervolging en een enquête: het gebruiken van afgekeurde oefenmijnen (acht doden, onder wie Ovaa), het verzwijgen van asbest in het oude hoofdkwartier in de Cannerberg en mogelijk ook de vuurwerkramp (22 doden). In Enschede lieten inspecteurs van Defensie de ondeugdelijke vuurwerkopslag van S.E. Fireworks ongemoeid. De rode draad in deze kwesties is duidelijk zichtbaar: steeds werd essentiĆ«le informatie verzwegen, met fatale gevolgen.

Fred Spijkers noemt het winst dat door zijn zaak het 'bijzonder gesloten en hiƫrarchische ministerie van defensie nu in de volle schijnwerpers staat'.

Het ministerie staat voor de keus om in dat felle licht naar buiten te treden, of de gordijnen stevig dicht te trekken.

mailIcon print |