*

 
dossier

Archief

De terugkeer van het trilveen

George Marlet − 22/01/02, 00:00

BELT-SCHUTSLOOT - ,,Bij die plassen moet je niet lopen. Daar zit het pas afgeschraapte rietland los en zak je weg.''

Lopend over de als een schip deinende veenbodem was de neiging toch al groot om Willem Miedema, bij Natuurmonumenten projectleider in Overijssel en Flevoland, op de voet te volgen. Het trilveen van de Wieden is verraderlijk. Eén verkeerde stap en je zakt door de dertig centimeter dikke laag in het ijskoude en drabbige water. Met zwaar materieel is het helemaal uitkijken geblazen. In het moerasbos zakt een dragline steeds verder in de zompige grond. ,,Die zal zichzelf eruit moeten werken'', reageert Miedema kalm op het telefoontje.

In het landschap dat is ontstaan door het afgraven van turf grijpt de mens opnieuw in, maar nu om de natuur te herstellen. In de Wieden en de Weerribben, de laagveenmoerasgebieden in de Kop van Overijssel, zijn Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer met een forse klus bezig. Met subsidie van de Europese Unie en het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij kunnen beide grootgrondbezitters zo'n 3,5 miljoen gulden besteden aan de moerasgebieden.

De opzet is om het zeldzame trilveen op grote schaal te laten terugkeren, onder meer door moerasbos te kappen en daar trekgaten te maken. Dat levert meer verscheidenheid in planten en dieren op.

Graafmachines nemen grote happen uit dichtgegroeide trekgaten die in de negentiende eeuw voor de turfwinning zijn gegraven.

Miedema: ,,Als je niets doet, bestaat het gebied door verzuring en verdroging vrij snel uit vrijwel alleen maar moerasbos. We zijn al twintig jaar bezig, maar kunnen nu pas grootschalig aan de slag.''

Het afgegraven veen gaat via pijpleidingen naar een depot in de Beulakerpolder. Het schone en natuurlijke materiaal wordt in het nieuwe depot zodanig verwerkt en ingericht dat er een kraggenlandschap (smalle stroken land, door water omgeven) ontstaat.'' In één gedeelte van het gebied blijft het veen liggen, omdat het lastig over de Beulakerwijde te vervoeren is.

Door het zogeheten Life-project (genoemd naar de Europese subsidieregeling) krijgen alle opeenvolgende stadia van verlanding een blijvende plaats. Het eerste stadium is het ontstaan van drijftillen, drijvende eilandjes van pollen van waterlelie en gele plomp. Als die aan elkaar groeien, ontstaat een drijvend pakket met de woekerende krabbescheer als bovenlaag, waaruit uiteindelijk trilveen kan gaan groeien. Daar gaan tientallen jaren overheen.

De huidige 40 hectare trilveen beslaan slechts een half procent van het moerasgebied. Dat moet uitgroeien tot ruim 200 hectare. Daar zal het volgens Miedema niet bij blijven. ,,Er komt een vervolg, daarvan ben ik overtuigd.''

Even buiten Belt-Schutsloot vaart een schuit voorbij met aan boord een tractor en een maaimachine voor het riet, nu zeer gewild als dakbedekking voor duurdere huizen. Sommige riettelers hebben de oogst al binnen. In keurig afgesneden bundels ligt het riet op transport te wachten. Een groot deel van de 2700 hectare rietland van de Wieden en Weerribben wordt verjongd door de bodem zo'n twintig centimeter af te graven. De riettelers in Noordwest-Overijssel werken aan het Life-project mee, omdat ze verwachten dat het 'afplaggen' van de rietlanden tot meer opbrengst leidt.

Projectleider Miedema: ,,De riettelers werken allemaal vrijwillig mee. Aanvankelijk was er wel kritiek op het project, maar nu krijg ik positieve reacties. Dat gaat hier niet zo uitbundig, hoor. Als ze zeggen: 'Ja, dat kan wel goed gaan', is dat voor mij al een heel compliment.''

mailIcon print |