DOORWERTH - Arie van den Berg (30) heeft zijn levenswensverklaring altijd in zijn portemonnee. Zijn vrouw heeft hij als vertegenwoordiger aangewezen in het geval hij zelf niet meer zou kunnen zeggen wat hij wil. “Ik denk dat de artsen anders ook wel met haar zouden overleggen, maar met zo'n verklaring weet ik het echt zeker.”
In een artikel in het Reformatorisch Dagblad las Van den Berg enkele jaren geleden voor het eerst over de levenswensverklaring. Het artikel sprak hem direct aan. Net als de stichting die de verklaring uitgeeft, betreurt hij het dat euthanasie 'gewoon' is geworden. “Mijn vrouw was toen ook zwanger, ik denk dat we daarom bewuster bij leven en dood zijn gaan stilstaan.”
Vanuit hun christelijke levensovertuiging zijn Arie van den Berg en zijn vrouw Silvia tegen euthanasie. “God beschikt over het leven, voor ons is dat een gegeven waar we niet aan willen tornen”, zegt Van den Berg.
Hij is gezond van lijf en leden en hoopt de levenswensverklaring, waarin hij zegt dat “onder geen enkele omstandigheid een levensbeëindigende handeling” mag worden toegepast, in geen jaren nodig te zullen hebben. Bovendien rekent hij erop dat artsen niet uit zichzelf zullen besluiten om zijn leven 'actief' te beeindigen.
“Ik heb vertrouwen in de Nederlandse artsen, maar wil mijn mening toch schriftelijk vastleggen om er écht zeker van te zijn dat mijn wens wordt gerespecteerd. Ook wil ik met deze verklaring een tegengeluid geven. Ik betreur het dat de maatschappij zo zakelijk is geworden: een 'symptoom' daarvan vind ik dat bij euthanasie bijna geen vraagtekens meer worden geplaatst.”
Als automatiseringsdeskundige voor een organisatie-adviesbureau rijdt Van den Berg dagelijks grote afstanden naar zijn werk. Veel files dus, veel ongelukken eveneens.
Vorig jaar las hij de overlijdensadvertentie van een jeugdvriend die in het verkeer omkwam. “Waarom hij, waarom niet ik? dacht ik toen. Je beseft hoe betrekkelijk het leven is; het spreekt niet vanzelf dat Silvia en ik in goede gezondheid oud worden.”
Toch wil hij niet somber klinken. Silvia (26) en hij genieten van hun dochter, werk en vrienden. Een tweede kind is op komst en het nieuwe huis, waar ze al maandenlang op wachten, is over enkele weken klaar.
“Sommige mensen vinden ons erg jong om zo'n verklaring in te vullen. 'Moet dat nou', zeiden mijn ouders bijvoorbeeld toen we het hen vertelden. Tegelijkertijd zeggen vrienden en familieleden dat ze het eigenlijk zelf ook zouden moeten doen. Voor zover ik weet, hebben zij dit nog niet gedaan.”
Silvia en hij vulden op dezelfde dag hun levenswens in. Hij is de vertegenwoordiger van haar, zij die van hem. “In onze families varieert de levensovertuiging van heel vrijzinnig tot gereformeerd”, licht Van den Berg toe, “Als ik niet meer wilsbekwaam ben, nemen artsen contact op met de familie. Door deze verklaring ben ik niet meer afhankelijk van het familielid dat op zo'n moment - misschien wel toevallig - voor me opstaat.”
Van den Berg vindt artikel 2.b. uit de verklaring heel belangrijk. Hierin onderschrijft hij dat “geen handelingen zullen worden nagelaten op grond van de toekomstige kwaliteit of zinvolheid van mijn leven, omdat die afweging niet aan mensen toekomt”.
Vooral in de recente discussies over het beëindigen van het leven van ernstig gehandicapte baby's, heeft het hem gestoord dat het 'kwaliteit van leven'-argument vaak wordt gebruikt. “Vanuit mijn geloof ben ik daarop tegen, maar ook omdat ik vind dat je dan snel op een hellend vlak komt. Economische motieven kunnen dan een rol in beslissingen rond het levenseinde gaan spelen. Het is gevaarlijk als wij gaan oordelen over wie er mag blijven leven.”
Beide echtgenoten staan ook erg achter het artikel waarin aan artsen en verpleegkundigen wordt gevraagd “geen medisch zinloze handelingen uit te voeren als herstel niet meer kan worden verwacht”. “Toen ik dat invulde, had ik geen concrete voorbeelden voor ogen”, erkent Arie, “maar ik heb wel het gevoel, zeker met de toenemende medische mogelijkheden, dat het leven soms teveel wordt gerekt. We moeten het stervensproces aanvaarden; in die fase mag niet meer worden gerommeld.”
Nadrukkelijk tekent Van den Berg aan niemand te willen veroordelen die tot actieve levensbeëindiging besluit. Zelf zou hij het echter “nooit doen”.
Meer in het algemeen hoopt hij dat deze discussies “in de hele samenleving” meer ruimte zullen krijgen. Een groot deel van de bevolking leeft vrij oppervlakkig, vindt Van den Berg, die de Stichting Levensverklaring een goed voorbeeld noemt van een organisatie die zich kritisch opstelt.
“Helaas zijn er veel te weinig aansprekende mensen die bij maatschappelijke ontwikkelingen kanttekeningen plaatsen. Ik heb diep respect voor mensen die dat wel doen, variërend van orthodox rechts tot uiterst links.” Hij noemt Van der Vlies van de SGP, Schutte van het GPV en Marijnissen van de SP.
“Bij discussies over het sociaal beleid lijkt de Socialistische Partij het geweten van de samenleving te zijn geworden. En laatst, bij het debat over de Iraanse asielzoekers, maakte het CDA wel een hoop heisa, maar was het Schutte die echt de kern raakte. De integriteit van zulke politici staat me aan.”
Van den Berg stuurde zijn 'levenswens' naar de huisarts, vergezeld van een persoonlijk schrijven. Omdat hij de laatste vijfentwintig jaar geen dokter heeft bezocht, was hij nauwelijks nieuwsgierig naar diens reactie. Silvia zond ook een exemplaar naar haar specialist. “Toen ik daar laatst was, zag ik de verklaring in mijn dossier zitten. 'Dat is dus overgekomen', dacht ik toen. We hebben er niet over gepraat, maar dat hoeft voor mij ook niet.”
Sinds Van den Berg de verklaring op 1 mei 1995 heeft ondertekend, heeft hij het mapje, ter grootte van een paspoort, niet meer uit zijn portemonnee gehaald. Hij schrikt er bijna van, want met de verhuizing voor de deur, moet hij tijdig zijn adres wijzigen. Ook zijn donorcodicil zit in datzelfde mapje.
“Eigenlijk zouden we eens per jaar onze portemonnee moeten legen”, merkt zijn vrouw Silvia op, “Het gevaar bestaat dat we vergeten onze wensen te actualiseren. Niets is veranderlijker dan een mens.”
De Levenswensverklaring
De Levenswensverklaring is in 1994 geïntroduceerd door de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV), een christelijke patiëntenorganisatie. In 1996 heeft de NPV een stichting opgericht, die met de verklaring hoopt 'de beschermwaardigheid van het leven' te garanderen. Invullers van de verklaring wijzen levensbeëindiging af en geven aan geen levensverlengende maatregelen te willen als het stervensproces onomkeerbaar is geworden.
Indien ziekte of een ongeval tot wilsonbekwaamheid leidt (zoals bij coma of een verregaand stadium van dementie), is een schriftelijke verklaring volgens de stichting nuttig omdat familie van mening kan verschillen of onbereikbaar zijn. “Een beslissing van wel of niet behandeling kan dan al genomen zijn. Met een ingevulde levenswensverklaring loopt u dit riscio niet meer.”
In een toelichting stelt de stichting dat de verklaring níet bedoeld is als motie van wantrouwen tegenover de arts. Wél is de tijd er rijp voor om 'zaken rondom medische behandeling goed geregeld te hebben, vooral in wettelijke zin'. De arts, aldus nog steeds de stichting, zal alleen maar blij zijn met duidelijke wensen van zijn patiënten.
Behalve de invuller beschikt ook de vertegenwoordiger, de stichting Levenswensverklaring en de huisarts over een getekend exemplaar. De verklaring kost ¿ 17,50, leden van de NPV betalen ¿ 10. In Nederland hebben ca 2 000 mensen deze verklaring.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.