AMSTERDAM - In 1985 zette Hennie Kuiper Milaan-San Remo volledig naar zijn hand. Hij won de broederstrijd met zijn ploeggenoot Teun van Vliet, die zich prompt 'geflikt' voelde door de oude meester.
Kuiper verontschuldigde zich door op te merken dat Van Vliet nog zo jong en beloftevol was, dat hij in de nabije toekomst heus wel een klassieker zou winnen. Daarom ging de veteraan even voor zijn beurt, toen hij op de Via Roma zijn kans schoon zag.
Sindsdien wonnen Nederlanders nog wel wielerklassiekers: Van der Poel, Zoetemelk, Rooks, Nijdam, Theunisse en als - voorlopig - laatste in 1991 Maassen. Bij Van Vliet is het er nooit meer van gekomen. Hij moest in een tamelijk vroeg stadium wegens gezondheidsproblemen een eind aan zijn carrière maken. In de herinnering blijft hij voortleven als een eeuwig talent, dat in een paar mooie wedstrijden de allerbeste was zonder te winnen (naast de bewuste Milaan-San Remo is het WK in het Oostenrijkse Villach, twee jaar later, het meest sprekende voorbeeld) en in de Tour de France van 1986 twee dagen de gele trui mocht dragen.
Een directe relatie tussen Teun van Vliet en de Ronde van Vlaanderen bestaat er niet. Er ligt wel een verband met de uitbater van een eetcafé en Nederlands wielertalent, dat, te beginnen met één van de mooiste voorjaarsklassiekers, de potentie heeft een belangrijke eendagskoers te winnen. Niet dat grote haast is geboden - niet iedere bloem knakt zo vroeg als Van Vliet - maar met het bewandelen van de weg van de voorzichtigheid en geleidelijkheid blijft het ultieme doel vaak onbereikbaar ver weg. Met andere woorden: er is op de Nederlandse fietspaden eindelijk weer wat moois in aantocht, maar anderzijds weerklinken in de omgeving van Leon van Bon, Max van Heeswijk, zelfs Jeroen Blijlevens en in mindere mate Michael Boogerd bezwerende geluiden dat hun tijd nog komt.
Van Bon werd vorig jaar derde op het wereldkampioenschap in San Sebastian. Gelukkig baalde hij er van dat hij in de eindsprint werd geklopt door Brochard en Hamburger en nam hij in Baskenland niet, in woord althans, een optie op een mooie toekomst. Vorig jaar was hij al één van de besten in Vlaanderen; dus waarom zou hij morgen niet op de overwinning kunnen gokken? Van Heeswijk kan veel meer dan af en toe een sprint winnen in een mooie, maar niet echt aansprekende etappekoers. Zijn ploegbaas Jan Raas vindt dat hij dat dit jaar maar eens moet laten zien. Gelijk heeft-ie. Blijlevens past voor de Ronde van Vlaanderen. Hij wil op 8 april graag Gent-Wevelgem winnen, maar maakte na zijn ritzege in de Driedaagse van De Panne, afgelopen woensdag, vooral de pijnlijke vergissing dat hij voor het hele grote werk nog niet klaar is. “Ik ben 26, de winnaars van de Ronde van Vlaanderen zijn doorgaans rijpe dertigers.”
Toch niet helemaal. Rolf Sörensen, de laureaat van vorig jaar, telde toen 31 lentes, Bugno was in 1994 net dertig, maar Van Hooydonck in 1989 pas 22. Boogerd heeft van de aanstormende Nederlandse jeugd de meeste lef en lijkt, hoewel ook hij voorzichtig zijn stapjes zet, vooralsnog het verst te komen. Hij won recent de prestigieuze Catalaanse Week. Ver voor hem was Joop Zoetemelk de laatste Nederlander, die de Spaanse variant van Parijs-Nice en Tirreno-Adriatico op zijn naam schreef. Vorig jaar bestormde hij in de Waalse Pijl als eerste de Muur van Hoei. Weliswaar twee doorkomsten te vroeg, maar toch. Wie dat allemaal kan is geen eendagsvlieg. De Hagenaar, die sinds kort in het Belgische Essen woont, was door Sörensen graag meegenomen naar de Ronde van Vlaanderen, maar het vriendelijke lefgozertje paste. Hij mikt op de Ardense klassiekers.
Er is een nieuwe generatie wielrenners in aantocht, en de voertaal is voor de verandering niet uitsluitend Italiaans. Een aantal Nederlanders maakt er deel van uit, Jan Ullrich is uiteraard één van hen en er heeft zich een nieuwe, grote Belgische belofte aangediend: Frank Vandenbroucke. Min of meer toevallig maakt ook de Ronde van Vlaanderen een nieuwe start. Tot en met 1976 was Gent de vaste startplaats. De laatste 21 jaar verzamelden de renners zich steevast op het grootste marktplein van Europa, dat van Sint-Niklaas. Morgen wordt de presentielijst voor het eerst in Brugge getekend en keert de ronde ondermeer daar terug, waar hij sinds '63 niet meer is geweest, de kust.
De Belgen hopen dat één traditie onaangeroerd blijft: statistisch gezien is een zuiderbuur veruit favoriet voor de zege. Van de 81 verreden rondes won 58 keer een Belg. In het landenklassement staat Nederland met negen (Wim van Est, Jo de Roo, Eef Dolman, Cees Bal, Jan Raas 2x, Hennie Kuiper, Johan Lammerts en Adri van der Poel) op de tweede plaats. De eerlijkheud gebiedt dat van de new wave Vandenbroucke, zeg maar VDB, dichter bij nummer 59 is dan één van de Nederlanders bij de dubbele cijfers.
VDB is de zoveelste nieuwe Eddy Merckx in zijn land, maar de eerste die daar niet aan kapot lijkt te gaan. 23 Jaar jong, is hij al aan zijn vijfde seizoen als professional bezig. In plaats van verpest te worden door familie en supportersclubs, weet hij precies wat hij wil en is daarom niet te benauwd rotzooi te schoppen om zijn doel te bereiken. Dat hij en zijn eerste ploegleider, oom Jean-Luc Vandenbroucke, niet door één deur konden, is wijd en zijd bekend. Hij ging naar Mapei, maar is daar intussen uitgekeken. Hij wil enig leider zijn, en niet één van de vijf. En hij wil vooral geen speelbal zijn van de Italiaans-Belgische competentiestrijdjes in die gekunstelde ploeg. In dat opzicht bewaart de winnaar van Parijs-Nice vooral slechte herinneringen aan de Milaan-San Remo van twee weken terug. Om te beginnen kreeg de Belgische ploegleider Lefevere het niet voor elkaar VDB met een aantal landgenoten te omringen. Dat moesten van de sponsor in een Italiaanse koers voornamelijk Italianen zijn. Toen de kopman bovendien viel in de Primavera, waren, tegen de afspraak, Bugno en Tafi 'plotseling' niet in de buurt om hem te helpen. Woedend was hij.
VDB heeft maar één nadeel: fysiek is hij kwetsbaar, hij heeft in zijn jonge wielerleven al vijf knie-operaties achter de rug. In gedrag, gedrevenheid en klasse vertoont hij een opmerkelijke gelijkenis met een voormalige grote uit een andere sport: Johan Cruijff. Het nadrukkelijk aanwezige, maar ultra-bescheiden opererende Nederlandse wielertalent zou zich meer aan hem én VDB moeten spiegelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.