*

 
dossier

Archief

beeldende kunst

ROBBERT ROOS − 07/02/97, 00:00

T/m 13 april, De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg, di t/m zo 11-17 uur.

De grote zaal van De Pont heeft een metamorfose ondergaan, terwijl er eigenlijk maar één element aan is toegevoegd. Normaal gesproken heb je vanuit de zaal een vrij zicht op de netjes in het gelid staande zware ijzeren deuren van de wolhokken - De Pont was vroeger een wolfabriek - langs een van de wanden van de ruimte. Dit zicht wordt nu onderbroken door een lange muur van 3500 gestapelde verroeste blikken. Manshoog en over de volle lengte van de zaal strekt die zich uit, een onbedwingbaar vlak. De sfeer in de zaal wordt er radicaal anders door en dat heeft weer zijn effect op de kunstwerken van de vaste opstelling die er omheen liggen, hangen of staan.

Door de wand is er een enkele meters brede gang ontstaan, een dramatisch pad langs de elf wolhokken waarin Boltanski installaties heeft gemaakt. Aan de ene kant heb je die verroeste blikken, voorzien van namen van Tilburgers die ooit in de wolspinnerij werkten, en aan de andere kant de wolhokken-wand van onder tot boven behangen met in zwart-wit uitvergrote vakantiekiekjes. Niet zomaar kiekjes, maar vakantiefoto's van Duitse militairen.

Boltanski houdt wel van het grote gebaar. De overweldigende repetitie van steeds eenzelfde soort object (vakantiekiek, verroest blik, maar ook grofkorrelige portretten, close-ups van ogen, lakens en meubilair) zorgt als vanzelf voor een ontzagwekkend én indringend gezicht.

Boltanski wil de kijker in zijn zwakste emoties treffen: de melancholie over de wreedheid van de dood en de onzekerheid over de kwetsbaarheid van het leven. Dit is het beste voelbaar bij de installaties in de wolhokken. Opnieuw zet Boltanski soms grof geschut in. In één van de hokken is het silhouet te zien van een man die aan een galg bungelt. Het blijkt de projectie van een klein object, een mannetje dat van afvalmaterialen in elkaar is geknutseld en bevestigd is aan een onbeholpen houten galgje. Het heeft het karakter van een kinderspeeltje, waardoor de wreedheid van het beeld extra schrijnend is.

In een ander hok wapperen zwarte doeken zachtjes voor ingelijste foto's. Bij het optillen van de doeken blijkt het te gaan om foto's van lijken. Normaal gesproken is het kijken naar een lijk al een schokkende ervaring, maar Boltanski pepert het ons nog eens extra in, door ons de voyeuristische handeling van het optillen van het doek te laten maken.

Niet alle installaties hebben dit morbide karakter. De melancholie over de dood wordt nergens zo mooi verbeeld als in het tweede wolhok. De vloer is bezaaid met verdorde rozen, terwijl laag aan de wand een schrijn-achtige vitrine staat met daarin de foto van een opgebaarde vrouw.

De wolhok-installaties van Boltanski hebben veel weg van de staties, die in de katholieke kerk de lijdensweg van Christus verbeelden. Het is een zware gang, die steeds bespiegelender stemt, althans dat wil de Franse kunstenaar. Het consequente gebruik van korrelige zwart-wit-fotografie, de kale peertjes die een oranje gloed verspreiden, de net iets onscherpe portretten, waardoor ze tegelijk anoniem en universeel zijn, de pathos van die opgebaarde vrouw, het zijn allemaal instrumenten om de melancholie af te dwingen. Toch eindigt de tocht wel optimistisch met een helverlicht hok, waar de intens schone witte was aan drooglijnen hangt. Kunst heeft voor Boltanski kennelijk ook een louterende functie.

De Fransman is gepreoccupeerd met het verleden en vooral met de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Hij presenteert deze periode als een schuldig verleden en stelt het lot van het individu daarin aan de orde, zowel van de slachtoffers als van de daders. Eén van zijn favoriete combinaties is de foto van een kind met daaronder een verroeste blikken doos. Het gezicht is onscherp en krijgt Anne-Frank-achtige trekken. Het wezenlijke is echter die doos. Daarin zit haar historie, niet meer dan een schoenendoos vol. Het leven veel te vroeg afgebroken.

mailIcon print |