*

 
dossier

Archief

Help! Ik word in!

JOHAN VAN WORKUM − 07/01/97, 00:00

Dat was een onaangename verrassing. In de eerste krant van het nieuwe jaar meldde Trouw donderdag op pagina 2 dat geld, de markt en winst 'uit' zijn en ethiek, zorg en God 'in'. Lezers die deze rubriek wat volgen weten dat ik graag aanschop tegen het liberale marktdenken en de economisering van levensterreinen die niets met economie te maken hebben. Daarnaast brak ik vaak een lans voor religieuze en morele vragen en voor een ander arbeidsbegrip met een veel grotere waardering voor voorzorg en verzorgende arbeid. Kortom, zaken die ik verguis worden door de krant nu UIT verklaard, en zaken waaraan ik hecht IN.

Nu kunt u misschien denken: wees blij! eindelijk steun, misschien komt het wel mede door jouw geschrijf. Maar zo simpel is het niet. Ik voel mij nu eenmaal lekkerder in de contramine en ben geen main stream-type. Dat past, meen ik, ook niet goed bij de functie van journalist. Die moet in staat zijn dingen waar te nemen die men minder snel ziet als men voor alles probeert erbij te horen, bij de hoofdstroom en de trends.

Bovendien zijn trends meedogenloos, in het bijzonder in hun doorgaans korte duur. Wat goed 'in' raakt, wordt na vaak niet lange tijd nog veel langer en veel sterker 'uit'. Het is dus niet aangenaam maar gevaarlijk als zaken die je aan het hart gaan, 'in' raken. Slechts een sprankje hoop laat het Trouw-artikel mij putten uit het lijstje UIT, namelijk waar daar ook zaken staan vermeld als zappen, sparen en 'grote hulporganisaties'. Want ik zal ook dit jaar weer graag zappen (tot ergernis van mijn echtgenote die vindt dat je de omroepgids moet raadplegen, maar dat kost altijd zo veel tijd...), ik ben niet van plan me af te keren van grote hulporganisaties en ik blijf als ik de kans weer krijg wat sparen.

In het rijtje IN had overigens 'Muskens' niet misstaan. De achter ons liggende kerstweken kwam ik deze nieuwste mediafiguur weer ettelijke keren tegen op tv en in kranten. Zijn naam symboliseert de herontdekking van het sociale in de publieke sfeer. Niet dat hij zelf die herontdekking heeft gedaan. Juist vanuit de kerken is vanaf het stadium dat begin jaren tachtig het bezuinigingsbeleid de onderkant van de samenleving niet meer spaarde, scherp stelling genomen tegen de weer toenemende ongelijkheid. Maar de main stream-media en dus de politiek hadden er geen behoefte aan daar aandacht voor te hebben, want 'de zwakken in de samenleving' waren UIT, en zoals gezegd blijf je dat dan meestal een flinke tijd. Muskens' brood-uitspraak was ook niet de mijlpaal die de kentering markeert. Die werd al een jaar eerder geslagen, nota bene door de regering zelf, door - heel voorzichtig, in een bijzinnetje en voorafgegaan door het woord 'stille' - in de Troonrede van september 1995 het woord 'armoede' op te nemen. Enige weken later titelde minister Melkert zijn nota over de armoedeproblemen De andere kant van Nederland, een duidelijke verwijzing naar de naam van de kerkelijke beweging tegen armoede, De arme kant van Nederland. De doorbraak naar de herleving van het sociale sluimerde toen al onder de oppervlakte, zoals bleek in september vorig jaar, toen het Sociaal en cultureel planbureau kwam met de uitkomsten van peilingen uit 1995. Die gaven aan dat voor het eerst sinds vijftien jaar de behoefte aan meer egaliteit in de samenleving en aan verkleining van inkomensverschillen weer steeg. De bui van Thatcherisme en Reaganomics lijkt over.

Tegenover Muskens had in het rijtje UIT 'Bolkestein' kunnen staan of 'Adelmund'. Niet dat die niet sociaal zijn. Integendeel, laten we blij zijn dat onze grootste conservatieve partij nog sociaal is en niet door een Thatcher wordt geleid. En 'Adelmund' vertegenwoordigt met haar nota Sociale zekerheid bij de tijd juist de nieuwe doorbraak van het sociale in de PvdA. Toch is er, meen ik, een fundamentele scheidslijn tussen hen en mensen als Muskens. Aan de ene kant van die lijn wordt solidariteit opgevat als welbegrepen eigenbelang. Maar er is, aan de andere kant, ook een solidariteit die ten diepste niet met een soort egoïsme hoeft te worden verklaard, maar een ethische drijfveer heeft, die wellicht teruggaat op het besef dat in de ander het goddelijke huist.

mailIcon print |