Ten koste van Turkije bereikte Brazilië de finale van het WK, en dat is maar beter ook. Zondag staan in Yokohama twee voormalige wereldkampioenen tegenover elkaar.
SAITAMA - Met tal van dartele danspasjes in de buurt van het vijandelijke doel en toch ook weer wonderlijke haperingen in de linies daarachter -niets nieuws onder de zon dus- nam Brazilië gisteren de laatste horde op weg naar zijn zesde WK-finale. Het is niet aan te bevelen om in Azië nog verwachtingen te koesteren, maar toch: dat zou tegen de Duitsers nog best eens interessant kunnen worden.
Turkije werd in Saitama met 1-0 verslagen in een halve finale waarin de Brazilianen hun vele gezichten andermaal toonden. Zeer aantrekkelijk oogden ze in de eerste helft waarin hun aanvalsspel tot een niveau reikte dat in dit toernooi niet eerder kon worden aanschouwd.
Het Braziliaanse middenveld is sinds de kwartfinale tegen Engeland, en de entree van Kleberson, in redelijke mate verstevigd. Niettemin wordt de balans nog regelmatig verstoord, gisteren vooral door strapatsen van overmoedige verdedigers. In de slotfase joegen Lucio en Roberto Carlos hun coach Scolari de stuipen op het lijf door lichtzinnig de bal te verspelen -acties die pasten bij het ondoorgrondelijke karakter van wat toch een WK-finalist is. De Turken konden er niet van profiteren. Te veel spelers, Hasan Sas, Emre en Tugay voorop, konden hun attractieve optreden in de kwartfinale tegen Senegal geen vervolg geven. Zo beantwoordde ook Turkije, hoe prijzenswaardig zijn campagne ook was, aan het jammerlijke patroon op dit WK: dat van de verrassende ploeg die vroeg of laat, als het er echt om spant, een dag van onmacht beleeft.
Niet alleen daarom is het maar beter ook dat Brazilië de finale heeft bereikt. In Yokohama staan zondag twee voormalige wereldkampioenen tegenover elkaar: een viervoudige, Brazilië, en een drievoudige, Duitsland.
Brazilië, het enige land dat bij alle zeventien WK's tot dusverre van de partij was, drong voor de zesde keer door tot de eindstrijd, én voor de derde achtereenvolgende keer. Alleen bij de laatste gelegenheid, vier jaar geleden in Frankrijk, verloren de Zuid-Amerikanen, met 3-0 van het gastland. Ze troffen in hun finales immer Europese opponenten, maar met Duitsland werden -hoe curieus- in een WK-eindronde nooit eerder de degens gekruist.
Het gaat te ver om het nog waardig te noemen, maar er is mee te leven dat deze grootmachten in de voetbalhistorie het wonderbaarlijke evenement in Azië afsluiten. Het belooft bovendien een botsing van stijlen te worden die om tal van redenen nieuwsgierigheid opwekt.
Brazilië was gisteren zeer gebaat bij de tegenstand van de Turken, wier gebruikelijke kracht zich in Saitama tegen hen leek te keren. Hun spel is gebaseerd op vele positiewisselingen, op het middenveld en vlak daarvoor.
Omdat ze meer steekjes lieten vallen dan in de eerdere onderlinge groepswedstrijd, die vooral door arbitrale tegenwerking werd verloren (2-1), kon Brazilië herhaaldelijk op het opengevallen middenveld zijn weg vinden. Ook werden daardoor de eigen tekortkomingen van de Brazilianen in die zone minder belicht.
Zondag zal dat anders zijn, als Brazilië wordt geconfronteerd met de hecht georganiseerde Duitse formatie. Met name Hamann zorgt er daarin voor dat er in de middenlinie al weinig gaten vallen. Eerder werd Brazilië door een Europese tegenstander met een vergelijkbare speeltrant, België, voor diverse problemen geplaatst.
De Duitsers mogen uiteraard hoger worden aangeslagen dan de Belgen en daar komt bij dat ze inmiddels blijk geven van een enorme geestkracht. In dat opzicht werpt zich een aardige parallel op met de andere finalist. Ook bij de Brazilianen lijken de (vooral psychische) krachten te worden gebundeld, in een collectief streven om de niet al te hoge verwachtingen te logenstraffen.
Brazilië zal zondag nog eenmaal parasiteren op zijn aanvallers. Wat kan het anders? De gisteren geschorste Ronaldinho zal er weer bij zijn, en daar zal coach Scolari zich uitermate gelukkig mee prijzen. In Saitama, waar Edilson en (als invallers) Luizao en de potsenmaker Denilson opdraafden, bleek dat Scolari over nauwelijks volwaardige vervangers beschikt.
Rivaldo leek de taak op zich te nemen om zijn ploeg langs de Turken te leiden. Hij werd in de eerste helft als schotvaardigste Braziliaan echter vooral gefrustreerd door de dappere doelman Rüstü. Vervolgens werd -het kan allemaal in dit Brazilië- níets meer van hem vernomen.
De fakkel werd in het offensieve rollenspel overgenomen door Ronaldo, die kort na rust een weergaloze solo punterend afrondde, met het instinct van de gehaaide spits (1-0). Maar topfit is hij geenszins, leerde even later zijn wissel. Ook dat is een interessant gegeven voor de finale, de krachtmeting tussen de beste aanval van het toernooi (met zestien treffers) en de beste defensie (de Duitse, met één tegentreffer) -er lijkt zowaar in Azië nog iets te zijn om naar uit te kijken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.